+ Meer informatie

Berlijnse Muur 25 jaar lang monument van onvrijheid

9 minuten leestijd

BERLIJN — De Berlijnse muur, volgens burgemeester Eberhard Diepgen van Westberlijn het „Monument van onvrijheid", viert overmorgen zijn 25e verjaardag. Al een kwart eeuw lang is de muur het symbool van het verdeelde Duitsland, maar ook de onheilspellende belichaming van de tegenstelling tussen Oost en West,

De verjaardag van de Muur trekt belangstelling van de internationale opinie opnieuw naar de aan het einde van de Tweede Wereldoorlog verdeelde hoofdstad van het Duitse rijk. En ruim 40 jaar na de ineenstorting van Hitler-Duitsland ligt Berlijn nog steeds in het brandpunt van de internationale politiek. Aan oostelijke zijde wordt woensdag de bouw herdacht van „Die antifascistische Schutzwall”, die de jonge Duitse Democratische Republiek heeft „beschermd tegen militaire avonturen van het vijandige Westen". Het betekende de redding van de vrede in Europa", aldus een officieel commentaar in de partijkrant „Neues Deutschland". De herdenking heeft daarom iets feestelijks. Partijleider Erich Honecker zal 13 augustus een grote parade afnemen in „Berlijn: hoofdstad van de DDR", zoals het oostelijke stadsdeel daar consequent wordt genoemd. Honecker heeft waarschijnlijk bij de  beslissing om de Muur te bouwen persoonlijk een rol gespeeld, omdat hij in 1961 als partijsecretaris was belast met interne veiligheidsvraagstukken.
Ter gelegenheid van het jubileum is ook een herdenkingszegel uitgegeven en in het Museum van de Duitse geschiedenis is een speciale tentoonstelling ingericht.



Als een eiland

Aan westerse zijde daarentegen vonden op 13 augustus manifestaties en demonstraties plaats uit protest tegen het voortbestaan van Berlijnse Muur. Om van hun afschuw van de muur te getuigen komen prominente politici op 13 augustus naar West-Berlijn, onder wie bondskanselier Helmut Kohl en SPD-voorzitter Willy Brandt, die burgemeester van Berlijn was toen met de bouw van de Muur werd begonnen. De westerse geallieerde bezettingsmachten van de stad zullen ook op hoog niveau vertegenwoordigd zijn. Na de capitulatie van de Duitsers in 1945 werd Duitsland verdeeld in vier  bezettingszones: een Russische, een Amerikaanse, een Britse en een Franse. Uit de westerse zones ontstond later de Bondsrepubliek Duitsland, uit de „Ostzone" de Duitse Democratische Republiek. Berlijn kwam onder de bezetting van alle vier bezettingsmachten als eiland binnen de Russische zone te liggen.


Luchtbrug

De Sowjets probeerden een einde maken aan die situatie. Zij wilden de stad neutraliseren en als "hoofdstad van de DDR" bij Oost-Duitsland inlijven. De westerse bezettingsmachten stonden dat niet toe en hielden vast aan de in Potsdam gemaakte afspraken. Voor Berlijn braken wederom traumatische tijden aan. De Koude oorlog deed zijn intrede en juist op breukvlak van het kapitalistische Westen en het communistische Oosten was die het beste voelbaar. In juni 1948 sneed Moskou de aanvoerwegen naar West-Berlijn af in de hoop het Westen op de knieën te krijgen. De Amerikanen reageerden onmiddellijk en bevoorraadden de stad maandenlang via een beroemd geworden luchtbrug. Om de paar minuten landden transportvliegtuigen en bommenwerpers met voedsel en brandstof. Bijna een jaar later bond de Sowjet-Unie in en werd de blokkade van Berlijn beëindigd.


Ulbricht


Toch bleef de stad een doorn in het vlees van de DDR. Sinds het einde van de oorlog trok een gestage stroom vluchtelingen van Oost naar West. Het merendeel van de naar schatting 2,7 miljoen vluchtelingen die tussen 1949 en 1961 de wijk namen naar het Westen, deed dat via Berlijn.
De Oostduitse partijleider Walter Ulbricht, „de stadhouder van Moskou", beschouwde de vluchtelingenstroom als een bedreiging voor het voortbestaan van de republiek en drong bij de Sowjet-Unie aan op actie. In de nacht van 12 op 13 augustus 1961 sloten Oostduitse bouwvakkers onder bescherming van Vopo's (politietroepen) de oostelijke sector af van de drie westelijke sectoren.
Met rollen prikkeldraad en betonblokken werd kronkelend door de straten van de stad een voorlopige afscheiding gebouwd. Ramen van huizen aan de oostkant werden dichtgetimmerd en er werd een begin gemaakt met het bouwen van een echte metershoge muur.


„Ongestrafte roof’


Er ontstond een gespannen en dreigende situatie. Het Westen reageerde echter terughoudend. De extra troepen die de Amerikanen naar de stad stuurden maakten niet veel indruk. De bevolking van Westberlijn voelde zich verraden. De uitlating „Ich bin ein Berliner" van president John F. Kennedy tijdens zijn bezoek aan de stad in 1963 kon daar weinig aan veranderen.
De Russische partijleider Nikita Chroesjtjov zei na de bouw van de Muur tegen de Westduitse ambassadeur Hans Kroll: „Meer dan 30.000 mensen, onder wie de besten en ijverigsfen uit de DDR, verlieten in juli (1961) het land. Het is niet moeilijk om te berekenen wanneer de Oostduitse economie in elkaar zou zijn gestort, indien wij niets tegen de massale vlucht hadden ondernomen”.


Die economische schade bedroeg volgens Honecker in de periode 1951-1961 112 miljard mark. Met de bouw van de Muur werd een einde gemaakt aan „de ongestrafte roof van de materiële en intellectuele goederen", aldus een hoofdartikel van het partijblad „Neus Deutschland" op 13 augustus van het vorige jaar.


„Militaire actie”


Het andere argument dat OostBerlijn hanteert is dat van een dreigende militaire actie tegen de DDR. In het partijblad wordt eraan herinnerd dat Berlijn in de periode voor de bouw van de Muur tot „frontstaat" was verklaard, waarbij de westerse media voorspelden dat „de Bundeswehr triomfantelijk door de Brandeburger Tor Oost-Berlijn zou binnentrekken”.
Aan de ene kant legde de bouw van de Muur de zwakte van het Oostduitse regime bloot. De vluchtelingenstroom liet zien dat de bevolking niets moest hebben van het hun opgelegde socialisme. Aan de andere kant heeft de Muur het DDR-regime ook versterkt. De ontstane, schijnbaar niet te veranderen, realiteit leidde tot een grotere bereidheid in de wereld om het bestaan van een tweede Duitse staat te accepteren.
Hoewel in het vier-mogendheden-verdrag van 1971 heel Berlijn onder de bevoegdheid van de geallieerden valt en de banden met de Bondsrepubliek worden bekrachtigd, slaagt de DDR er steeds meer in Oost-Berlijn volledig te integreren in haar staat.
Met de huidige stroom asielzoekers naar West-Berlijn is de stad weer voorwerp van gesprek geworden tussen de vier bezettingsmachten. De door het Westen overwogen controlemaatregelen aan de grens om de stroom asielzoekers in te dammen zal de erkenning van de Muur als staatsgrens mogelijk dichterbij brengen.
Enkele maanden eerder probeerde de DDR diplomaten te verplichten, in tegenspraak met de verdragen, paspoort te tonen aan de stadsgrens. Ook in dat geval werd beoogd de grens tussen de stadsdelen tot de staatsgrens op te waarderen. Na protesten van geallieerde zijde werd de maatregel teruggenomen.


Per luchtballon


West-Berlijn wordt omsloten door een demarcatielijn — in DDR-terminologie „de staatsgrens met West-Berlijn" — van in het totaal 166 kilometer. De Muur heeft een lengte van ruim 110 kilomter, over de resterende lengte zijn drie meter hoge hekken geplaatst. De directe grens tussen de twee stadsdelen is zo'n 45 kilometer lang.
De prikkeldraadversperringen zijn in de loop der jaren vervangen door een uiterst moderne en effectieve grensafscheiding. De grens voorzien van elektronische beveiliging en onder het oog van honderden zwaarbewapende grenswachten met honden is vrijwel onoverkomelijk geworden. 
In de eerste weken na 13 augustus 1961 wisten nog duizenden mensen de Muur te bedwingen. Via ramen van huizen die precies op de grens lagen waagden zij de sprong naar het Westen.
Velen wisten ook de nog primitieve versperringen te doorbreken bijvoorbeeld met gepantserde auto’s.
Naarmate de Muur werd verbeterd, werden de vluchtpogingen moeilijker, gevaarlijker, maar ook ingenieuzer. Tunnels werden gegraven, zowel vanuit hét Oosten als vanuit het Westen, kabelbanen werden gespannen en zelfs twee maal werd een luchtballon gebruikt om naar het Westen te komen.
De spectaculaire vlucht onlangs van een vlucht onlangs van een Oostduitse zakenman in Russich uniform en onder begeleiding van als hoge Sowjetmilitaire vermomde etalagepoppen, hoort hier niet bij. De vlucht blijkt in scène te zijn gezet.


„Schietbevel”

In de afgelopen jaren zijn de meeste mijnenvelden uit de grensstrook weggehaald. En in het kader van de zogenaamde „humanisering" van de grans verdwenen ook alle schietautomaten die hun dodelijke lading rondsproeiden bij aanraking van een signaaldraad.
Maar de grenswachten hebben nog steeds bevel elke vlucht tegen te houden. Het „schietbevel" is nog steeds van kracht, zo zeggen gevluchte grensbewakers.
„De bedoeling is om vluchters levend in handen te krijgen. Indien nodig op de benen schieten, maar als de „Republikflucht" niet tegen te houden is, wordt meedogenloos het vuur geopend", zo zegt een van hen.
Tijdens vluchtpogingen van Oostnaar West-Duitsland zijn sinds 1961 minstens 183 mensen om het leven gekomen, van wie 73 in Berlijn. Kruisen aan de Muur of aan de oever van de Spree geven nog steeds aan waar een vluchteling om het leven kwam. Het laatst bekende dodelijke voorval dateert uit 1980 toen een 18-jarig meisje door grenswachten werd neergeschoten.


Bizar


Beide stadsdelen steken elkaar naar de kroon als opvolger van de oude hoofdstad van het Duitse keizerrijk. Vooral in verband met de viering van „750 jaar Berlijn" in 1987 zetten de DDR en de Bondsrepubliek hun beste beentje voor, tegen enorme kosten, om als echte erfgenaam voor de dag te komen.
Oost-Berlijn heeft het voordeel dat de belangrijkste historische monumenten op haar grondgebied liggen. West-Berlijn zet daar een ongekend cultureel en historisch festijn tegenover.
Wat de Muur betreft heeft de westelijke helft deze op eigentijdse wijze in het stadsbeeld geïntegreerd. Kilometers lang wordt de ooit witte muur gesierd door fleurige graffiti. En bij de belangrijkste doorlaatposten hebben de autoriteiten grote bloembakken laten plaatsen.
Via kleine houten stellages kunnen bezoekers een blik naar „drüben" werpen. Een saaie wit-grijze muur zonder spoor van spuitbuskunstenaars. Daarvoor ligt een 100 meter lange volkomen geëgaliseerde strook met als enige bebouwing honderden wachttorens. In de verte onbewoonde en vervallen huizen.
De deling heeft ook geleid tot enkele bizarre situaties. Zo liggen enkele volkstuintjes van West-Berlijners aan de oostkant van de Muur. De eigenaars van die stukjes grond drukken aan de westkant bij een deurtje op een bel. Even later opent een Oostduitse grenswacht het deurtje en begeleidt de tuinier naar zijn volkstuintje, waar waarschijnlijk de zwaarst bewaakte boontjes en kropjes sla ter wereld groeien.


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.