+ Meer informatie

„Zie je er niet een beetje tegenop?"

3 minuten leestijd

„n?", vraag ik voorzichtignonchalant, terwijl hij van zijn boterham met chocopasta geniet. „Zie je er niet een beetje tegenop?" „Nou ja...", aarzelt hij en dan verontschuldigend: „Ze is nogal streng he!" Alsof hij zichzelf moed in wil spreken vervolgt hij hoopvol: „Gelukkig zit Vincent in die andere klas, want die is altijd zo vervelend! En dan moet ze boos worden en op Vincent kan ze wel de hele dag boos zijn, want die luistert nooit en dan zou ze op ons ook steeds chagrijnig zijn." Aan heel zijn houding is te zien dat hij er toch niet gerust op is. Alleen zijn "nou ja", het feit dat hij toegeeft, spreekt voor mij boekdelen. Vrij vertaald betekent dat zoiets als: ik weet niet precies wat er boven m'n hoofd hangt, maar volgens de verhalen...

Meestal weet hij zijn emoties goed te camoufleren. Alle vragen of mededelingen omtrent de "grote school" heeft hij de hele vakantie quasi-onverstoorbaar aangehoord en indien nodig beantwoord: „Ja, lezen leek hem wel leuk, de echte gymzaal ook, schoolreisje natuurlijk, enz." Maar zoals zijn zus, die zo'n beetje non-stop verkondigt dat ze liever gisteren dan morgen naar school wil, is hij niet. Hij ziet gelaten toe hoe de vakantie steeds korter wordt, zo van: afwachten maar.

 „Ik weet zeker dat het wel meevalt", bemoedig ik hem. „En je hebt toch 's maandags en dinsdags een andere juf?" „O ja!" Hij veert op, z'n ogen glimmen enthousiast. „Dat is waar ook, die draait altijd dia's, zeggen ze...!" „Nou, altijd..." probeer ik z'n plotselinge jubelstemming wat af te zwakken. „Maar ze is in ieder geval erg aardig. En als julhe goed luisteren zal die andere juf ook wel leuk zijn hoor. Mama moet op jullie toch ook wel eens boos zijn? En ik heb maar drie kindertjes! Logisch dat je met 25 kinderen dan wat vaker boos moet zijn, dan is er altijd wel iemand vervelend!" Tja, als je het zo bekijkt! zie ik hem opgelucht denken.
Op school is het een gezellige drukte. Zodra hij jongens uit zijn klas ziet laat hij me in de steek. Van zijn onzekerheid is niets meer te bespeuren; met verende tred loopt hij naar hen toe. Trots haalt hij voor Jesper z'n pennezak te voorschijn en laat hem zijn vierkleurenbalpen zien. In de klas zijn de tafeltjes voorzien van kleurig versierde naamkaartjes. Wat onwennig schuift hij achter "zijn" tafeltje. Op de hoek van zijn tafel ontdekt hij een doos met kleurpotloden en een potlood met gum. Ze blinken van nieuwigheid. Hij beziet het zeer tevreden; het zou hier best wel eens mee kunnen vallen! Voor ik wegga krijg ik nog een duwtje en wijst hij naar het bord. „Daar staat 'boek'", zegt hij zelfverzekerd, en warempel, het staat er; in levensgrote koeieletters! „Hoe weet je dat, kun je dat al lezen?", vraag ik hem, één en al ontzag. „O, dat heb ik allaang op de kleuterschool geleerd", zegt hij met enige minachting. Buiten zwaai ik naar de schim achter de vitrage die Robert zou kunnen zijn. Ik zie geen zwaaiende hand en het silhouet toont een jongetje dat keurig recht in z'n bankje zit. Opgelucht fiets ik naar huis, geen drama's gelukkig! Ik ben heel benieuwd naar z'n eerste verhalen; als hij vertellen wil tenminste...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.