+ Meer informatie

De Kamper kogge van Kees Sars

Terug naar de Middeleeuwen

6 minuten leestijd

Van Willem Vos leerde Kees Sars het vak. De grote man achter de Batavialeidde de werkloze knaap op tot een all-round scheepsbouwer. Sinds '94past Sars aan de IJsselkade in Kampen het recept van Vos toe. Een allegaartjevan voormalige werklozen bouwt onder zijn leiding op schier middeleeuwsewijze een kogge. Met een minimum aan apparatuur en een maximum aan motivatie.

Hoewel hij de capaciteiten had voor een academische opleiding, verkoos Kees Sars het ambacht. Via een kennis kwam hij op het spoor van een idealist die het plan had opgevat een Oostindiëvaarder na te bouwen. „Op dat moment sloegen bij mij alle stoppen door." Per bus toog hij naar Lelystad, te voet naar de toen nog afgelegen Batavia-werf. Een gesprek van een uur met Willem Vos was voldoende om tot een besluit te komen. Januari '86 ging hij bij de bebaarde scheepsbouwer aan de slag. „Zonder me te realiseren dat ik er zes jaar zou blijven."
Na twee jaar kreeg Sars het aanbod om als leermeester in dienst van de stichting "Nederland bouwt VOC-retourschip Batavia" te komen. Hij was uit het juiste hout gesneden en door Vos gevormd. Als vakman en mens. „Ik kijk met heel veel plezier op die tijd terug. Willem is een bijzondere kerel. Samen met zijn vrouw heeft hij op een volstrekt eigen manier, zonder allerlei managers en dure bobo's, belangstelling voor zijn project weten te wekken."

Archeon
Dat het ook anders kan, ontdekte Sars bij het Archeon. In '92 begon hij voor zichzelf en werd als bouwleider ingehuurd door het themapark in Alphen aan den Rijn. Hij coördineerde er de bouw van een Romeins vrachtschip en het houten deel van de middeleeuwse stad.
De teloorgang van het educatieve park had voor de self-made ambachtsman geen dramatische consequenties. In Kampen zaten ze op zijn komst te wachten. De particuliere stichting Kamper Kogge, het geesteskind van ambtenaar Rob Busser, wilde spijkers met koppen gaan slaan. Na jaren van voorbereiding was de tijd rijp om een groots plan te realiseren: de bouw van een kogge. Als mascotte van de Hanzestad, die z'n welvaart voor een belangrijk deel te danken had aan de markante eenmaster, waarmee goederen uit een groot deel van Europa werden aangevoerd.
Niemand leek geschikter voor de uitvoering van het project dan de leerling van Willem Vos. Begin '94 trad hij als scheepsbouwmeester in dienst van de stichting. Samen met zijn enige werknemer Anton van den Heuvel geeft hij leiding aan het allegaartje dat door het tweetal is samengesmeed tot een hecht team. Voor het merendeel langdurig werklozen die met behoud van uitkering het vak leren. Met opmerkelijk succes. De doorstroom naar het bedrijfsleven verloopt zo goed, dat Sars moeite heeft de koppel op peil te houden. „Dat is mijn stille leed. Aan de andere kant is het natuurlijk prachtig als iemand een vaste job kan krijgen. Dat blijft het eerste doel."

Vrouwen
Het enige wat Sars vraagt, is oprechte belangstelling voor het project. Wie daarover beschikt kan bij hem terecht. Oud, jong, mannen, vrouwen, Nederlanders, buitenlanders. „Zijn mensen totaal onhandig, dan kom je daar pas in de praktijk achter. Van te voren is het niet te peilen."
De meester heeft een lichte voorkeur voor vrouwelijke krachten. „Die zijn in het algemeen secuurder. We hebben op dit moment twee vrouwen, allebei niet zo jong meer, die samen een geweldig span vormen. Ik kan ze de moeilijkste dingen laten doen."
Een belangrijk aspect van zijn eigen taak is het creëren van een goede sfeer. „Onderlinge wrijving moet in de kiem gesmoord. Die kan binnen zo'n groep gemakkelijk ontstaan, door de verschillen in achtergrond. Het komt voor dat een Nederlandse vrouw, met kinderen die al het huis uit zijn, naast een jonge Iraniër staat die nauwelijks Nederlands kent. Vooral het taalprobleem geeft snel misverstanden. Daar moet je alert op zijn. Zo'n jongen zegt op goed geluk 'ja', terwijl je in zijn ogen één groot vraagteken leest. Dit project is ook bedoeld om deze mensen uit hun isolement te halen en een stukje zelfvertrouwen te geven."

Mosbreeuwsel
De kogge bewijst wat ongeschoold volk kan bereiken. Tussen de houten steigers. waarop vrolijke vlaggen wapperen, groeit het middeleeuwse vrachtschip gestaag. Met zware beitels bewerken de leerlingscheepsbouwers een loodzware dwarsbalk, die de ribben zal verstevigen.
Als voorbeeld voor de replica dient het wrak van een kogge uit de 13e eeuw, dat in 1981 in de omgeving van Nijkerk is opgegraven. Door het Centrum voor Scheepsarcheologie in Ketelhaven is aan de hand daarvan op schaal een model gebouwd, dat in Kampen wordt gebruikt. In tegenstelling tot de twee Duitse replica's, wordt de Kamper kogge zo veel mogelijk op de oorspronkelijke wijze gebouwd. De planken worden gekromd boven een open houtvuur, de naden gedicht met mosbreeuwsel. Het grote razeil zal van hennep worden gemaakt.
De romp van het schip, een reusachtige tobbe, is grotendeels voltooid. Verblijven voor de bemanning kende de kogge niet. Opvarenden zochten ergens in het ruim, onder de losliggende dekplanken, een slaapplaats. Of op het achterschip, onder het kasteel: een platform met kantelen op kolossale poten, bedoeld om piraten af te slaan. Sars verheugt zich nu al op de bouw ervan. „Dan krijgtie ineens een heel apart uiterlijk, let maar op."

Kniestuk
De grootste zorg voor de scheepsbouwer is het vinden van geschikt hout. Met name kromhout, noodzakelijk voor de haakse kniestukken. „Dat zijn ontzettend lastige stukken om te vinden. Je hebt een grote eikenboom met een haakse tak nodig. Die zijn er niet veel. Ik ben er al wat opuit geweest. Belt een houthandelaar ergens in het land: 'Ik heb nou wat voor je liggen, precies wat jij zoekt: helemaal haaks.' Rij je vol verwachting het halve land daar, ligt er een stuk waar een banaan nog krom bij is. En die man maar proberen om krom te praten wat recht is. Zo gaat dat.
Het is ook wel weer een sport. Ik ben op Soestdijk geweest voor een mast. Dan loop je in je eentje door zo'n bos, op zoek naar de geschikte boom. Voor mij als bouwmeester zijn dat prachtige momenten. Op het hele landgoed stond geen mast, maar het is een leuke ervaring." Eind '97 moet de kogge klaar zijn. Wellicht wordt Sars dan betrokken bij de reconstructie van de oude buitenhaven van Kampen. En anders komt hij elders wel aan de bak. „Er is belangstelling genoeg voor cultuur-historische projecten. We hebben jarenlang de mooiste dingen gesloopt. Nu willen we ze terug. Vandaag moet alles haastig. Carpoolstroken, snelwegen, automatisering.. Juist dan krijgen mensen weer belangstelling voor musea, scheepswerven, oude gebouwen. Die geven een gevoel van rust en verbondenheid met het verleden. Daar voel ik me zelf ook het prettigst bij."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.