+ Meer informatie

De Christinnereis is voor jong en oud

7 minuten leestijd

4.

Vaderlijk heeft Verborgenheid gesproken in het gezin van de Pelgrim, die het doel van de reis reeds mocht bereiken. De Heere dacht aan dit gezin. Hij zag er ontfermend op neder. Vanuit de bewogenheid, waarmede Christus bewogen was in het spreken tot de scharen, sprak deze wonderlijke spreker van kruis en druk, tot wasdom van het geestelijke leven. Van wegen, waarin men alleen met een kinderlijk vertrouwen op de Heere kan staande blijven, om te volharden in het geloof.

In de liefde van deze bewogenheid werd de verbondenheid van Verborgenheid aan dit gezin, dat nog maar pas uit de slaap der zorgeloosheid kwam te ontwaken, gevoeld en gewaardeerd. Ja gewaardeerd werd hij als een vriend, die met een biddend hart sprak tot onderwijzing op de reis naar Sion.

Aandachtig werd door het gezin geluisterd naar de man, die voor hen gekomen was als met een boodschap van de Heere uit de hemel. En toch kon de man als een boodschapper van goede tijding het gezin nog niet verlaten, al was de boodschap gebracht. Al stond hij gereed om te vertrekken, zo werd hij toch nog door iets vastgehouden. En dat was zijn innig verlangen iets te mogen horen vanuit het innerlijke leven van dit gezin.

Aangenaam was het dan ook deze belangstellende man, toen de weduwe openhartig begon te spreken met de kinderen vanuit haar innerlijk leven. Daaruit bleek hem, dat het haar zonen niet onbekend was hoe het hart van de moeder verbonden was aan de Heere. Onder een vloed van tranen kwamen zij zich eenparig uit te spreken met haar de Heere te zoeken en te vrezen. En dat is nu de kern van de zaak in een christelijk gezinsleven.

Bevredigd door het spreken van moeder en kinderen uit de keus van het hart, verlaat Verborgenheid het gezin, dat moed en kracht heeft zich reisvaardig te maken.

Maar goed doorgedacht was dit gezin allang een reizend gezin. Elk mens is van nature op reis naar een allesbeslissende eeuwigheid. Ja, in de grond van de zaak was dit gezin op reis naar de stad, die geen fundamenten heeft, en dat is de poel van vuur en sulfer. Dat nu is dat gezin duidelijk, dat er tweeërlei volk, tweeërlei weg en tweeërlei einde is. Van een derde weg is geen sprake.

De weduwe acht zich gelukkig, dat haar oog en dat van haar kinderen geopend is voor het rampzalig einde, dat de mens wacht als hij sterft, zoals hij geboren is. Bij het zien van het geluk van Gods kinderen heeft zij haar ongeluk en dat van haar kinderen leren bewenen. En zo heeft zij de wereld met al haar begeerlijkheden mogen verlaten, tot behoud van haar gezin. In afhankelijkheid van de genade des Heeren maakt zij zich gereed voor de reis naar de stad, die fundamenten heeft. Een reisplan dat van buiten af op tegenstand kwam te stuiten. Allerwege werd het verlaten van de stad Verderf, het zoeken van de gerechtigheid, scherp veroordeeld. De stad verlaten, die aan al de verlangens van het leven in de zonde voldoet, om dan een kluizenaarsleven te gaan leven, is voor deze burgers het allerergste, want dan hebt u geen leven meer. Twee van de naaste buren gevoelden zich verplicht het gezin te bezoeken om het nieuwe reisplan uit het hoofd te praten. Heel veelhad buurvrouw Vreesachtig eroptegen, datChristinne de stad wilde verlaten, want zij waren altijd zo gelukkig met elkaar als burgers van deze oude stad.

Maar dat was niet het enige, er was nog iets anders in het hart van Vreesachtig. Zij wist best, dat de stad geen toekomst had voor de eeuwigheid, en dat deed haar zo vreesachtig zijn. En met het vertrek van Christinne tot veroordeling van haar stad, kon die vreesachtigheid wel eens geheel de overhand bekomen.

Beleefdheidshalve heeft Christinne naar het ijdele geredeneer van Vreesachtig geluisterd, en daarop kort en zakelijk gesproken vanuit haar keus de Heere te dienen. Daarop kwam Vreesachtig haar hooghartig te beschimpen en te verachten met de gedachte, dat het door Barmhartigheid, die zij daartoe had meegebracht, wel bevestigd zou worden. En daaraan werd tot haar verbazing niet voldaan, want de nog jonge Barmhartigheid was door het spreken van Christinne getroffen, haar hart was er zelfs door ingenomen. Met het voorstel van Vreesachtig Christinne met haar kinderen aan haar lot over te laten, kon Barmhartigheid zich niet verenigen.

In plaats daarvan gevoelde deze jonge dochter zich genegen enige hulp te verlenen bij het vertrek uit de stad door een eindweegs met haar mee te gaan. En dat kwam goed van pas, zodat haar hulp met dank aanvaard werd door deze weduwe.

Verslagen in haar spreken en veroordeeld in haar geweten, moest Vreesachtig alleen huiswaarts keren. Maar desniettemin was zij gewaarschuwd voor de eeuwigheid, daar zij met ernst was gewezen op de noodzakelijkheid en op de mogelijkheid van de waarachtige bekering.

Gesterkt door het smaken van Gods goedertierenheid tot bekering, was Christinne spoedig gereed en innerlijk ten volle bereid destad van haar geboorte te verlaten met haar kinderen. Door acht te nemen op de grote zaligheid was in haar oog de stad, die zij kwam te verlaten, een stad der ijdelheid en der ongerechtigheid. Met een innig medelijden zag zij op al die burgers neer en bad in stilte om hun bekering. Wat haar te beurt gevallen is, gunt zij alle mensen.

Maar wat is nu debedoeling van Barmhartigheid, die nog slechts voor kort meerderjarig werd? Met één van de kleinste kinderen aan haar hand trekt zij mee de stadspoort uit, alsof zij eensgeestes is met deze weduwe. Hoe zal zij dat moeten versieren als zij straksweer terug komt in de stad. Mij dunkt, dat kan haar toekomst daar wel eens schadelijk zijn, want echte burgers deden dat niet. Het zal toch geen dochter zijn van Plooibaar, die met zijn schikken en plooien in verachting kwam? Hij is toch ook met de Pelgrim een eindweegs meegetrokken en vanwege de moeilijkheden teruggekeerd. Maar Barmhartig heeft het niet beloofd mee te gaan, al was daar wel enige toegenegenheid voor in haar hart.

Blijkbaar ging zij met de grootste voorzichtigheid te werk, want het is geen geringe zaak zijn volk en het huis van ouders te verlaten, terwijl zij niet eens wist of de Koning van dat heerlijke land wel lust aan haar had.

Zeker, zij had wel belangstelling voor de dingen der eeuwigheid, zij luisterde naar het spreken van de Heere en Zijn dienst, maar verder hield zij alles nog verborgen. Het mocht eens niet echt zijn, en wat dan?

Toen zij even buiten de stad waren en vrijer met elkander konden spreken,bleekhet Christinne, dat haar oog gevestigd was op hetdoel van de reis. Haar oog ging steeds meer open voor het geluk van Gods kinderen, met de overtuiging, dat de Heere het waardig is gediend en gevreesd te worden. Eindelijk was het haar niet meer mogelijk terug te keren. Maar dat alles gaf haar nog geen burgerrecht voor die heerlijke stad. En het zou haar ook niet baten al werd zij dienstbode bij deze weduwe en sliep zij met haar op één bed. Deze jonge dochter mist het burgerrecht der heiligen, zij staat geheel voor eigen rekening. Rugwaarts wil zij niet, en voorwaarts kan zijniet, daar zij geen lichtpunt ziet voor de eeuwigheid. En wat nu?

Terwijl Barmhartigheid met al deze bekommeringen omtrent de dingen van de eeuwigheid vervuld was, kwam Christinne tot deze gedachte: Laat ons gezamenlijk voortreizen tot aan de enge poort om daar tespreken met de portier Welbehagen over al uw bekommeringen. Het is een man, die knopen weet te ontbinden en raadselen op te lossen. En dat doet hij nooit buiten de Heere om, want Hij alleen kent het hart en proeft de nieren.

Ja, de Heere kent het hart, Hij ziet naar waarheid in het binnenste en dat schrikt Barmhartigheid niet af. Soms is het in haar hart alsof zij de Heere hartelijk liefheeft, maar zij weet niet hoe dat toch wel mogelijk is. En zo trokken zij de vlakte op in de richting van de enge poort, terwijl het oog gevestigd was op de vanouds beproefde stenen van Gods beloften.

Nijkerk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.