+ Meer informatie

GROWING UP IN PUBLIC

8 minuten leestijd

Het is nu meer dan drie jaar geleden dat ik bevestigd werd tot predikant binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken, te Westzaan. Terwijl ik probeer de balans op te maken van drie jaar beginnen als predikant, hoop ik dat het voor u, meelezende ambtsdrager, ook nuttig is.

De beste typering van de afgelopen jaren is: growing up in public: in het openbaar opgroeien. Terwijl je aan de slag gaat, krijg je ruimte om fouten te maken, en word je bemoedigd en bijgestuurd. Zo is werken ook leren.

I. NOG MEER LEREN?

Nog meer leren? Wat heb je al die jaren in Apeldoorn dan gedaan? Natuurlijk heb ik in Apeldoorn veel geleerd. Maar ‘Apeldoorn’ is een wetenschappelijke opleiding, die theologen aflevert. Theologen moeten nog meer leren, omdat de gemeente theologen nodig heeft die dienaren zijn, ambtsdragers. Dienaar worden leer je in de praktijk: van je gemeente en kerkenraad. Kort gezegd: in Apeldoorn leer je de Bijbel uit te leggen, in de gemeente leer je om midden in het gewone leven het Woord van God open te leggen. Pas in de gemeente ontdek je wat er gebeurt wanneer dat Woord écht klinkt, en ook wat er gebeurt wanneer dat Woord dicht blijft. De gemeente jaagt dit groeiproces aan op veel manieren. Bijvoorbeeld door vragen te stellen: ‘Dominee, wie zijn Gog en Magog eigenlijk?’ Als ik uitga, hoeveel mag ik dan drinken?’ ‘Dominee, hoe kan ik leren dat het ook voor mij is?’

Maar het meeste leer je door gewoon aan het werk te gaan:

a. Omgaan met tijd.

Er zitten maar 24 uren in een dag. Wat kun je doen in die uren, en wat niet? Die vraag blijft terugkomen. Je moet preken, studeren, catechese geven, pastoraat verlenen, vergaderen, derde diensten beleggen en veel meer. Hoe combineer je dat met je gezin, genoeg beweging, de auto wassen en af en toe tijd voor jezelf? Dat moet je leren door te doen: dan weer te veel doen in een week, daarna aan bijna niks toekomen omdat je ‘op bent’. Al doende ontdek je een manier waarop het kan.

Voor mij is denken in dagdelen een houvast: maandagmorgen is voor regelen en zelf preken lezen en luisteren. De andere morgens zijn voor preekvoorbereiding. De middagen zijn vooral voor bezoekwerk, de avonden zijn voor catechese, bijbelstudie, gebedssamenkomsten, huisbezoeken en vergaderingen. Op zaterdag neem ik tijd voor mijn gezin en familie.

b. De rol van predikant.

Hoe geef je vorm aan je rol van ‘de dominee’? Nadat je bevestigd bent, ben je geen ander mens, maar mensen gaan wel anders naar je kijken. Mensen die je grootouders hadden kunnen zijn noemen je opeens ‘u’. Jongeren willen graag weten of ze je ‘Rik’ kunnen noemen. Je moet leren om te gaan met veel verschillende verwachtingen. Je moet leren jezelf te zijn in de omgang met anderen, en tegelijk hun dominee te zijn. Ik heb ontdekt dat je niemand een dienst bewijst wanneer je anders gaat doen dan je bent. Dat is natuurlijk iets anders dan in wijsheid een ander tegemoet te komen. Dit is ook wat Paulus deed, tenslotte (1 Kor. 9:20). Die balans kun je leren in een gemeente die geduld heeft met een jonge predikant.

2. DRIEVULDIG AMBT

Het werk van ambtsdragers gebeurt namens Christus. We hopen dat ons werk een afspiegeling is van zijn werk. Te kijken naar het drievuldig ambt van Christus heeft mij geholpen meer inhoudelijk te kijken naar mijn eigen ambtswerk.

a. Dienen als Priester

Omdat Christus zich gaf voor mij, mag ik Hem dienen. Zo kan ik naar mijn leven kijken als een offer van dank (Rom. 12:1). Hierin zitten twee lijnen.

1. Geloven is een persoonlijk staan tegenover God, in Christus. Je werk kan hier geen substituut voor zijn. Dit persoonlijke houdt niet op wanneer je in je ambt staat, ondanks het vele studeren in Gods Woord dat je moet doen. Je zult voor jezelf God moeten blijven zoeken. Je kunt niet gered worden als dominee, alleen als zondaar. Dat moet je telkens weer inzien. Sterker nog: je moet er op verdacht zijn niet alleen ‘professioneel’ de Bijbel te lezen. Een meisje moet eens aan een dominee hebben gevraagd: ‘Is de Here God een vriend van u, of kent u hem van uw werk?’ Dat is een goede vraag (stelt u hem eens aan elkaar in de kerkenraad!).

2. Tochstajeniet alleen tegenover God voor jezelf. Je ontmoet Hem ookals ambtsdrager. Je moet, zoals Christus en Mozes, pleiten voor je mensen (Joh. 15, Ex. 33). Voorbidden voor je gemeente is priesterlijk werk. Dit heb ik moeten leren, en ben ik nog steeds aan het leren. Deze taak geeft nog meer gewicht aan wat hier boven staat: dat het nodig is dat ik God persoonlijk ken en zoek. Als die eerste lijn er niet is, valt de tweede ook weg.

3. Leerpunt: vaak denk ik dat mijn werken belangrijker is dan mijn bidden. Ik heb geen tijd voor het laatste, want het is zo druk. Deze houding kan erg schadelijk zijn, en veel groei in de weg staan. Op zijn best is levert het ‘gerechtigheid door werken’ op, op zijn slechtst praktisch atheïsme.

b. Preken als profeet

De catechismus noemt bij het profetische ambt van alle gelovigen: Gods Naam belijden. Daar hoort preken ook bij. Je leert in Apeldoorn veel over preken, maar echt preken leer je van en in de gemeente. Daar ontmoet het Woord van God het dagelijkse leven in al zijn weerbarstigheid. Daar leer je wat de vragen zijn waar mensen mee rondlopen. In de gemeente krijg je - als het goed is - de tijd om te leren preken. Je moet een eigen stijl ontwikkelen, je moet leren exegetisch en dogmatisch je preken goed te balanceren. Ik hoop nog veel te leren over de verhouding van wet en evangelie in de preek, van exégèse en dogmatiek, van uitleg en toepassing. Ik hoop nog veel te leren over hoe je over Christus kunt preken vanuit het oude Testament, hoe je historische lijnen kunt trekken door de Bijbel heen, hoe je het evangelie kunt verkondigen aan mensen die niks met kerk en geloof hebben. Gelukkig hebben we het belang daarvan weer ontdekt!

c. Bewaren als koning.

1. Christus bewaart zijn kerk. Ambtsdragers worden in dat werk ingezet: pastoraat, leiding geven, tucht toepassen, verzoenen en nog meer.

Toen ik drie jaar geleden begon, had ik geen idee wat dit allemaal met zich mee brengt. Je moet leren wanneer je moet spreken, en wanneer je moet zwijgen. Je moet leren omgaan met moeilijke vraagstukken. Je ontdekt dat een gemeente echt uit zondaars bestaat, en dat dat nu juist het soort mensen is dat Jezus liefheeft. Je moet leren hen lief te hebben. En je moet ook leren duidelijk te zijn en soms moeilijke of pijnlijke dingen te zeggen.

In dat alles moet je ook leren omgaan met je eigen emoties. Hoe ga je om met lange ‘buikpijnvergaderingen’ over verdrietige zaken? Wat doe je met groot verdriet, dat je meeneemt naar huis?

3. TIPS

Tenslotte is het misschien goed wat praktische tips mee te geven voor ambtsdragers die in hun gemeente werken met een jonge predikant, een groentje.

a. Preekbespreken

Als u ons wilt helpen, neem dan de tijd om met predikanten echt door te praten over gehoorde preken. Dit hoeft niet altijd meteen na de dienst, maar het mag er niet bij in schieten. Het gaat er niet alleen om of het ‘mooi’ was, maar ook of de preek raakte aan de vragen van de gemeente. Welke dingen kwamen aan de orde? Was het concreet genoeg? Welk beeld van Christus kwam naar voren in de preek? Hoe werd de gemeente aangesproken? Dit moet een zaak zijn van de hele kerkenraad. Dit is nodig om diepgang in de preken te krijgen. Uw predikant heeft uw opbouwende inbreng nodig!

b. Hoed uw herder!

Voor een beginnend predikant is het van belang te weten dat je broeders achter je staan. Dat kan alleen als je in de kerkenraad open kunt zijn. Wie in nederigheid zijn hart op tafel durft te leggen, kan een ander daarmee tot zegen zijn. Deze nederige openheid maakt het mogelijk moeilijke dingen te bespreken.

Hoe gaat dominee om met vervelende (en nog erger) gemeenteleden? Wordt hij weleens boos? Wat gebeurt er dan? Hoe deelt je jonge predikant zijn tijd in? Houdt hij zich aan zijn planning? Waarom niet?

Zijn er perioden of zaken waar je predikant vaag over is? Vraag dan door. Waar was hij toen en toen? Wat had hij daar en daar te zoeken?

Hoe bereidt hij zijn preken voor? Is het een lust of een last? Open gesprekken over zulke zaken helpen, en geven groei.

c. Gebed!

Zoals de dominee moet bidden voor zijn gemeente, zo heeft hij het gebed van zijn gemeente nodig, en zeker ook van zijn kerkenraad. Alleen als je voor je predikant bidt, kun je hem helpen wanneer hij fouten maakt. Bid voor hem, voor bescherming van zijn gezin, voor zijn werk. Bid voor hem op zaterdagavond en op zondag voor en tijdens de dienst. Bid dat hij Christus mag verheerlijken en dat levens van mensen door de ontmoeting met Christus veranderd zullen worden! Een beter slot kan ik niet bedenken.

Ds. R. Bikker (1972) is sinds november 2005 predikant

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.