+ Meer informatie

Huwelijk als resultaat van een hulptransport

12 minuten leestijd

Vier hoog in de Ambachtse flat rijdt Katja Ploeg-Vinogradsky haar negen maanden oude zoon de woonkamer uit. Peuter Rineke geeft het kleine neefje nog gauw een aai over z'n bol. Als tante Katja haar in het Russisch iets toelacht, antwoordt de tweejarige zonder moeite in dezelfde taal. Dan loopt ze naar de tafel en pakt een pen. je moeder uit Oekraïne komt.

In de vensterbank staan twee familiefoto's. De ene zou gisteren gemaakt kunnen zijn, de andere scliijnt uit de tijd van de allereerste kleurenfoto te dateren. Wie beter kijkt, begrijpt dat ook deze foto niet echt oud is en iierkent de sfeer uit boeken of brochures over Oostbloklanden. Het is het portret van een familie in een minder welvarende omgeving dan Nederland. Ira en Katja Vinogradslcy maken er deel van uit, maar hebben familie énvaderland verlaten om hun mannen naar Nederland te volgen. Nu heten ze mevrouw Van de Breevaart en mevrouw Ploeg.

Wel aardig
De romance begint in 1991. Organisatie Kom Over En Help (KOEH) verzorgt een hulptransport naar Zhitomir in Oekraïne. Nico, zoon van KOEH-penningmeester P. van de Breevaart, gaat uit belangstelling mee als bijrijder. Eindbestemming is de flat van ds. Vinogradsky, die als vertegenwoordiger van de KOEH in Oekraïne de goederen zal verdelen. Het blijkt bijzonder gezellig te zijn in het gastvrije predikantsgezin. Onder de negen kinderen valt Ira Nico aanvankelijk niet eens echt op. Zij: „Nee, van één keer is niks geworden." Hij: „Ze was wel aardig natuiu-lijk..." Toen de tijd om was, verdween mét het hulptransport ook Nico uit Zhitomir. Een van de Vinogradsky's zou hij in Nederland echter opnieuw ontmoeten. Ira kwam met een groep kinderen van de Russische zondagsschool op zomerkamp in Krimpen aan den IJssel. Vervolgens hield Nico een paar keer vakantie in Oekraïne: „Niet speciaal voor haar, hoor. Ik ging ook voor de omgeving, de gastvrijheid, voor andere vrienden. We hebben eens een busje weggebracht, daar knoopte ik dan een vakantie aan vast. Zo is het gegroeid." De Nederlander en de Russin besloten dat ze samen verder wilden.

Violiste
Twee jaar later, in de lente van 1993, sprong er weer een vlamE metje over in huize Vinogradsr ky. Dit keer was het een Nederlandse musicus, die het hart van dochter Katja, de violiste, verl'-overde. Cor Ploeg: „De gemeente van Zhitomrir kon een kerk terugkopen van de staat en de KOEH schonk haar een orgel. . Ze wilden dat graag laten inwijden door een Nederlandse organist." De eer was aan Cor Ploeg. Hij vloog naar Oekraïne en ontmoette de familie Vinogradsky. Hun warmte, hartelijkheid en gastvrijheid troffen hem. De toen 17-jarige Katja liet hem evenmin koud. Gelukkig nodigde vader Vinogradsky Cor uit om zomers een maand orgelles te komen geven. „Ik merkte niks", zegt Katja.
Toen echter op 28 mei 1994 Nico en Ira in het huwelijk traden, leek het er al veel op dat er nog een Russisch-Nederlands huwelijk volgen zou en inderdaad: „We trouwden op 23 september 1996", deelt Cor mee. „Je moet je schamen", veert Katja op. „Het was in 1995." Nico verontschuldigt zijn zwager. „Als je met een Russin trouwt, zijn er zoveel data die je moet onthouden." Ira legt uit: „Een halfjaar voor de kerkelijke bevestiging trouwden we in het raadhuis voor de officiële papieren. Als we daar langer mee hadden gewacht, konden we na de kerkelijke inzegening niet direct naar Holland. In Nederland hielden we ook nog eens een receptie. Bovendien wordt hier je huwelijk pas een jaar later officieel erkend. Dat zijn bij elkaar vier verschillende, belangrijke data."

Hoofddoekje
Dat hun toekomst in Nederland zou liggen, heeft zowel voor Cor en Katja als voor Nico en Ira vanaf het begin vastgestaan. „Wij hebben er niet eens over gesproken, geloof ik", denkt Cor. Nico maakt zich er lachend van af: „Natuurlijk gingen we hier wonen! Het is toch bijbels dat de vrouw haar man volgt!" Katja: „Daar wonen kan gewoon niet. Er zou niet eens werk voor Cor zijn." De omgeving van de verliefden was blij mét hen. Nico: „Mijn vader en moeder waren al eens in Oekraïne geweest en hadden Ira ook ontmoet toen ze in Krimpen logeerde. Natuurlijk zeiden ze zoals alle ouders: denk er goed over na, maar ze vonden het wel leuk." Op zijn werk hoorde Nico van verschillende collega's: Pas op, ze doet het om je geld. „Ik heb ze snel uit de droom geholpen. Nee, daar heb ik nooit over ingezeten."
Ira en Katja merkten dat vooral de kerkelijke gemeente het erg vond dat ze de twee zussen kwijt zou raken, ook omdar er in die tijd toch al weinig jeugd in de kerk was. Een enkele buitenkerkelijke kennis verdacht hen er volgens Ira van „alleen maar de economische situatie te willen ontvluchten. We zouden hier een gemakkelijk leven krijgen." Cor: „Mijn moeder zei toen ik ging wel: Kijk maar uit dat je niet met een Russin thuiskomt, maar toen het zover was, reageerden m'n ouders heel positief. Ze hebben ons ontzettend geholpen. Een enkele keer voelde je dat iemand dacht: Dat kan nooit veel zijn. Dan dachten ze aan een onderontwikkeld meisje uit een achtergebleven gebied, met zo'n hoofddoekje, weet je wel. Toen ze Ka tja hadden gezien, was dat snel over!"

Wittebrood met boter
Dat neemt niet weg dat de jeugd van de zussen wel even anders was dan die van Nico en Cor. „We zijn opgegroeid in een christelijk gezin, terwijl iedereen om ons heen atheïst was", vertelt Ira. ,JKÏs kind is alles tegen jou, tegen jouw ouders. Je weet altijd dat jij bent de gekste, de domste, de... de ..." Er valt een Russisch woord. „Hoe noem je dat, Katja?" „De cultuurbarbaar", helpt Katja. „Ja, het was best moeilijk, maar we kregen wel genoeg kracht." Ira: „Onze ouders zijn een heel groot voorbeeld voor ons geweest." Katja: „Onze vader is iemand die graag kinderen in de kerk brengt. Dat was in die tijd verboden. Hij heeft daar twee keer voor gezeten." Moeder Vinogradsky is verpleegster. In Oekraïne is zowel man als vrouw genoodzaakt om buitenshuis te werken. Wel krijgt de vrouw een ruim zwangerschapsverlofvan twee jaar en omdat er bij Ira en Katja thuis negen kinderen zijn geboren, hebben ze hun moeder de meeste tijd van hun jeugd thuis bij zich gehad. Alleen toen Katja drie maanden oud was, moest moeder door omstandigheden toch aan het werk. De vijfjaar oudere Ira herinnert het zich nog: „Moeder zei: Willen jullie mofgen lekker wittebrood met boter eten? Dan moeten jullie oppassen. Toen ging ze de hele dag weg. Wij zijn altijd dankbaar geweest, omdat we nooit honger hebben gehad. Kleding kregen we van andere mensen. Toen we zeven waren, gingen we naar school. De scholen in Oekraïne zijn enorm groot, er zitten duizenden kinderen op. Dat kennen jullie hier niet."

Nieuwsgierig
De kerkelijke, culturele en economische omstandigheden waaronder Ira en Katja opgroeiden, verschilden van die van Nico en Cor. Toch zijn ze het er allevier over eens dat dit niet de diepste kloof vormde, die ze moesten overbruggen. Het grootste struikelblok bleek voor hen de taal. Nico en Ira spraken in het begin een mengelmoes van talen met elkaar. Als er echter meer mensen aan het gesprek deelnamen, kwamen de problemen voor de dag. Nico: „Russen zijn erg aardig. Ze nodigen je graag uit, maar bij elk bezoek moet ieder woord voor je worden vertaald. Dat kan niet. Je mist dus altijd flarden.
Voor Ira gold in Nederland hetzelfde. Grapjes gaan snel langs je heen, iedereen lacht en jij kijkt voor je uit. Nu ben ik vrij nieuwsgierig, zodat het extra irritant is als je de gesprekken niet kunt volgen. Daarom ging ik al snel Russisch leren." „Dat is goed gelukt, moet ik zeggen", meent Katja. „Cor heeft ook lessen gevolgd, maar hij is minder ver gekomen." Ira: „Je hebt nu eenmaal verschil in mensen. De één stort zich op een taal, de ander op de muziek." „En Cor is niet zo nieuwsgierig, hé", beweert Katja. Dat spreekt haar man niet tegen. Ook hij en Katja spraken aanvankelijk een „zelfgemaakte taal" van Russisch, Engels, Duits en Nederlands door elkaar. Daar is door henzelf en door hun omgeving heel wat om gelachen.

Concerten
Voordat ze trouwde, werkte Ira als verpleegster, Katja had juist haar vioolstudie afgerond en mocht les gaan geven. Vooral Ira viel na haar huwelijk aanvankelijk in een gat: „Ik zat hier in een flat als een paleis, die door Nico en mijn schoonfamilie prachtig was ingericht, maar ik moest zelfs nog uitzoeken waar de vorkjes lagen. Je voelt je alsof je in een museum zit, waar niemand je meer nodig heeft. Ik was bang om op visite te gaan omdat ik de taal niet begreep. Nico was overdag op zijn werk. Toen ben ik naar school gegaan om Nederlands te leren. Daar is een wereld voor me opengegaan. Ik leerde toen pas echt iets van de taal en de cultuur. Ook een maand vrijwilligerswerk in een bejaardentehuis heeft me geholpen."
Voor Katja was de grote verandering iets minder moeilijk doordat haar zus hier inmiddels al woonde. Daar kwam bij dat ze vanaf het moment dat ze in Nederland landde geen tijd had om veel te piekeren. Zij en Cor trouwden in september. Omdat Katja niet een heel schooljaar wilde wachten met het volgen van lessen, zat er voor haar niets anders op dan in de wittebroodsweken al naar school te gaan. „Tussendoor gaven we concerten, we woonden nog bij Cor z'n ouders, maar we kochten een huis en ik werd zwanger. Het was een drukke tijd. Ik ontdekte wel dat het in Nederland niet altijd feest is. Daar leek het tijdens de vakantie voordat we trouwden wel op. Toen was ik steeds gast." De concerten horen voor Katja overigens tot de hoogtepunten van haar Hollandse leven: „Ik heb twaalf jaar viool gestudeerd, maar ik heb nooit kunnen denken dat ik nog eens in Nederland concerten zou geven. Het is ook fijn dat Cor en ik samen kunnen spelen. Je voelt in de muziek dat je bij elkaar hoort. Het zorgt natuurlijk ook voor afwisseling."

Lessen
Ook Ira speelt viool. Zij heeft acht jaar les achter de rug, maar haar instrument komt niet zo vaak meer uit de kist. Zij is naast het huishouden en de zorg voor Rineke (die net als haar neefje Danic tweetalig wordt grootgebracht) betrokken bij de organisatie Christian Children's Relief, die besmette kinderen uit de omgeving van Tsjernobil probeert te helpen: „Ik heb bijbellessen gegeven en doe veel vertaalwerk. Het is mooi werk, omdat je zo'n binding krijgt met Nederlanders die ook veel voelen voor Russische mensen." Geeft Katja een paar uur per week vioolles, Ira heeft enkele leerlingen die het Russisch onder de knie proberen te krijgen.

Gemeente
Een of twee keer per jaar bezoeken de zussen hun familie. Soms kunnen ze het nuttige met het aangename verenigen doorals tolk met een groep leerlingen van de Driestar mee te reizen. Andere keren maken ze er een gezinsvakantie van. Wat het weerzien steeds opnieuw betekent, is moeilijk in woorden te vangen. Niet alleen gezinsbanden, maar ook familiebanden zijn in Oekraïne over het algemeen hechter dan hier, vertelt Katja: „Je bent afhankelijk van elkaar. Als familieleden elkaar niet hielpen, zouden ze niet overleven."
Over de vraag wat ze na haar familie in Nederland het meeste mist, hoeft ze niet lang na te denken: „De kerk. Bij ons kennen alle gemeenteleden elkaar en ben je veel actiever bij de dienst betrokken. We hebben gebedsbijeenkomsten, waar iedereen zijn noden mag uitspreken. Je hoort dus van eikaars problemen. We mogen ook vragen stellen in de dienst. De dominee beantwoordt die. Ik hoor nu bij de Gereformeerde gemeente in Genemuiden. Ik doe daar niks. Ik zit alleen maar te luisteren. In de Bijbel staat dat je je man hoort te volgen, maar de kerk mis ik. Zoals thuis wordt het nooit. Vaak zit ik naast iemand zonder dat ik weet wie hij is. In Nederland kun je naar de vrouwenvereniging gaan, maar het is niet verplicht. Dus lang niet iedereen gaat. In Oekraïne wordt gewoon van je verwacht dat je meeleeft." Nico, hervormd in Ridderkerk, relativeert: „Dat gebeurt hier ook wel. Het verschilt misschien per gemeente. Eens informeerde een ouderling op huisbezoek waarom hij me niet op de mannenvereniging zag. Hij zei: Je hebt bij je belijdenis beloofd te helpen bij het opbouwen van de gemeente. Dat doe je niet door thuis te blijven zitten." Er zijn nog veel meer verschillen in de kerk waaraan Ira en Katja hebben moeten wennen. Het opvallendste is wellicht de doop, maar al te veel moeite hebben de zussen daar niet mee. Ira: „Wij zijn baptisten. De volgorde van doop en belijdenis is hier omgekeerd, maar verder hebben we dezelfde leer. Wel hebben we in Oekraïne absoluut andere traditionele waarden. Je kunt merken dat wij jarenlang hebben moeten vechten om geestelijk te overleven. Daar hadden we onze handen te vol aan om aan andere dingen te denken. Bij de vraag: „Mag ik op zondag met de trolleybus naar de kerk?" heeft in onze gemeente nog nooit iemand stilgestaan".
Nico: „Een oud vrouwtje dat op zondag opgehaald wordt om naar de dienst te gaan, doet na afloop meteen even boodschappen op de markt. Het is de enige gelegenheid die ze heeft. Niemand vindt dat vreemd." Katja: „Kleding is ook zo'n onderwerp waar hier heel anders tegenaan gekeken wordt. Er zijn mensen die uit principe zwarte kleding dragen. Wij vinden dat kleren het lichaam moeten bedekken, klaar."
Andersom doen Nederlandse kerkmensen ook dingen die Russische christenen niet in hun hoofd zouden halen. Roken bijvoorbeeld. Katja kan er geen begrip voor opbrengen, evenmin als haar zus: „Dat is het doden van je lichaam, kijk maar op elke verpakking. Wij hebben daar wel vragen over. Toch voel je ook verbondenheid met de kerk hier. Dat was heel sterk het geval toen we trouwden en een Russische en een Nederlandse dominee de dienst leidden. God heeft kinderen onder baptisten en onder reformatorischen." Cor: „Ik heb het ook echt als een stuk leiding gezien dat wij elkaar gevonden hebben." Nico: „Ik ook. Ik heb vaak gedacht: anders was er wel iets tussen gekomen. Het was ingewikkeld genoeg om alles te regelen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.