+ Meer informatie

VAN HET Zendingsveld

4 minuten leestijd

(7.)

De kerstening van Noord Europa. (I.)

Bij de bekende zendelingen Willebrord en Bonifacius, die in ons land hebben gearbeid, zullen we hier niet stilstaan, daar het werk van deze Evangeliepredikers in de rubriek Vaderlandse Geschiedenis belicht is.

Hier te lande werkten Frankische en Engelse predikers, de laatsten met meer succes dan de eersten. Een bekende Nederlandse zendeling is Ludger geweest, een Fries, die ijverig arbeidde in Friesland, Groningen en Westfalen en door Karei de Grote beloond werd met de bisschopszetel van Munster. Ludger was gaarne naar Denemarken gegaan om daar het Evangelie te brengen, maar keizer Karei gaf hem geen verlof. Willebrords reis naar dit land was ook al op een teleurstelling uitgelopen. De bekering der woeste Denen werd schier onmogelijk geacht. Bij de Heere is echter niets onmogelijk. Als Hij werkt, wie zal het dan keren? Ook in het noorden van ons werelddeel zou het Evangelie worden uitgedragen en de Heere zou daartoe iemand als een instrument in Zijn hand gebruiken.

We zijn dan gekomen in de tijd van Karei de Grote, wiens heerschappij' uitstrekte over een groot deel van Europa. Door Kareis toedoen werden de heidenen gedwongen het Christendom aan te nemen, tegen de uitspraak van de Heere Jezus, dat het noch door kracht noch door geweld, maar door Zijn Geest zou geschieden. Het Christendom van die tijd is al diep gezonken en verbasterd; het is de zuivere leer van de Apostelen niet meer, zodat we haast van een Christelijk heidendom kunnen spreken. Als de wilde volksstammen door dwang het Christendom moesten aannemen, was het meestal niet veel anders dan het verruilen van hun goden met de beelden van de „heiligen" van het Christendom. Wanneer de heidenen een kruis konden maken en een „Onze Vader" (Paternoster) opzeggen, was er al veel gewonnen.

Toch moeten we, aan de andere zijde, niet vergeten dat er onder de duizenden die gedoopt werden ook zullen geweest zijn, die met vuur en met de Heilige Geest werden gedoopt. Onder de heidenen waren er die lagen onder het zegel der verkiezing, die zeker toegebracht werden. En daarom was het gepredikte Evangelie, behept met velerhande dwaling, een kracht Gods tot zaligheid, een iegelijk die in waarheid geloofde.

Wat een bijzonder groot voorrecht was het dan ook, dat de grote Herder der schapen de Zijnen opzocht onder de heidense volksstammen. Diep respect dwingen de zendelingen af, die met gevaar van hun leven, onder moeilijke omstandigheden, hun krachten en gaven aanwendden om heidenen te brengen tot de kennis van de ware God.

Om het noorden van Europa te kerstenen, verwekte de Heere Ansgar, ook wel Ansgarius 1 ) genoemd, die in het jaar 801 in de nabijheid van Amiens, in het noorden van Frankrijk werd geboren. Van zijn vrome moeder kreeg hij een goede opvoeding, maar lang mocht Ansgar zijn moeder niet hebben. Ze werd al vroeg door de dood weggenomen, toen haar zoontje nog slechts een kind was. Na zijn moeders dood werd het kind door zijn vader naar het klooster Corbie gebracht om daar onderwezen te worden. Om te studeren moest men in die tijd bij de monniken terecht komen. De grote taalgeleerde Radbertus werd een van zijn onderwijzers. Vaak dacht deze dat van de speel-

zieke jongen niet veel terecht zou komen. Wat moest zo'n losse, lichtzinnige knaap bij de monniken doen? Maar ziet, wat gebeurt? Een grote verandering is merkbaar bij de jonge Ansgar. Ijverig werden zijn lessen bestudeerd; om zijn makkers scheen hij zich weinig meer te bekommeren en dikwijls zocht hij zijn bidcel op of woonde met de monniken de godsdienstoefeningen bij. Hoe kwam dit zo?

Er wordt verhaald dat het sterven van de grote keizer Karei hem tot nadenken had gebracht. Hij werd er bij stilgezet dat dc majesteit van de gekroonde vorsten ophoudt bij de dood en dat de heerlijkheid van het aardse leven verzinkt in het graf. Hierbij kwam ook duidelijk voor ogen het beeld van zijn moeder, en haar welgemeende raadgevingen kwamen hem in herinnering.

„Ik zal mijn leven de Heere toewijden", dacht Ansgar. Hij beleed zijn zonden en vroeg met Paulus: „Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal? " Er wordt verhaald dat hij ten antwoord kreeg: „Ga heen en verkondig het Woord Gods aan de heidenen!"

Na verloop van enkele jaren zou de weg worden geopend. daartoe worden geopend.


1) Ansgar betekent: Gods speer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.