+ Meer informatie

Faliekante onzin over de broeikas

KNMI'er over klimaatonderzoek: Als we doen alsof we harde uitspraken kunnen doen, zijn we gek

10 minuten leestijd

Bang voor een versterkt broeikaseffect? Prof. dr. C. J. F. Böttcher is het beslist niet. „Broeikasmaniakken", noemt deze Leidse emeritus hoogleraar de onderzoekers die zich op dit terrein wel zorgen maken. „Ze beseffen nauwelijks voor welke karretjes ze zich laten spannen". Het eerste van een reeks lachsalvo's klinkt in de Leidse collegezaal.

Professor Böttcher voelt zich heerlijk thuis „in deze zaal waar ik met zo veel plezier over deze materie colleges heb gegeven". Hij heeft er weer zin in, deze week op een zonovergoten herfstmiddag. Wat broeikas? Niks broeikas. Buiten is het 12 graden; binnen loopt de temperatuur aardig op. Böttcher veegt de vloer aan met al die broeikasmaniakken.

Dit is al te dol, zie je prof. dr. ir. P. Vellinga van de Vrije Universiteit denken. Die zit ook in de collegebank. Had hij z'n antraciet-grijs niet aan dan zou je 'm voor een wat oudere student aanzien. Hij schrijft onder Böttcher minstens een A-viertje vol. Dat zal hem straks van pas komen. Als hij zijn lezing uit mag spreken.

Vellinga moet echter nog even geduld hebben. Professor dr. ir. H. Tennekes mag eerst. Misschien dat die Böttcher wel even neersabelt. Tennekes is tenslotte directeur strategische beleidsontwikkeling van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut in De Bilt. Echter, Tennekes is nog maar net aan het woord, of Vellinga zit alweer druk te schrijven.

Onleefbaar

Over minstens twee dingen zijn alle klimaatdeskundigen het op broeikasgebied met elkaar eens. Om te beginnen: zonder broeikaseffect van de atmosfeer zou onze planeet een onleefbaar oord zijn. Mars is zo'n gebied. De temperatuur ligt daar overdag rond de 20 graden Celsius en 's nachts vriest het er een graad of 80. Het tegenovergestelde komt in ons zonnestelsel ook voor. De atmosfeer van Venus vormt een broeikas waar niemand gelukkig mee zou zijn. Op een Venusdag wordt het makkelijk 400 graden Celsius en 's nachts koelt het daar nauwelijks af.

Serieuze klimatologen zijn bang dat het met de atmosfeer van de aarde de verkeerde kant op gaat. Dat de dampkring voldoende zonnewarmte vasthoudt, is te danken aan de broeikasgassen die erin zitten. Waterdamp speelt daarbij een hoofdrol. Andere belangrijke broeikasgassen zijn methaan (CH4) distikstofdioxyde (N2O2), ozon (O3) en kooldioxyde, (CO2). Voor het broeikaseffect is de aanwezigheid van kooldioxyde doorslaggevend.

Het tweede punt waarover alle klimaatdeskundigen het eens zijn, is dat de concentratie van CO2 de afgelopen 150 jaar is gestegen van 0,03 procent tot 0,035. Dat komt eenvoudig doordat 'de wereld' vandaag de dag grotendeels op fossiele brandstoffen als steenkool, aardolie en aardgas draait. Bij de verbranding daarvan komt onvermijdelijk CO2 vrij.

Dat vinden veel wetenschappers verontrustend. Een toename van de CO2-concentratie betekent ook, zo redeneren zij, een versterking van het natuurlijk broeikaseffect en dat moet vroeg of laat een temperatuurverhoging en misschien zelfs wel klimaatverandering tot gevolg hebben. En over dat laatste lopen de meningen nog steeds uiteen.

Eigen werk

„Ik heb de afgelopen tien jaar intensief op dit onderwerp gestudeerd", begint de 77 jarige emeritus hoogleraar zijn lezing. Hij weet zijn publiek nu haarfijn te vertellen hoe het zit. Het broeikaseffect wordt als iets angstaanjagends voorgesteld. Het heeft ook alles te maken met machtsverhoudingen en politieke belangen. Wetenschappers hebben kans gezien om de politiek voor dit onderwerp te interesseren en daarmee zijn ze verzekerd van een forse geldstroom voor hun wetenschappelijk onderzoek waarvoor ze steeds grotere computers nodig hebben. „Researchprojecten komen als paddestoelen uit de grond". Böttcher weet ook hoe dat precies gegaan is. „Geen enkele wetenschapper heeft directe toegang tot de overheid. Dat is ze echter gelukt via de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO), een machtig orgaan van de Verenigde Naties". Vellinga begint ondertussen aan zijn tweede velletje. Hij was vice-voorzitter van een van de door de WMO ingestelde werkgroepen.

Böttcher laat niets heel van de „pilaren" waarop verontruste onderzoekers hun voorspellingen baseren. Onlangs heeft hij zijn grieven gepubliceerd in "Science and Fiction of the Greenhouse Effect and Carbon Dioxide" en in Leiden draagt hij een groot halfuur geestdriftig voor uit eigen werk.

Bij een toenemend percentage kooldioxyde zou de temperatuur toenemen? Niet bewezen. Het is de afgelopen honderd jaar wel warmer geworden maar dat is vooral te danken aan de temperatuurstijging in de periode 1890-1930. Tussen 1930 en 1980 -toen brachten de mensen veel meer vreemde stoffen in de atmosfeer- is de temperatuur zelfs licht gedaald. „Als je naar de laatste tweehonderd jaar kijkt, blijft er zelfs helemaal niks van over".

IJskap

Klimatologen zijn tegenwoordig in staat om in de aardse klimaatgeschiedenis te kijken. In ijskernen van bij voorbeeld de Antarctische ijskap zit op een paar honderd meter diepte prehistorische lucht opgeslagen. Böttcher geeft geen cent voor dit werk. „Noorse deskundigen voeren er ernstige bezwaren tegen aan. Dit onderzoek staat zeer ter discussie".

Böttcher heeft dan ook nooit iets gezien in een op de C02-uitstoot gebaseerde energieheffing om de vaderlandse C02-emissie omlaag te krijgen. „Kooldioxyde is een even belangrijk als onmisbaar bestanddeel van de atmosfeer. Mensen ademen per etmaal ongeveer evenveel kooldioxyde uit als vrijkomt bij de verbranding van een liter benzine. Waarom windt men zich nu zo op? Omdat de minister vindt dat er een energieheffing moet komen; een nieuwe melkkoe voor de minister van financiën omdat er wetenschappers zijn die zich ongerust maken over de toename van het C02-percentage in de atmosfeer. Daar zou Nederland dan ook nog gidsland in moeten zijn?"

Böttcher wordt cynisch. „Zelfs slapende vulkanen stoten kooldioxyde uit. De Etna produceerde voor de laatste uitbarsting jaarlijks net zoveel CO2 als alle Nederlandse steenkoolgestookte elektriciteitcentrales. Eigenlijk zouden we de Italianen schadevergoeding moeten laten betalen".

Hogepriester

Een man als professor Tennekes moet over dit soort uitlatingen een deskundig oordeel kunnen vellen. Maar Tennekes praat nauwelijks over broeikaseffect. „Ik maak me grote zorgen over de toekomst van onze planeet, niet over het broeikaseffect. Jammer dat de maatschappelijke discussie over de toekomst van onze planeet bedorven wordt door discussies over het broeikaseffect". Wat zijn dan de zorgen van Tennekes? „Het energieverbruik, de tegenstelling arm-rijk, het dwangmatige van de economische groei en de groei van de wereldbevolking". Voor de aanpak van zijn laatste probleem heeft hij een oplossing. „Op een vergadering op het ministerie van VROM zei ik een keer: Stem niet op het CDA want die steunen de paus en die vertikt het om iets aan bevolkingspolitiek te doen. Dan wordt het stil. Dat mag je niet zeggen, natuurlijk".

Tennekes, die zichzelf ziet als „hogepriester van de wetenschap", vindt dat hij een eerlijk verhaal moet vertellen over wat de meteorologie op dit moment over de toekomstige klimaatontwikkeling kan zeggen. „Methodologisch klopt er een heleboel niet aan het klimaatonderzoek. De wetenschapper ontdekt zijn waarheden door herhaling maar klimaatwetenschappers weten nog lang niet hoe het organisme van moeder aarde werkt en ze hebben te maken met onomkeerbare veranderingen. Medici kunnen over één individu ook geen enkele betrouwbare uitspraak doen. Er is echter maar één planeet aarde. Dat is tegelijk ook heel bedreigend. Wij staan nog maar aan het begin van het klimaatonderzoek. Als we doen alsof we uitspraken kunnen doen, zijn we gek".

Capaciteit

Als het aan Tennekes ligt, kan het nog even duren voor vanuit De Bilt uitspraken komen. „Aan de computermodellen mankeert nog zo ontzettend veel dat de huidige uitspraken niet gepubliceerd zouden moeten zijn. Je hebt minstens 100 of 1000 keer de huidige computercapaciteit nodig". Van de mensen die de klimaatmodellen moeten leveren, heeft Tennekes ook niet zo'n hoge pet op. „Een klimaatmodelbouwer loopt altijd achter de feiten aan. Pas als het gebeurd is, kun je zien of de modelbouw goed geweest is. Modelbouwers zijn geen wetenschappers; ze doen ingenieurswerk. Als ze dat zouden erkennen, waren we al een heel eind verder".

Vellinga is inmiddels redelijk opgeladen. Hij staat hier niet in de eerste plaats omdat hij in Amsterdam hoogleraar milieuwetenschappen en veranderende aardsystemen en directeur van het Instituut voor Milieuvraagstukken is. Zijn vorige baas was minister Alders en voor die minister was Vellinga de man die internationaal op pad ging als "klimaatonderhandelaar". Hij heeft in die functie gedaan wat hij kon om de Europese Gemeenschap op de Nederlandse lijn te krijgen voor wat betreft de beperking van de C02-uitstoot. In het mondiale circuit deed hij mee aan het opstellen van nota's die gebaseerd waren op modellen van Tennekes' collega's die zo gek waren dat ze wel uitspraken deden. „Als domme beleidsmaker krijg je daar mee te maken en denk je: Wat moeten we daar nu van bakken?".

Mondiale opwarming

Vellinga heeft noch met de krasse uitspraken van Böttcher, noch met de onzekerheid van Tennekes enige moeite. Ook in Amsterdam hebben ze grafieken die het verband aangeven tussen de samenstelling van de lucht in ijskappen en het temperatuurverloop in de afgelopen eeuwen. „De precieze samenstelling van de lucht doet er niet zo toe", zegt Vellinga. „Dan zou er recent ontdekt zijn dat je die ijskernen beter niet kunt gebruiken. Tja, er zal nog veel meer ontdekt worden. Die gegevens zijn echter wel gecontroleerd en een verandering in de samenstelling van de lucht blijkt wél samen te vallen met zowel een verandering in het verloop van de temperatuur als meteen verandering van zeeniveau. De concentratie CO2 is misschien niet helemaal juist, maar het verloop klopt wel".

Böttcher spiegelt de zaak natuurlijk verkeerd voor als hij de kooldioxyde uitstoot van een mens vergelijkt met wat een benzinemotor produceert. Vellinga: „Wat een auto aan CO2 produceert zat jarenlang, in de vorm van fossiele brandstoffen, in de bodem opgeslagen".

De Amsterdamse hoogleraar wil ook niets weten van het temperatuurverhaal van Böttcher. „We hebben wel degelijk signalen van mondiale opwarming. Dat die waarneming een bewijs is voor een versterkt broeikaseffect weet je pas als zo'n reeks twintig jaar loopt". Dat moment wil Vellinga niet afwachten. „Het is als een hond die gromt. Of het een vriendelijk hondje of een pit buil is, weet je pas zeker als hij bijt".

„Faliekante onzin", noemt Vellinga de bewering van Böttcher dat Nederland gidsland zou zijn in het treffen van maatregelen als een C02-heffing. Ook vindt hij het „absolute kolder", dat Böttcher waar hij kan, doet alsof de voorgestelde maatregelen draconisch zijn. „In Nederland is voorgesteld om de C02-uitstoot niet al te zeer te laten toenemen. De laatste vijf jaar is die al redelijk stabiel. Een afname van 3 tot 5 procent voor het jaar 2000 is dan ook niet draconisch maar het minste wat je voor het milieu en andere zaken kunt doen", vindt Vellinga, Hij vreest de opkomst van de ontwikkelingslanden als grote steenkool- en olieverstokers. „Nu ligt de sleutel voor de C02-problematiek nog in onze handen. Als we wat willen doen, moeten we het de komende twintig jaar doen, anders ligt de zaak in handen van landen als India en China".

Vellinga zit dan ook niet te wachten op de zekerheid die Tennekes nodig heeft voordat die zijn uitspraken durft te doen. Ook zijn bezorgdheid over de bevolkingsontwikkeling deelt Vellinga niet: „Ik kan niet aantonen dat er geen veertig miljard mensen op aarde kunnen wonen", merkt hij droogjes op terwijl Tennekes met de verdubbeling van het huidige aantal van ongeveer vijf en een half miljard al grote problemen verwacht.

Te gek

Böttcher vindt die snelle groei van de wereldbevolking ook niks, maar op milieugebied hoeft niemand zich zorgen te maken. De bejaarde chemicus raakt zelfs lichtelijk geïrriteerd als blijkt dat een KNMI-onderzoeker uit de zaal er niet helemaal gerust op is dat het na de eeuwwisseling allemaal goed blijft gaan. „'t Is toch te gek dat we nu al oplossingen zouden moeten hebben om CO2 en methaan af te vangen die dan vrijkomt. Chemici zijn veel knapper dan u denkt". Dit pikt de zaal niet. Geen lachsalvo meer; slechts hoongelach.

Dat die knappe chemici dan niet zo verstandig zijn dat ze het gat in de ozonlaag even repareren. Dat die chemici dan ook niet even het verzuringsprobleem oplossen. Dat die knappe chemici dan niet even...

Het is te hopen dat beleidsmakers vooral niet naar chemici als Böttcher zullen luisteren.

































































Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.