+ Meer informatie

Naar de katechisatie

3 minuten leestijd

120

HET GELOOF (8)

c) het vertrouwen.

Tot de drie wezenlijke elementen van het zaligmakend geloof behoort ook het VERTROUWEN.

De een zonder de ander is onbestaanbaar. Er is geen kennis zonder toestemming en geen kennis en toestemming zonder het vertrouwen. Alle drie zijn van dezelfde waarde.

Onze Heidelberger omschrijft het vertrouwen des geloofs in Zondag 7 als: „een zeker vertrouwen, dat de Heilige Geest in mijn hart werkt door het Evangelie, dat niet alleen anderen, maar ook mij vergeving van zonden, eeuwige gerechtigheid en zaligheid van God geschonken zij, uit louter genade, alleen om de verdienste van Christus wil.”

Deze definitie bedoelt het w e z e n des geloofs aan te geven. D.w.z. De Heilige Geest werkt naast de kennis en de toestemming het vertrouwen in het hart als een volkomen gave, welke alles inhoudt, zoals ook bij een bloem in zijn knop.

De beoefening van het geloof, door onze vaderen gezien als behorende het WELWEZEN des geloofs, is onderscheiden in maat en trap. Doch weer niet zo, dat die beoefening, het welwezen, b.v. jaren na de schenking van de gave des geloofs plaats heeft. Al spreekt Comrie ook van een „geloofs-v e r m o g e n”, zo is dit toch geheel anders gesteld dan Kuyper bedoelde met zijn standpunt over het „geloofsvermogen”. Dit standpunt sluit aan? bij zijn leer over de wedergeboorte. Kuyper onderscheidde in het geloof:

a. orgaan of vermogen om te geloven,

b. kracht om te geloven en

c. werking van het geloven.

Aldus verklaarde hij dit:

a. het geloofsvermogen wordt ingestort in de wedergeboorte als eerste stadium, d.i. als een zaad gelegd in het hart. Kan jaren lang er liggen, (de sluimerende of slapende wedergeboorte).

b. geloofskracht in het tweede stadium van de wedergeboorte, in de bekering.

c. werking van het geloof in het derde stadium der wedergeboorte, de heiligmaking.

Zulk een zienswijze vinden we nergens in de Schrift. Wel spreekt Zij van het Woord Gods als een zaad der wedergeboorte. I Petr. 1 : 23. Wanneer Gods Geest het Woord toepast en de zondaar wederbaart, dan wordt de zondaar dadelijk werkzaam aan de Troon der genade omtrent het heil zijner onsterfelijke ziel. Zo is het ook met het geloof. Schenkt de Heilige Geest de gave des geloofs, het geloofsvermogen, dan wordt het geloof dadelijk met zaligmakende werkzaamheden der ziel werkzaam. Het verstand wordt immers verlicht, waardoor men dan zaligmakende, d.i. levende kennis ontvangt, van eigen verloren staat; van God in Zijn Deugden; van de weg, die tot zaligheid leidt in Christus; van het werk der heiligmaking. Daarmede gaat gepaard, gelijk wij reeds schreven, een hartelijke toestemming, maar ook een niet minder hartelijk v e r t r o u w e n.

We willen nog even terloops opmerken, dat de. onderscheiding van WEZEN en WELWEZEN des geloofs het eerst is gemaakt door G o m a r u s.

Wanneer we het zo even hadden over de werkzaamheden van het geloof in de levendgemaakte ziel, dus over de beoefening van het geloof, dan laat de Bijbel ons ook duidelijk zien, dat die werkzaamheden of die beoefening van het geloof ook weer zeer onderscheiden liggen in trap en maat. Zo spreekt de Schrift van: zuigelingen, jongelingen en vaders in ’t genadeleven. Van een „opwassen in de genade en kennis van onze Heere Jezus Christus.” II Petr. 3 : 18.

Comrie onderscheidt in zijn werk over „de eigenschappen des geloofs” ook het vertrouwen in een „toevluchtnemend” en een „verzekerd” vertrouwen. Hiervan nader in een volgende les D.V.

Werke of versterke Gods.Geest het oprechte geloof in onze harten!

Urk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.