+ Meer informatie

Onderzoekscholen vooral in exacte vakken

2 minuten leestijd

AMSTERDAM (ANP) - De onderzoekscholen die de universiteiten willen oprichten, liggen bijna allemaal op bèta-terrein. Natuur- en scheikunde, techniek en medische wetenschappen zijn favoriet.

Dit jaar mogen de universiteiten 24 voorstellen doen en de KNAW (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen) beslist daar in september over. Onderzoekscholen zijn centra voor hoogwaardig onderzoek waar ook afgestudeerden (aio's) worden begeleid bij het voorbereiden van hun proefschrift.

De meeste voorstellen die de universiteiten nu bij de KNAW hebben ingeleverd komen uit de medische hoek. Rotterdam doet twee medische voorstellen: gezondheidswetenschappen en medische genetica. De Universiteit van Amsterdam stelt immunologie voor en de VU neurowetenschappen; Maastricht hart- en vaatziekten. Leiden wil een centrum voor medischgenetisch onderzoek en een voor drugresearch.

Geen opzet

Ook de andere voorstellen liggen bijna allemaal op bèta-terrein: logica en biocentrum in Amsterdam, astronomie in Leiden, materiaalkunde in Groningen, en drie bèta-voorstellen uit Utrecht: de Debye-onderzoekschool (natuur- en lingsbiologie mie. scheikunde), ontwikkeen biomoleculaire che

Alleen uit Nijmegen, Rotterdam en Tilburg komen ook voorstellen op andere wetenschapsgebieden. Nijmegen wil een psychologische school (cognitie en informatie) en Tilburg en Rotterdam ieder een voor economie. De technische universiteiten leverden twee voorstellen in op het gebied van micro-elektronica, plus een voor stromingsleer en een voor katalyse.

Volgens de VSNU (vereniging van universiteiten) is de eenzijdige samenstelling geen opzet, maar het gevolg van de verschillen tussen wetenschapsgebieden. Bèta-wetenschappers werken al veel in groepen samen en op dat gebied bestaan al taakafspraken tussen de universiteiten. Bovendien hebben zij de opleiding van de jonge onderzoekers vaak al in een soort schooltje georganiseerd, namelijk de onderzoeksgroep. Daardoor konden de bèta's zulke nieuwe scholen het gemakkelijkst beginnen.

De universiteiten hebben besloten voorzichtig te beginnen met deze nieuwe instituten. De eerste twee jaar dienen zij maximaal 24 voorstellen in, netjes verdeeld naar grootte van de universiteit. Dat betekent dat de grote universiteiten drie voorstellen mochten doen, de middelgrote twee en de kleintjes een.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.