+ Meer informatie

BRIEFWISSELING

4 minuten leestijd

Beste vrienden en vriendinnen,

Op het terrein van de Heilige Religie past bijzondere schuchterheid. Hier is de openbaring van de Heiligheid des Heeren en vermetel is hij die zich daarover ten rechter zet.

De geschiedenis geeft daarvan voorbeelden. Een er van zal ik in 't kort beschrijven. Enkele eeuwen had ons volk zich bediend van de psalmberijming van Datheen, toen men oordeelde, dat een nieuwe berijming wenselijk was. Op zichzelf is dat niet te veroordelen want de taal verandert en de in 1773 ingevoerde berijming is ook met zegen tot heden in gebruik. In onze gemeenten gebruiken wij ze beide, zo u weet. De vernieuwers willen ook nu weer een nieuwe-nieuwe berijming invoeren, daarvoor is echter geen noodzaak. Ik laat dat verder rusten.

Maar in 1773 begaf de Commissie voor de berijming zich naar de Stadhouder Prins Willem de Vijfde om hem de nieuwe psalmen aan te bieden. De voorzitter zeide, dat hij juist de vorige dag in de kerk bemerkt had, dat de Prins zijn bezwaar tegen Datheens berijming voor de gemeente had ten toon gesteld. De Prins had nl. zijn boek dicht gedaan.

Ja, zei de Prins, ik wilde geen deel hebben aan blasphemie of godslastering, welke ik denk zich te openbaren als men God bij een dronken man vergelijkt."

Wat was er gebeurd? Wel, niets bijzonders. Men zong in de godsdienstoefening in de Grote Kerk te 's-Gravenhage Ps. 78 : 33

„Maer gelijck een dronkigh mensch hem [opmaket, Ais de wijn welverteert is, en ontwaket, Die seer luijd' tiert en maekt een [seltsaem wezen, Alzoo is oock onze Godt opgerezen En sloegh 't achterdeel der vijanden quaet: 't Welck hem een eeuwige schand' is [en smaet."

Was dit een reden tot aanstoot? Zo ja, dan richt die aanstoot zich tegen het Woord Gods, want daar staat in die psalm heel duidelijk (vs. 65) „Toen ontwaakte de Heere als een slapende, als een held, die juicht van de wijn." Zo geeft dus de H. Geest in het boek der psalmen deze vergelijking. In plaats dat te eerbiedigen en er voor te buigen, deed de Prins zijn kerkboek dicht.

Arme man! Twintig jaar later vluchtte hij naar Engeland en zeide toen dat God een twist met Nederland had. Ja, dat was zeker waar. Maar had ons volk die twist des Heeren niet zelf opgeroepen? De Heere is geen ledig aanschouwer van onze daden.

Als ge de kanttekening in de Statenbijbel naziet op deze psalm, bemerkt ge dat de beeldspraak niets stotends heeft. Onze berijming in vers 33 zegt:

„Toen stond God op met gunstige gedachten als een held die nieuwe moed heeft door de wijn ontvangen."

En nu is elke berijming werk van mensen en dus onvolmaakt. Maar aan de psalmen van Datheen had de Heere bijzonder Zijn gunst verleend. Tot op en om de schavotten was die gezongen, het hart van Gods kinderen was er uitermate in verkwikt. Dan moeten wij maar erg voorzichtig wezen om daar een schop tegen te geven. Dat men een nieuwe berijming maakte was tot daar toe; men kon dat niet immer beletten. En ook die nieuwe rijm is goed en schoon. Ze kan nog wel 100 jaar mede, als de wereld nog honderd jaar staat.

Wie de kerk wil dienen moet zeker met de Geest des heiligdoms zijn aangegord. Heeft hij door hartvernieuwende genade geen deel aan het Koninkrijk Gods, dan kan hij de Waarheid niet verstaan gelijk zij in Christus waarheid is. Hij voelt dan de dingen des Geestes niet aan. Want geloof maar, dat het iets groots is: Ik zal het stenen hart wegnemen en Ik zal u een vlesen hart gevm!

En daarom: laten wij voorzichtig zijn met onze critiek op dc kerk en haar ambtsdragers, en met de gebreken van Gods volk geduld hebben. Heus, de Heere ziet die gebreken ook wel en toch blijven zij Zijn lieve kinderen.

Men staat thans overal naar vernieuwing. Alles werkt en wringt. Maar wij moeten er om denken, dat wij in deze dingen op zeer bijzonder terrein zijn. Hier moet het verstand maar geleid worden tot de gehoorzaamheid van Christus. Is het U niet erg duidelijk, dan zij uw bede: Heere, ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uwe wet!

Dan zult u er ook eenmaal van kunnen vertellen met deze zelfde psalm: toen stond God op met gunstige gedachten." En daar zijn voor een arme, verloren zondaar onpeilbare diepten in. Mijn God U zal ik eeuwig loven, omdat Gij 't hebt gedaan! (Ps. 52 : 7.)

Met de beste groeten,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.