+ Meer informatie

Friesland anno 1900

Yde Schakels "Aldfaers Erf"

13 minuten leestijd

Er zijn gewone, bijzondere en uitzonderlijke mensen. Yde Schakel behoort tot de laatste categorie. Tegen heug en meug doorworstelde hij vier klassen lagere school. Met zijn handen bouwde hij een bloeiend aannemingsbedrijf op. Door een vergeten opstel in een muurspleet van een voormalig schooltje nam zijn leven een onverwachte wending. Schakel werd de strijder voor het tastbare erfdeel der Friese voorvaderen. Hij begon met de restauratie van een schooltje. Daar kwam al gauw een grutterswinkeltje bij. Toen een 18e-eeuwse boerderij, een timmermanswerkplaats en een kerkje. Het geheel vormt nu een levend openluchtmuseum dat jaarlijks honderdduizend bezoekers trekt. Op pad met de grondlegger van "Aldfaers Erf'.

Aan doorgaand verkeer heeft Wonseradeel geen behoefte. De Friese gehuchten die door deze gemeente worden saamgebonden kennen nog rust. Dat moet zo bhjven. Vandaar dat de weg van Bolsward naar Makkum vernuftig is weggewerkt. Een poging om via een karrepad toch m'n doel te bereiken, strandt bij een terpboerderij. Nauwgezette bestudering van de kaart voert me terug naar Bolsward, waar achter een viaduct de weg naar Exmorra begint. Het is de poort tot een ongerept stukje Friesland aan de boezem van de voormalige Zuiderzee. Alleenstaande boerderijen met heirode daken. In alle windrichtingen dorpen en vlekken met in het hart de stoere kerken die zo wonderwel passen bij het vierkante karakter van de Fries. Grazende koeien in fris groen weideland. Schapen op de dijk die het gebied moet beschermen tegen de watermassa van het IJsselmeer.

Allinga-State
Achter Exmorra ligt het terpdorpje Allingawier met z'n 22 inwoners. Yde Schakel is een van hen. En toch ook weer niet. In de kleine gemeenschap neemt hij een bijzondere plaats in, door zijn positie als grondlegger van de Aldfaers Erf Route. Dank zij hem ontvangt het gehucht jaarlijks honderdduizend bezoekers. De voormalige aannemer bewoont een excentriek pand buiten het dorp. Het draagt de naam Allinga-State en houdt het midden tussen een kasteel, een boerderij en een kerk. Eromheen ligt een perfect onderhouden lusthof Op een prieeltje naar een voorbeeld in IJlst pronkt een pauw. Achter in de tuin staat een tropische kas met daarin een stukje oerwoud: Schakels jongste hobby. In de sloot die het domein begrenst snateren eenden en ganzen. Aan de overzijde zijn boeren begonnen aan de hooibouw. Naast de garage, waarvoor een koetshuis in Stiens model stond, staat het voertuig van de heer des huizes. Een hemelsblauwe Buick waarin ik mag plaatsnemen. In zo'n bohde past een gentleman in driedelig kostuum. Schakel gaat gekleed in ruitjesbroek en ruwwoUen schipperstrui. Hij is een vat vol tegenstrijdigheden. Even ondefinieerbaar als het pand dat hij bewoont.

Druppelen
Het wonderlijke bouwwerk verrees in 1976. Volgens de wens van Schakel werden door de architect zowel in- als uitwendig tientallen Friese bouwfragmenten verwerkt. Houten dakkapellen van Lemmer, schoorsteenkronen van Workum, een zandstenen dakkapel van Heeg, de voorgevel van een boerderij in Piaam, de hoektorenspits van Marssum. Het klokketouw komt uit in de gang, zodat op elk gewenst moment de klok kan worden geluid om de eigenaar van het bizarre pand huiswaarts te roepen. „'t Is een hele kermis", geeft hij toe. „Ik kan niet componeren zoals de bouwer van het gemeentehuis van Bolsward en heb er gewoon een potpourri van gemaakt. Sommigen noemen het Kitschema-State. Eerst wilde de raad geen goedkeuring voor de bouw geven. Later wel, op voorspraak van de burgemeester. Toen de vergunning al verleend was, kwam hij toch nog 's praten. Hij zat er wat mee. ik zeg: „Burgemeester, eerst maar 's een Berenburgje, niet?" Aan het eind van de avond zag hij het weer helemaal zitten. Druppelen, noemen we dat in Friesland."

SRV-man
De in Tjerkwerd geboren Fries groeide op in een gezin met elf kinderen, die door elf koeien in leven werden gehouden. Yde kon niet leren. Verder dan vier jaar lagere school kwam hij niet. Toen vader Schakel het in de oorlogsjaren wat beter kreeg, besloot hij dat deze zoon nog wat bijgespijkerd moest worden. Yde mocht naar de ambachtsschool in Sneek. „Op m'n eerste rapport stond: het wordt niks en het zal nooit wat worden. Met het laatste rapport kwam de directeur zelf naar m'n ouders toe. Ik had niks dan tweeën en drieën. Het was inmiddels 1944. Mijnheer de directeur kreeg een stuk spek mee, wat eieren en boter. Voordat hij wegging zei hij: ik zal het nog 's proberen met die jongen. Mijn twee voor natuurkunde werd ineens een zeven. Ik werd een soort SRV-man, die de directeur voorzag van zuivel. Zo heb ik m'n diploma gekregen."

Examen
Na een periode van vijfjaar als timmermansleerling kwam hij in dienst van de timmerman van Exmorra. Toen die werd geveld door een beroerte, nam Yde het bedrijf over. Het timmermanswerk groeide uit tot de bouw van complete huizen, zonder dat de bouwer daarvoor papieren bezat. Op voorspraak van aannemer Draisma uit Makkum werd besloten hem een verlicht examen af te laten leggen. „Ik maakte er niks van. Ze vroegen me dingen waar ik nog nooit van gehoord had. Toch kreeg ik m'n erkenning. Ze durfden de dorpen niet van hun timmerman te beroven. Niemand verwachtte dat ik nog eens een grote concurrent van mensen als Draisma zou worden." De voorkeur van Schakel ging uit naar restauratiewerk. Daarin werd hij een expert. „Restaureren is heel eenvoudig", doceert hij. „Het is als het herstellen van een muziekstuk dat al gecomponeerd is, maar waarvan een aantal noten is gehavend. Hier mist een stokje. Daar is een stukje van de notenbalk weggevallen. Je hoeft niet anders te doen dan dat wat weggevallen of beschadigd is te herstellen. Veel restaurateurs in Nederland begrijpen dat niet. Die gaan er zelf noteu bij zetten. Dan krijg je een vals liedje."

Draak
Met de groei van de hoeveelheid werk wies ook het personeelsbestand. „Het bedrijf met z'n 250 werknemers werd voor mij een grote draak. Die draak moet jij voeren. Heb je geen eten genoeg, dan eet hij jou op. Daarom heb ik hem verkocht aan de Hollandse Beton Groep. Die vonden hem helemaal niet zo groot." Schakel zelfwas tot twee jaar terug adviseur binnen de HBG. Nu kan hij zich als vutter volledig geven aan de Aldfaers Erf Route: zijn levenswerk. De wagen houdt stil voor het grutterswinkeltje van Exmorra, een in het dorp geïntegreerd, levend museumstuk. Ontkomen aan de tand des tijds. Een jonge knaap verkoopt snoep uit glazen potten. Achter hem staan vooroorlogse pakken tabak en trommels met koffie en thee. Op de toonbank liggen twee leitjes, met daarop de namen van hen die bij de grutter in het krijt staan. Een kleurenprent maakt reclame voor levertraan. Met de aankoop van dit pand in 1968 legde Schakel onbewust het fundament voor Aldfaers Erf Het uit 1765 daterende winkeltje moest gaan fungeren als pakhuis voor de opslag van board. „Ik heb de toonbank kapot geslagen, de schappen eruit gesloopt en ging toen met de tegeltjes aan de gang. Daar kon je goed geld voor maken. Gelukkig ben ik met de tegeltjes in het petroleumhok begonnen. Toen ik daarmee bezig was kwam ik bij een scheur in de muur. Daarin zat een stuk papier. Het bleek een opstel te zijn uit de vorige eeuw van een Djurre Okke's Postma."

Schoolbord
Navraag wees uit dat de ruimte ernaast dienst had gedaan als schooltje. In een nostalgische bui besloot Schakel het hokje in z'n oorspronkelijke luister te herstellen. Naast Hoogeveen's verbeterde leesplank met daar-O op het alom bekende "aap noot mies" staat een schoolbord met in krijt de "schooldienaars en meesters in Exmorra vanaf 1640." Zelfs de schriftjes liggen nog op tafel. Alleen de leerlingen met hun boerenpakjes en grijze petten zijn even weg. Ook het gemolesteerde winkeltje werd gerestaureerd. Later kwam in het achterhuis een heus drankorgel te staan met bovenin een vaatje frambozenwijn voor het vrouwvolk en daaronder de vaatjes brandewijn en jenever voor de mannen. Een ouderwetse dorpsschoenmakerij uit Sloten kreeg een plaats in het Jan Aukeshüske. Alles onder één dak. Schakel was voor zichzelf een vraagteken. „Waar ben je mee bezig, zei ik vaak tegen mezelf Je hebt een aanemingsbedrijf, geen museum. Maar ik kon er niet meer van loskomen, 's Avonds ging ik er mooi in zitten. Dan was ik weer even in vroeger."

Gebreide onderbroek
De streekhistorie kreeg hem steeds meer te pakken. Na de grutterswinkel kocht hij de ruïne van een achttiende-eeuwse kop-rompboerderij in Allingawier. Die richtte hij in als tweede woning. Nu maakt de monumentale boerderij deel uit van de Aldfaers Erf Route en geeft de bezoeker een beeld van het boerenleven rond 1900. Op de deel staan arresleden, bokkewagens en een sjees. Een diapresentatie gaat in op het ontstaan van de toeristische route en het landleven van het voorgeslacht. De woonvertrekken zijn in oorspronkelijke staat hersteld. Op het stro in de schuur ligt de beddezak van een "hannekemaaier", vertegenwoordiger van de Duitse handmaaiers die van de ene boer naar de andere trokken. In het zomervertrek van de boerderij hangt de gebreide onderbroek van moeder Schakel nog over de stoel. Tegen de wand de tekst die ook in de woonkamer van Schakels ouderlijk huis hing. "Waar liefde woont gebiedt de Heere den zegen."

Lijkbaar
Het volgende object waarop zijn oog viel was de timmermanswerkplaats en -woning van Ferwoude, daterend uit 1845. „Mooi he", geniet hij, terwijl we het voormalig domein van meestertimmerman en amateur-sterrenkundige Inne Rinkes Feenstra betreden. „Net zo'n timmerwinkeltje heb ik vroeger gehad. Ik heb dit op afbetahng moeten kopen. Daar heb ik wel drie vakanties voor moeten opofferen. Maar ik wilde het per se hebben. Ik heb ook de hele geschiedenis van deze familie opgedoken. Feenstra was een diep gelovig man. Zijn Bijbel heeft hij aan flarden gelezen. Moet u maar eens kijken. Hij heeft veel verdriet gekend. Op die bank hebben vijf kinderen gezeten, maar vier ervan zijn nooit groot geworden. Alleen leke bleef over. Ze waren overbezorgd voor haar. Daarom is leke wat vreemd geworden." De zorg voor dit pand is van Schakel overgenomen door de gezamenlijke aannemers in Friesland, die de werkplaats met bijbehorende woning hebben geadopteerd. Met de belofte dat ze alles zullen bewaren zoals Schakel het overdeed. Om bezoekers bekend te maken met het werk en leven van hun voorgeslacht. En met hun geloof, waarvan niet alleen de stukgelezen Bijbel getuigt, maar ook de zwarte lijkbaar in de timmermanswerkplaats met daarop de spreuk: De dood is vreselijk voor het goddeloos gewemel. De vromen tot een troost en ingang in de hemel".

Drabbelkoeken
Hoewel het gemeentebestuur van Wonseradeel Schakel zo veel mogelijk probeerde te dwarsbomen, liet de aannemer zich niet weerhouden. Hij kreeg de smaak te pakken. "De Nynke Pleats", een door hem gerestaureerde ruïne van een kop-hals-rompboerderij in Piaam, promoveerde hij tot "voederplaats". „We molken hier vroeger veel koeien met elkaar. Nu zitten we met melkquota en mestoverschotten. Ik heb gezegd: je kunt ook toeristen melken. Maar dan moeten we wel proberen heel goed voor die toerist te zijn. Je moet een koe niet schoppen. Je moet hem ook niet melken met een knijptang. Wij proberen het de toerist zo aangenaam mogelijk te maken. Daarom trekt de Aldfaers Erf Route jaarlijks al meer dan honderdduizend bezoekers." Na de boerderij van Piaam kocht Schakel de timmermanswerkplaats van Allingawier. Die werd omgevormd tot drabbelkoekenbakkerij "De Meermin". Naar eeuwenoud recept worden de drabbelkoeken uit vloeibaar deeg bereid en in bijna kokende roomboter gebakken. Ze worden verkocht in bussen met voorstellingen van Aldfaers Erf en als specialiteit verkocht in het aangrenzende koffiehuis.

Schepping
Het volgende revolutionaire idee van Schakel bracht de hervormde kerkeraad van Allingawier in grote verlegenheid. Hij wilde toeristen het goede van de schepping en de verwording ervan door de mens tonen, door middel van een klankbeeld in de kerk. Daarnaast zou de bezoeker met het onherroepelijke van tijd en de dood geconfronteerd moeten worden, door het oude uurwerk van Exmorra met daarachter een doodskist met een spiegel erin. De kerkeraad zag niets in het plan, maar Schakel was er volledig door geobsedeerd. Hij reaüseerde het door de aankoop van het voormalige gereformeerde kerkje naast de grote kerk, waarin al jaren de fietsenmakerij van het dorp was gehuisvest. Het cineastenechtpaar Hans en Laura Samson stelde een kunstzinning klankbeeld over de schepping samen voor zijn vol ledig gerestaureerde "Woord en Beeld-kerkje". Op het houten voorportaal prijkt een modernI> schilderstuk van Grietje Huisman, de dochter van de befaamde schilderende voddenboer Jopie Huisman.

Reïncarnatie
Hoewel de oud-aannemer graag over het geloof van zijn voorgeslacht spreekt, deelt hij het zelf niet meer. Zijn reizen voor de HBG brachten hem ook in het verre oosten, waar hij met de oosterse religies werd geconfronteerd. Veel daarvan heeft hij overgenomen. Centraal staat voor hem de grootheid van God. Die is naar zijn overtuiging door christenen veel te klein gemaakt. Het onderscheid tussen Schepper en schepping is in zijn denken vervaagd. De gedachte dat er een hel zou zijn wijst hij als bangmakerij en mensenbedenksel af Het geloof in reïncarnatie spreekt hem meer aan. Niet voor niets kreeg hij van vrijmetselaars het verzoek om toe te treden tot hun loge. In het klankbeeld komt zijn visie slechts een ogenbhk tot uiting, in een reeks dia's die de zevende dag symboliseren. Een ervan toont een oosterse danseres die een religieuze dans uitvoert. Voor een argeloze bezoeker een voorstelling die totaal niet past in het geheel, maar in het licht van Schakels religieuze overtuiging volstrekt begrijpelijk. Net als de serie sprekende portretten van kinderen, volwassenen en bejaarden uit alle rassen en volken, waarmee het klankbeeld opent. In de visie van Schakel kinderen van één Vader, die eindelijk eens moeten leren om als huisgenoten met elkaar om te gaan.

Verdervers
In een oud arbeidershuisje in Allingawier bracht de aannemer de door hem opgekochte schilderswerkplaats van J.G. Pakker in Gaast onder. "God schiep de tijd, maar over haast werd niet gesproken", waarschuwt een wandspreuk. Een oude smederij uit Lemmer kreeg een plaats in de voormalige kosterswoning van het dorp. In beide werkplaatsen worden demonstraties verzorgd door ouderwetse ambachtslieden. Als postuum huldebetoon aan de "hannekemaaiers", van wie zijn overgrootvader er een was, liet Schakel met financiële hulp van vrienden een standbeeld van zo'n rondtrekkende landarbeider maken. Het kreeg een plaats bij het Frysk Lanbou Museum in Exmorra. Om de toekomst van de toeristische route te garanderen richtte hij in '77 de stichting Piaam op voor de aankoop en restauratie van historische panden en de stichting Aldfaers Erf voor het onderhoud en de exploitatie ervan. Inmiddels heeft hij ontdekt dat ook een stichting z'n schaduwzijde heeft. Verschil van mening heeft er zelfs toe geleid dat hij anderhalfjaar is afgetreden als directeur. „Als je door Allingawier rijdt, zie je geen patattenten en ijsverkopers. Zo moet het altijd blijven. Maar daar zit ik wel over in. De ene verwerft, de volgende erft en dan komen de verdervers. Die geven me veel zorg. Mensen in het bestuur die er niets van begrijpen. Er was er zelfs een die gokautomaten wilde neerzetten."

Dankbaar
Voor de pakweg zestig medewerkers van Aldfaers Erf, meest vrijwilligers, is Schakel nog altijd de grote man. Ook de stichting kan niet om hem heen, want een groep van twintig voormalige zakenvrienden schenkt hem jaarlijks een ton voor onderhoud en ontwikkeling van de toeristische route. De onderscheiding die hij ontving van Hans Wiegel na de onthulling van het standbeeld van de "hannekemaaier" ziet hij als een persoonlijke rehabilitatie. Voor hem gaat het erom dat het verleden voor de moderne mens een boodschap heeft. „Mijn moeder is nog maar een jaar of zeven dood. Die had het zo heel anders getroffen dan wij. Werd verhuurd aan een boer, zat 's avonds alleen in een kille keuken, moest werken tot haar rug krom was. Wij worden niet van mei tot mei verhuurd, hebben een knopje om het licht aan te doen, een kraan waaruit helder water vloeit en een uitgebreid stelsel van sociale voorzieningen. Ik hoop dat mensen die hier komen dat gaan inzien en wat dankbaarder en blijer zullen leven. Inclusief Yde Schakel."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.