+ Meer informatie

Bevinding is vrucht van de beproeving

4 minuten leestijd

Als naar het Woord des Heeren, bevinding vrucht is van de beproeving, dan gaat de beproeving aan de bevinding vooraf-. Het is, zegt Paulus in Rom. 5, niet alleen een roemen in de hoop der heerlijkheid Gods, maar wij roemen ook in de verdrukking, wetende dat de verdrukking lijdzaamheid werkt. En dat doet zij in het geloof met een innerlijke overgave aan de Heere, die het hart dierbaar is geworden om Hem steeds inniger aan te kleven. Jacobus zegt: „Acht het voor grote vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt; wetende dat de beproeving uws geloofs lijdzaamheid werkt.”

Hier spreekt Jacobus enerzijds van verzoeking en anderzijds van de beproeving van het geloof. Als vanzelf gaan die verzoekingen uit van ons verdorven bestaan. De vijanden van ons innerlijk en geestelijk leven zouden zoveel invloed niet op ons uit kunnen oefenen, zo wij geen verdorven bestaan hadden. En toch moeten we het tot grote vreugde achten ervoor in aanmerking te komen om beproefd te worden. Het is tot grote schade van het innerlijke leven, zo de verzoekingen van Satan en de verdrukkingen van de wereld ons hart alleen maar bezwaren. Al is het volkomen waar dat zij in verband met onze machteloosheid en krachteloosheid op zichzelf een oorzaak van verschrikking zijn.

Maar weten we er door genade iets van af, dat de verdrukking op de weg des geloofs dient tot lijdzaamheid, dan wordt het, zegt Paulus, een roemen in de verdrukking. En in overeenstemming met Paulus zegt Jacobus: „Ach het vodt grote vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt, wetende dat de beproeving uws geloofs lijdzaamheid werkt.”

De zaak waar het de vijand om te doen is, is u door genade dierbaar. Hij zoekt u te beroven van de onberouwelijke keus de Heere te vrezen. En van het ootmoedig buigen voor Hem en van de innige gebondenheid van uw harten aan de troon der genade en de ervaring dat Hij voor U een Hoorder en Verhoorder der gebeden is, zoekt hij u af te brengen. Satan wil niet dat u langer een vriend en metgezel bent van allen die de Heere ootmoedig vrezen. U moet naar zijn influisteringen niet langer de dingen die boven zijn zoeken en niet langer bedenken wat tot uw vrede en zaligheid dient.

Acht het tot grote vreugde dat u daarvan een geestelijke kennis mocht bekomen in uw hart. Zie dat te waarderen en er steeds meer van te bekomen in de beleving.

Roem toch de nederbuigende goedheid des Heeren, dat u door Zijn goedertierenheid getrokken bent uit de heerschappij van zonde, Satan en ongeloof en dat u de zoetigheid en zaligheid van het hemelleven mocht smaken en dat u de Heere Jezus mocht leren kennen in Zijn bereidvaardigheid om zondaren te zaligen. Het zalig blij zijn in de Heere is u toch niet onbekend? U hebt uit kracht daarvan meer vreugde in uw hart gesmaakt dan de wereld in de dingen van deze tijd. Dan leeft er ook iets in uw hart van dit woord: „Want ik houd het daarvoor, dat het lijden van deze tegenwoordige tijd niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden.”

Vanuit de roem des geloofs en de vreugde des heils wil de Heere ons hart sterken tegenover de verdrukking van de wereld en de verzoeking van de vorst der duisternis. ’

In deze verdrukking is de beproeving van het geloof, maar juist door die verdrukking komt het steeds duidelijker tot openbaring. Maar dan moet het eerst gezuiverd worden van alle menselijke bedenkingen en berekeningen om het alleen van de Heere te verwachten in lijdzaamheid. Wanneer we wijken van het rechte spoor en in de verdenkingen van het ongeloof komen, kunnen we zo maar niet op het rechte pad van een kinderlijk geloofsleven treden.

Naomi verliet buiten de Heere om haar land toen het met honger werd bezocht. Van dat land had plaatsen gevallen, ja een schone erfenis is mij geworden.” Dat land was ook haar geschonken als onderpand van Gods ontfermende liefde, om rijp te worden voor het ingaan in de eeuwige heerlijkheid. Maar in berekening verliet zij dat land om door de honger die over Israël was gekomen, niet geheel te verarmen.

Maar om het dwalende schaap weer te brengen tot een boetvaardige vernedering voor het aangezicht des Heeren, werd zij door Gods kastijdende liefde zwaar getroffen. Wordt vervolgd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.