+ Meer informatie

Hebben wij nog 'n woord voor stervenden?

5 minuten leestijd

Ziekenbezoek kan heel moeilijk zijn. Zeker als het patiënten betreft die menselijkerwijs gesproken niet lang meer te leven hebben. Wat moet je zeggen tegen zo iemand? Laat het Woord des levens maar spreken, is het advies van ds. Van Dijk in zijn eerste bijdrage aan Pastoraal.

Kent u dat gevoel van onmacht ook? Wanneer u 'n zieke mag (moet) bezoeken. Als het u werkelijk om een ontmoeting te doen is met iemand die al langere of kortere tijd is uitgeschakeld door ziekte, dan mag het ons niet om het even zijn wat we zeggen zullen. Niet dat het altijd in de veelheid van onze woorden gelegen is, om een zinvolle inhoud te geven aan ons ziekenbezoek. Luisteren naar de zieke kan voor de betrokkene al heel veel betekenen. Hier moeten wij niet lichtvaardig over denken. Een zieke is een mens die van het ene op het andere moment veel te verwerken krijgt. Allerlei onuitgesproken vragen houden hem bezig. De veranderde omstandigheden kunnen veel tijd vragen om vooral geestelijk verwerkt te worden. De "eenzaamheid" die een zieke kan ervaren in het ziekenhuis, is van geheel andere aard dan de eenzaamheid daarbuiten. Wat zien wij dat duidelijk in de geschiedenis van de lamme te Bethesda (Joh. 5:7).
Hoevelen zullen dezelfde verzuchting niet geslaakt hebben: „Heere, ik heb geen mens!" Ondanks de velen die op bezoek kwamen. Geen mens die mij verstaat. Geen mens die probeert mij te begrijpen. Geen mens.

Het luistert nauw
Hebt u daar ooit bij stil gestaan? U hoeft beslist geen ambtsdrager te zijn om dat te onderkennen. Het gaat ons allen aan, omdat ziekenbezoek toch niet alleen binnen de ambtelijke sfeer mag worden getrokken. Wij krijgen er immers allen mee te maken? Dan komen de vragen: Wat zal ik zeggen? En hoe zal ik het zeggen? Hoeveel te meer zullen wij dan ernst moeten maken met de woorden, die wij uitspreken in een bezoek aan een stervende! Wat luistert het dan nauw. Eigenlijk zouden wij dan met een heilige schroom bezet moeten zijn, want elk bezoek aan een stervende kan het laatste zijn. Ongetwijfeld hebt u het tijdens een condoleancebezoek wel eens horen opmerken: „Ik zou nog zo graag dit gezegd hebben. Ik had dat nog willen vragen, maar..." Wat kan dat knagen aan een mens, wanneer hij nagelaten heeft de tijd te benutten om nog uit te spreken ofte bespreken wat hij eigenlijk had moeten bespreken met hem of haar, die overleden is. De tijd is voorbij. Ik ben mij ervan bewust dat hier vele vragen worden opgeroepen. Als wij ergens onze onmacht voelen (tenminste, dat hoop ik), dan is dat toch wel in de ontmoeting met stervenden. Wie ben ik? Heb ik wel iets te zeggen? Mag of kan ik wel wat zeggen?

Wat heb ik gedaan?
Toch moeten wij onze persoonlijke moeiten niet verstoppen achter onze gevoelens van onmacht. Ook al moeten wij zoeken naar woorden, wij mogen het nooit nalaten om wat te zeggen tegen iemand die spoedig geen genadetijd meer zal kennen. Het moet op onze ziel wegen, die persoonlijke vraag: „Wat heb ik gedaan om mijn naaste te behouden?" Hier baten geen goedkope verontschuldigingen! Ja, maar als hij (de stervende) nu nergens aan doet? Als hij nu eens niets van Gods Woord wil weten? Als het misschien gaat om onze naaste familie, die altijd maar heeft gespot? Wat moet ik dan zeggen? Zou het van belang zijn tot wie u moet spreken? Gaat het u niet aan het hart, dat u moet spreken? Lees Jak. 5:19 en 20 eens. Denk eens aan de moordenaar aan het kruis! Deed hij wel ergens aan? Ik heb een enkele keer gehoord en één keer zelf meegemaakt, dat een dominee die een stervende bezocht met geen enkel woord repte over het gewicht van de eeuwigheid. Terwijl de stervende juist zo'n behoefte had aan pastorale hulp. In een ander geval, nog triester, zei de dominee zelfs door tijdgebrek niet te kunnen komen. Komt dat dan voor? Helaas leert de praktijk dat het meest verschrikkelijke, bittere werkelijkheid kan zijn!

Wonderen
Maar zelfs daarmee zijn wij niet te verontschuldigen. De brandende vraag die ons moet blijven bezig houden is of wij zélf nog wel een woord hebben voor stervenden. Ik bedoel het Woord des levens. Het Woord waar wij wonderen van verwachten mogen. Het Woord, waarin de Heere Zelf zegt: „Ik heb geen lust aan de dood van de stervende" (Ez. 18:32).
Onze eigen woorden ondergeschikt maken aan het Woord. Geef dat Woord maar door, ook aan uw onkerkelijke buurman. Leef in dat vertrouwen, dat de Heere waar wil maken, wat wij meer zingen dan geloven: Hij is nabij de ziel, die tot Hem zucht; Hij troost het hart, dat schreiend tot Hem vlucht; dat ongeveinsd in 't midden der ellenden, zich naar Gods troon met zijn gebeên blijft wenden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.