+ Meer informatie

ïünderen lagen zó in de modder"

Vluchtelingen in Ethiopië vinden ongebruikelijk onderdak tussen de bomen

5 minuten leestijd

samenwerking met de eveneens Amerikaanse "Samaritan's Purse" projecten opzet „om mensen te helpen zichzelf te helpen".

Bij het onderhavige project —een kleinschalig druppelirrigatiesysteemwordt getracht kleine stukken grond zo economisch mogelijk te bewerken. Dat gebeurt dank zij een speciale manier van bevloeien en voorts met ontier meer buitenmodel kweekbakken, waardoor de jonge plantjes extra wortels krijgens. Er worden nu groenten en fruitbomen gekweekt, een deel van de zaden en jonge plantjes gaat in de verkoop.

Modderpoel

Wat de aanwezigheid van de vrouwen betreft, dat zit zo: toen Aart van Wingerden (een Nederlandse Amerikaan), president-directeur van Double Harvest en momenteel voor diverse projecten in Ethiopië, het kamp Jena Meda bezocht, schrok hij van de situatie daar. „Ik zag de kinderen zó in de modder liggen! Dat was natuurlijk geen doen". Daarop werd besloten de meest kwetsbare gevallen naar het project over te brengen. Wel tijdelijk, want „er moeten daar bomen staan, geen mensen", is Van Wingerdens nuchtere commentaar.

Ondertussen wordt van de nood een deugd gemaakt: de vrouwen raken direct betrokken bij de kwekerij. Teffera Taskome, in dienst van de evangelische Kale Heywet Kerk (waarvan de Samaritan's Purse een belangrijke donor is), fungeert als projectleider en is razend enthousiast.

Ongewenst
„We leren de moeders hoe ze de groenten en vruchten moeten verbouwen en bereiden en vertellen ze welke vitaminen erin zitten. Heel belangrijk is dat de mensen er iets voor moeten betalen; dat is op den duur veel beter dan dat ze het gratis krijgen".

Zo'n dertig moeders en 26 kinderen vinden hier onderdak. De meesten van hen zijn afkomstig uit Erifrea, waar ze als ongewenste vreemdelingen werden beschouwd. Het EPLF (Eritrese Volksbevrijdingsfront) kreeg de smaak van de naderende onafhankelijkheid kennelijk al zodanig te pakken, dat grote aantallen niet-Eritreërs meedogenloos werden weggestuurd. Inmiddels heeft Eritrea wat moeten inbinden en het is dan ook de bedoeling dat deze vluchtelingen zo snel mogelijk naar hun oorspronkelijke gebied kunnen terugkeren.

Een van hun is Elagen Nanne, een vrouw van een jaar of dertig, moeder van twee kinderen. Ze komt uit de buurt van de Eritrese havenstad Assab, voor Ethiopië de belangrijkste verbinding met de Rode Zee. Elagens echtgenoot was soldaat in het regeringsleger. Over zijn toestand kan ze hooguit bange vermoedens hebben. „Ik weet niet of hij nog leeft. Vrienden hebben hem enige tijd geleden nog gezien, maar dat is alles wat we weten". Als hem maar niet hetzelfde is overkomen als menig ander soldaat, die verminkt aan de kant van de weg is achtergelaten.

Toen de strijd begon vluchtte Elagen weg via een militair konvooi, maar de tanks werden aangevallen en in brand gestoken. Op eigen gelegenheid is ze verder gegaan. Een zware tocht, eerst naar het buurland Djibouti. Daarvandaan werd ze naar Addis gebracht. Onderweg heeft ze verschillende van haar kennissen, onder wie een aantal kinderen, zien sterven. Natuurlijk is ze, ondanks alles, blij dat ze hier is. „We krijgen. tenminste drie keer per dag eten en er is schoon water".

Adoptie
Een paar vrouwen hebben hier inmiddels een kind gekregen. Met een mengeling van trots en verlegenheid laat een 16-jarig meisje haar elf dagen oude baby zien. Ze is van plan het kind af te staan omdat ze geen geld heeft voor de verzorging. „We gaan haar dat niet afraden", legt Teffera uit, „hoe triest het ook is. Maar we proberen in zulke gevallen wel een goed christelijk weeshuis of goede Ethiopische adoptieouders te vinden". Het moedertje, zich goed bewust van de meewarige blikken die op haar gericht zijn, krijgt het een beetje te kwaad. „Ze weet het eigenlijk zelf niet. Ze wil haar baby houden en ze wil hem wegdoen".

Verpleegster Mariene Evert, in dienst van de (Amerikaanse) mennonietenzending, doet de ronde langs de 'bedden', grote stukken hardboard. Ze smeert een zalfje hier, geeft een pilletje daar, en spreekt zonodig een bemoedigend woord. De vrouwen en kinderen (een paar van hen waren ondervoed) zijn er volgens haar lichamelijk al een stuk beter aan toe dan bij hun aankomst. Het verschil in klimaat speelde hen behoorlijk parten: „Assab is warm en droog, hier in Addis is het koud en nat. De voornaamste problemen zijn van emotionele aard: ze zijn vluchteling, weten niet of hun man nog in leven is, en komen uit een totaal ander deel van het land". Het groentenproject is een belangrijk medicijn, oordeelt Mariene. „Ze zijn bezig, worden gedwongen hun gedachten wat te verzetten en verdienen nog een beetje geld ook".

Hooglopende ruzie

Een welgedane vrouw zit hard te snikken. Voelt ze zich ziek, huilt ze omdat haar kind het niet lijkt te halen of maakt ze zich zorgen om haar man? De reden blijkt aanmerkelijk platvloerser te zijn: ze heeft hooglopende ruzie met een buurvrouw. Teffera spreekt haar streng toe: wil ze misschien met haar schamele bezittingen op een kar worden gezet en weggestuurd? Want zo doet men hier met murmurerende dames. Het helpt, de ruziemaakster besluit de strijdbijl te begraven.

Mariene wil nog graag een andere kant van de zaak belichten. „Ze steunen elkaar door dik en dun, als er bij voorbeeld een naar het ziekenhuis moet, zorgen de anderen voor haar kinderen. Die sterke solidariteit heeft me diep getroffen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.