+ Meer informatie

HET TARWEGRAAN

6 minuten leestijd

„Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u: Indien het tarwegraan in de aarde niet valt en sterft, zo blijft het alleen; maar indien het sterft, zo brengt het veel vrucht voort”. Johannes 12 : 24.

Door het lijden tot de heerlijkheid. In deze éne zin wordt ons de weg getekend, die David moest gaan. Gezalfd tot koning over Israël zal hij komen van de kudde tot de kroon. De Heere Zelf, Die hem Zijn Geest gegeven heeft, staat daarvoor in en zal hem ook zeker brengen tot het ogenblik, dat het koningschap werkelijkheid is.

Echter die kroon ontvangt hij niet dan langs de weg van de lijdensschool. Haat van Saul, vervolgingen, omzwervingen worden zijn deel. Afbraak van eigen ik en eigen wegen moet hij telkens ervaren, ’t Is opdat David zal weten, dat hij de kroon alleen van den Heere ontvangt, uit vrije genade.

In de lijdensweken gaat het om de lijdende Christus. David is door de Geest des Heeren gesteld op de weg naar Christus, maar vertoont ook in zijn weg het beeld van Christus. Voor de Christus geldt het in geheel enige en bijzondere zin, dat Zijn weg als Borg gaat door het lijden naar de heerlijkheid. Ja, door het sterven naar de heerlijkheid. En alleen uit Hem gaan al de Zijnen dit beeld vertonen.

Niet om ook maar iets te verdienen. Hoe zou het kunnen! Maar om langs de weg van een stervend leven de verdienste van de Borgtocht in hun hart en leven uitgewerkt te krijgen. Om juist zichzelf te verliezen en alleen in genade te eindigen.

* * *

Allereerst dus Jezus Zelf moet als Borg de stervensweg gaan. Hij is het tarwegraan, dat in de aarde valt en alleen stervend vrucht voortbrengt.

Eenvoudiger beeld kan de hoogste Profeet en Leraar bijna niet gebruiken. Een beeld, dat niet alleen in Palestina bekend is, maar ook bij ons. In die betrekkelijk kleine graankorrel schuilt het leven. Immers de kleine levenskiem is er in verborgen. Die kiem is het beginsel, waaruit de halm zal groeien.

Die korrel is uit de halm gedorst en ergens op een hoop of in een zak terechtgekomen. Blijft die korrel op een plaats ergens in de schuur, dein verandert deze niet. Zo voor het oog in de normale omstandigheden blijft hij hard graan. De levenskiem blijft verborgen. Zelfs gaat de kiemkracht door de tijd heen steeds minder worden. Het graan moet de dood in. De zaaier moet het uitzaaien in de grond, waar het gaat sterven. Zonder dat stervensproces blijft de korrel „alleen” zonder vrucht.

Christus moet sterven om vrucht te ontvangen. In Hem ligt het leven. Hij is leven uit leven. En nu kan dat leven geen vrucht dragen als Hij niet sterft in plaats van een verloren volk. Dat volk heeft God de rug toegekeerd en moedwillig de band met.God verbroken. De eeuwige dood is verdiend. Overgegeven aan een verlorenheid zonder uitzicht.

Wat een wonder nu! Hij gaat de stervensweg op. Gewillig stelt Hij zich onder de wet van het tarwegraan. Niet één met God verzoend, nooit één in de hemelse zaligheid, als Christus niet gewillig geweest was om deze wet te vervullen. Is het al een wonder voor u geworden? Dat wordt het voor mensen, die hun schuld voor God ontdekt hebben door de Heilige Geest. Die zèlf de dood verdiend, deze Borg nodig kregen.

* * *

De stervenswet van de tarwekorrel is toch ook weer de levenswet. Immers als die korrel is uitgestrooid in de grond, dan gebeurt er onzichtbaar voor ons oog in die donkere aarde wat met dit graan. Die korrel neemt vocht op en sterft. In grond met voldoende vocht kan dit nu eenmaal niet anders. Maar wonderlijk… het sterven wordt het leven. Nu gaat de kiem overwinnen, uitgroeien: wortelen naar beneden, terwijl naar boven het licht gezocht wordt, totdat het groene plantje zich boven de grond gaat vertonen. Straks komt de vrucht: de halm, de aar, het volle koren in de aar.

Sommige Grieken zijn op dit ogenblik gekomen naar Jeruzalem om op het feest te aanbidden. Wie zij verder zijn is niet van het eerste belang. Zij begeren Jezus te zien. En nu ziet de zoon van God de vrucht, die Hij langs de weg van het sterven verkrijgt. Als Zijn ziel zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien. Nu komen de eerstelingen uit de heidenen, maar Hij krijgt een schare die niemand tellen kan. Uit alle volken, uit al de heidenen.

Die schare heeft Hij van eeuwigheid af gekend. De gegevenen des Vaders, uit vrijmachtig Welbehagen verkoren, behoren erbij. Voor hen is Hij gekomen om ze uit de dood en doem te trekken en Zijn offers te brengen tot in de dood. Door Zijn sterven vrucht. Hij zal ze allen tot Zich trekken. Hij laat Zijn verdienste verkondigen om bekend te maken, dat door Zijn dood het leven verkregen kan worden.

* * *

Maar dàt leven gaat altijd de stervensweg.

Christus als het Hoofd die weg maar nu Zijn lidmaten uit Hem. Er is voor hen geen sterven zonder leven. Maar ook geen leven zonder sterven. Door de Heilige Geest wordt deze wet in hen uitgewerkt. Die Geest schenkt het leven in de dood door het wonder van Zijn werk. Maar dan gaat het de weg der ontdekking. Hulpbehoevend en arm worden ze in die weg. Met een schuldverslagen hart leren ze om God zuchten. En er is een groot verschil tussen die zó sterft, dan die maar eens een ogenblik aangeraakt schijnt te zijn. Bij dit sterven worden er uitgangen naar God geboren, bij een ontroering enz. van een ogenblik niet.

En die stervensweg gaat door. De ware lidmaten willen er niet aan! Ze zijn ertegen naar het vlees. En tòch… het gaat om het leven, om het leven in en uit Christus. Dàt wordt geopenbaard langs deze weg en in hun hart gekend. Om alleen door het geloof in de verdienste van deze Borg het leven te zoeken en te ervaren. Wat erg dan als wij blijven leven zonder te sterven.

Dan moeten al degenen, die buiten zichzelf het leven in Christus leren zoeken, het beeld van Hem ook in deze stervensweg vertonen in hun leven. Sommigen op een bijzondere wijze en daardoor tot bijzondere vrucht gesteld door Gods genade. Maar ieder van Gods beminden moet sterven aan eigen „ik”, aan de zonde, aan eigen dwaasheid aan eigen wegen. Om het hunne te verliezen en het hemelse te betrachten.

Verlang maar nooit naar een bijzondere stervensweg. God geeft een ieder van de Zijnen er wat van mee. Menigmaal zien ze meer op het sterven dan op het leven. Vrezen ze, dat de vrucht uit zal blijven. En tòch… zij zullen niet binnen gaan zonder vrucht. Niet als loze aren, maar vol naar de mate van Goddelijke vrijmacht. Want hun vrucht is uit Hem gevonden, die Zijn Borgziel gegeven heeft tot een schuld-offer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.