+ Meer informatie

CRISISPASTORAAT OF PASTORAAT IN CRISIS?

3 minuten leestijd

Laatst hoorde ik het weer een dominee zeggen: ‘Ik doe alleen aan crisispastoraat’. Ik weet niet hoe het u vergaat bij zo’n uitspraak, maar bij mij gaan de haren recht overeind staan. Toch lijkt het zo logisch. Een predikant heeft immers al aan zoveel verwachtingen te voldoen: één à twee keer per week een doorwrochte preek leveren, catechisaties goed voorbereiden en op een aansprekende manier geven, vergaderingen… Wil je je voor deze werkzaamheden inzetten, dan blijft er misschien alleen maar tijd over om de zieken in het ziekenhuis te bezoeken, de stervenden te begeleiden en gemeenteleden in crisis te steunen. Een veel gehoord argument daarbij is dat de ouderlingen er zijn voor het ‘gewone’ pastoraat in de gemeente. Zij zijn er dus voor de huisbezoeken, kennismakingsbezoeken en verjaardagsbezoeken. Vreemd genoeg wil de dominee weer wel de kraambezoeken en huwelijksfeesten voor zichzelf houden, maar de andere bezoeken… die zijn toch echt voor de ouderlingen. Per slot van rekening is een ouderling in bijbels licht gezien toch niet minder dan een predikant?

Zo lijkt alles prima geregeld, maar hoe werkt dit uit in de praktijk? De meeste ouderlingen zijn al blij als ze naast hun drukke werkzaamheden en de beslommeringen van hun gezin de adressen in hun wijk één keer per jaar kunnen bezoeken. Bij de krappe kerkenraadbezetting van tegenwoordig lukt zelfs dat soms niet. Daarbij komt dat een predikant zich — als het goed is- beroepshalve bekwaamd heeft in de omgang met mensen, terwijl de ouderling misschien wel van goede wil is maar soms toch echt geen ster in het vormgeven van een ontmoeting. Ook voor de gemeenteleden zelf blijft er onderscheid tussen een gesprek met hun dominee of met hun wijkouderling. De status van zo’n gesprek is anders en dat wordt ook herhaaldelijk aangegeven. En nu kan men wel zeggen: onzin!, feit blijft dat deze gevoelens een rol spelen.

Maar er is meer: de consequentie van de stellingname dat de predikant zijn gemeenteleden alleen bij een crisis bezoekt, is dat gemeenteleden waar jaar in jaar uit niets aan de hand is nooít hun dominee thuis ontvangen en dat er zodoende nooit een gedachte-uitwisseling plaatsvindt, nooit een doorspreken van de prediking of een informeren naar eikaars standpunten. Zo kan het gebeuren — en ik overdrijf niet — dat iemand die niet getrouwd is en geen ingrijpende gebeurtenissen heeft meegemaakt 50 jaar wordt zonder ooit de eigen predikant in de thuissituatie ontmoet te hebben.

Bovendien: is het nu écht goed als een predikant alleen aan crisispastoraat doet? Hoe kan een predikant op een goede manier pastoraat verlenen aan bijv. een gezin in een crisis, als hij dat gezin uitsluitend van gezicht kent en gauw de wijkouderling moet opbellen voor wat achtergrondinformatie — om van een vertrouwensband nog maar niet te spreken?

Een van onze hoogleraren heeft weleens gezegd dat onze predikanten zich slechts met preken moesten bezighouden. Maar hoe kan iemand goed preken als hij de gemeenteleden niet persoonlijk kent? De bijbel spreekt niet voor niets over ‘herder en leraar’. Een goede dominee is een echte herder. Een herder die zijn schapen bij name ként. En dat betekent méér dan alleen de naam bij het gezicht weten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.