+ Meer informatie

„Visserijbeleid EG moet snel veranderen''

Bukman vindt quoteringsregeling te star

3 minuten leestijd

VLISSINGEN — Het liuidige visserijbeleid van de Europese Gemeenschap moet zo snel mogelijk veranderen. Het TAC's/quota-systeem, dat de vangsthoeveelheden tot op de kilo nauwkeurig vaststelt, is te strikt gehanteerd. Bovendien is er sprake van een onoverzichtelijk pakket van ingewikkelde en gedetailleerde regels.

Dat zei minister P. Bukman zaterdag tijdens de dag van de Nederlandse Zeevisserij in Vlissingen. Hij hekelde het huidige EG-quoteringssysteem als te star en te ver van de dagelijkse praktijk verwijderd. Volgens de bewindsman moet iedere lidstaat de mogelijkheid krijgen om de toegewezen quota nationaal te vertalen in een zogenaamde zeedagenregeling (aantal visdagen per schip). „Er worden dan aan de vissers geen vangsthoeveelheden beschikbaar gesteld, maar zeedagen". Voordeel hiervan is volgens de minister dat alle gevangen vis mag worden aangeland en dat de inzet van de vloot veel eenvoudiger kan worden gecontroleerd.

Verder vindt Bukman dat TAC's en quota voor meer dan één jaar moeten word.en vastgesteld, met mogelijkheden van bijstelling per jaar of per halfjaar. Deze voorstellen zal de minister de Europese Commissie onder ogen brengen. Overigens verwacht hij niet dat zijn collega-ministers in de EG de plannen „van de ene op de andere dag" zullen accepteren. „Nederlandse voorstellen worden nu eenmaal niet per definitie met gejuich ontvangen". De bewindsman zegde zijn gehoor zaterdag toe de voorstellen verder uit te werken. Bukman maakte ook bekend dat nog dit jaar de Structuurnota Zee- en Kustvisserij zal worden afgerond. In de nota worden natuur- en visserijbelangen tegen elkaar afgewogen. De minister zal op korte termijn een standpunt innemen over het instellen van beschermde gebieden op de Noordzee. „Daarbij zullen de langetermijn-belangen van de visserij worden meegewogen".

Waarschuwing

Drs. D. J. Langstraat, voorzitter van het Produktschap voor Vis en Visprodukten, waarschuwde de minister in ieder geval goed rekening te houden met de effecten van zo'n afsluiting. De voorzitter hekelde met name de houding van milieu- en natuurbeschermers. Zij zijn met hun beschuldigingen aan het adres van de visserij, aldus Langstraat, mede oorzaak geweest van het schrijven van een rapport dat voorstelt een kwart van het Nederlandse deel van het continentaal plat te sluiten voor de visserij. „Een goede afweging voor een dergelijke beslissing is nog niet eens gemaakt. De noodzaak is nog niet aangetoond en de effecten zijn nog niet goed onderzocht. Wat te denken van de schade die de sector zou kunnen ondervinden? Voor de kustvissers en het bedrijfsleven betekent dit een schadepost van meer dan een half miljard gulden en veel verlies van werkgelegenheid".

Schelpdieren

Ook de eventuele sluiting van de Waddenzee en Oosterschelde voor de schelpdiervisserij wekte de boosheid van Langstraat op. Hij sprak van een ongenuanceerde en onvoldoende onderbouwde kritiek uit de hoek van de natuurbeschermingsorganisaties. Eveneens verweet hij de Vereniging tot Behoud van de Waddenzee leugenachtig gedrag. Hij noemde de tekst van een ledenwerfadvertentie misleidend. Daarin wordt, aldus de visserij-voorzitter, gesuggereerd dat mosselkwekers om een afschotvergunning voor eidereenden hebben gevraagd. Die vogelsoort is een belangrijke consument van mosselen. „Laat ik duidelijk zijn: er is geen enkele landelijke visserij-organisatie die het ministerie verzocht heeft om een afschotvergunning" .

Langstraat maakte eveneens bekend dat er dit jaar op een aantal plaatsen in de Waddenzee weer mosselzaad is gevallen. En dat is volgens hem hoopgevend. Mosselkwekers vragen zich echter af of er voldoende is voor de handel. Deze week zullen de zaaddragende banken geïnspecteerd worden. De uitkomst daarvan bepaalt of er binnenkort op zaad gevist mag worden en zo ja, door hoeveel boten.

De voorzitter had voor de genodigden ook goede berichten. „De vis zit nog steeds in de lift. Dit geldt voor zowel binnenlands verbruik als voor de export". De suggestie van de Vlissingse visserijwethouder T. R. K. Meijers om in Vlissingen ook garnalen te verhandelen, werd door Langstraat positief benaderd: „Van mij mag het".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.