+ Meer informatie

Naarde katechisatie

6 minuten leestijd

114

HET GELOOF (2)

We komen nog even terug op het historisch geloof. Dit is alleen een verstandelijk weten en verstandelijke overtuiging van de waarheid van Gods Woord. Het zaligmakend geloof is ook een „weten”, want „kennis” is één van zijn eigenschappen. Onze Heidelberger zegt ervan in Zondag 7: „Een waar geloof is niet alleen een stellig weten of kennis, waardoor ik alles voor waarachtig houde, dat ons God in Zijn Woord geopenbaard heeft.”

Dit weten of die kennis is niet iets, waarbij dan dit of dat nog eens moet komen, neen, dit kennen in het zaligmakend geloof is het beginsel van de ware kennis, dat in de wedergeboorte gewerkt wordt in het hart. Het is de kennis door een „verlicht” verstand, terwijl de kennis van het historisch geloof slechts een „beschouwende” kennis is, een verstandelijk toestemmen van de waarheid, buiten het hart omgaande. De kennis in het zaligmakend geloof is een l e v e n d e kennis. „Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige en waarachtige God en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt.” Joh. 17 : 3.

Het historisch geloof behoort tot de ALGEMENE gaven van de Heilige Geest. Zie Hebr. 6. Zijn deze op zichzelf verwerpelijk? Volstrekt niet. Hoevelen verwerpen het Woord Gods. De massa keert zich vandaag geheel af van de waarheid. Het wordt zelfs als abnormaal beschouwd, wanneer men nog in de Bijbel gelooft en aanneemt, wat er allemaal in staat. En hoe wordt anderzijds het gezag van Gods Woord ontkracht en ondergraven door de moderne theologie. Is het daarom niet van de grootste betekenis, in de zuivere waarheid van Gods Woord onderwezen te worden en die onze kinderen in te scherpen? Het geloof is trouwens uit het gehoor en het gehoor door het Woord Gods.

En hoe zullen ze geloven, indien ze niet gepredikt worden, zegt Romeinen 10.

Maar… het verstandelijk weten en toestemmen moet aan het hart geheiligd worden door de wederbarende werking van Gods Geest! Het verstand wordt dan verlicht en men krijgt bevindelijke kennis van wat God in Zijn Woord geopenbaard heeft. Hierover meer, wanneer we het zaligmakend geloof bezien.

Ook het TIJDGELOOF is niet zaligmakend.

Het heeft een enigszins diepere werking dan het.historisch geloof. Want het verstandelijk weten en belijden gaat dan gepaard met een uiterlijk genoegen in de waarheid. De Heere Jezus verklaart dit in de gelijkenis van het zaad. In Matth. 13 : 20 en 21 lezen we: „Maar die in steenachtige plaatsen bezaaid is, deze is degene, die het woord hoort en dat terstond met vreugde ontvangt. Doch hij heeft geen wortel in zichzelf, maar is voor een tijd en als verdrukking of vervolging komt om des Woords wil, zo wordt hij terstond geërgerd.” ’t Is geen wonder, dat de ontdekten door Gods Geest vaak vrezen, dat ook zij zulk een tijdgeloof hebben, vooral wanneer het zo donker kan zijn in hun hart en zoveel zich voordoet, wat hen veroordeelt!

Het kan met het tijdgeloof zo ver gaan. Enig kennen en betreuren van de zonde, het Evangelie met Gods beloften met blijdschap aanvaarden, Jezus aannemen en ijveren voor de dingen van het Koninkrijk Gods.

Verschillende voorbeelden vinden we ervan in Gods Woord. Denk aan Demas, de metgezel van Paulus, maar die de tegenwoordige wereld lief kreeg, zoals we lezen. Ook de vijf dwaze maagden zijn een duidelijk voorbeeld. Zij trokken mee in de stoet naar het feest van de Bruidegom. Zij hadden ook brandende lampen en ook zij toonden blijdschap in het tegemoetgaan van de Bruidegom! Maar… wat was het grote verschil met de w ij z e maagden? Zij hadden geen olie meegenomen. Hun meegaan was een uiterlijk betoon. Er was geen innerlijke ZIELSBETREKKING op en LIEFDE tot de Bruidegom. Het was hen om zo te zeggen niet te doen om de Bruidegom Zelf, maar om het „feest” als zodanig. Zij hebben nooit de beminnelijkheid en de schoonheid van de Bruidegom gezien. Zij hebben Hem niet nodig gekregen als een schuldovernemende Borg tot verzoening en behoudenis hunner ziel. En daarom is het juist de waarlijk heilbegerige te doen. Zij gaan het hoe langer hoe meer verstaan, dat er buiten Jezus geen leven is, maar een eeuwig zielsverderf.

Bij de tijd-gelovige is er in de overtuiging van zonde geen ware VEROOTMOEDIGING voor God.

Het openbaart ook geen echte v r u c h t e n der bekering en van het geloof. Men kan rustig zogenaamd Jezus aannemen en met de mond belijden en toch blijven vasthouden aan de wereldse begeerlijkheden en goedpraten, wat de Bijbel als zonde veroordeelt.

In het tijdgeloof werkt ook sterk het gevoelsleven. Nu gaat het zaligmakend geloof nooit zonder gevoel. Maar er kan wel „gevoel” en „gevoelsleven” zijn zonder het ware geloof. Dan is het slechts gevoel zonder ware verootmoediging en zielsverbrijzeling uit de Heilige Geest!

De oprecht-gelovige, de bekommerde vanwege zijn zonden wordt ook dikwijls bestreden ten opzichte van de tekst uit Hebr. 6 : 4-6. Daarin schrijft de apostel over degenen, die eens verlicht geweest zijn en de hemelse gaven gesmaakt hebben en des Heiligen Geestes deelachtig zijn geworden.

Hierover wordt men dan bestreden, namelijk, dat men deze dingen kan hebben en dat men toch denkt, dat dit alles niet zaligmakend is en dat men zichzelf dus meent bedrogen te hebben voor de eeuwigheid.

Maar wat bedoelt de apostel met dit „eens verlicht geweest zijn” en met „de hemelse gaven gesmaakt te hebben” en met „des Heiligen Geestes deelachtig geworden zijn”?

„Verlicht geweest” wil hier zeggen: enig verstandelijk licht te hebben verkregen in de betekenis van de waarheden des Bijbels.

„Hemelse gaven gesmaakt te hebben”: als met deze gaven uiterlijk in aanraking te zijn gekomen. Een voorbeeld! Het gebruiken van een spijze. Men kan daarvan even iets in de mond nemen, even proeven, maar dan weer uitwerpen. Dan is dit dus geen eten of verwerken van de spijs. Dan verkrijgt men de kracht er niet van.

En zo is ten opzichte van „het goede Woord Gods gesmaakt te hebben en afvallig worden”, zoals de apostel schrijft. Er staat ook in de verklaring van Jezus van de gelijkenis: „die het Woord t e r s t o n d met vreugde ontvangen”. Hier blijkt dus, dat voor die vreugde geen plaats was gemaakt, namelijk het kennen van de smart over de zonde enz.

„En des Heiligen Geestes deelachtig zijn geworden”. Hier staat niet d e Heilige Geest deelachtig zijn. Dit geldt de L E V E N D G E M A A K T E zondaren. Maar er staat „des” d.w.z. iets van de Heilige Geest, namelijk… a l g e m e n e gaven.

Enerzijds strekten deze teksten tot ernstig zelfonderzoek.

Anderzijds tot bemoediging voor hen, die vaak aangaande deze teksten bestreden worden, of hun werk wel in der waarheid is, zaligmakend.

Mocht de Heere hem hierover Zijn licht schenken en het onderwijs zegenen!

Urk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.