+ Meer informatie

Puzzel 206

4 minuten leestijd

Hallo beste vrienden! We lieten de boot achter ons. Het geschreeuw aan dek kon je nog kilometers lang horen. Hoe harder de man met de centen riep dat hij over boord gezet wilde worden, hoe harder de matrozen er tegenin blèrden dat het niet gebeuren zou. Of... hij mocht van het schip af, maar dan zónder fiets. Daar zag de man niks in. Per slot van rekening was het eèn heel eind zwemmen naar Australië; bovendien was hij tóch al niet zo'n kampioen-zwemmer en hij was ook baaie bang dat z'n geld nat zou worden. Zodoende kwamen wij hoe langer hoe meer voor. Het beviel me buitengewoon. Ik deed van pure pret niks anders dan m'n handen wrijven, tót mijn vrouw.zei: „Heb je soms last van jeuk?" „Nee", zei ik eerlijk, „ik heb groot plezier. Nou zullen we er misschien tóch nog eerder zijn dan centen-Jan". „Nee maar!" riep ze met een bestraffend toontje, „ben je nog steeds kinderachtig bezig?" „Nou ja, nou nee..." sputterde ik onhandig tegen, „ik bedoel alleen maar, nou ja, nou goed, het is een nare man met z'n opschepperij". „Thuis hopen we verder te praten", antwoordde ze beslist en trok een rol autodrop uit haar handtas. „Komaan, kapitein, allemaal een zwarte oppepper, dié hebben jullie wel verdiend". De mannen smekten en smakten allerplezierigst en trokken de kano als een scheermes door het water. Een haai probeerde ons bij te houden, maar na drie uur drie kwartier gaf hij het op en dook buiten adem ondefr water.

„Ik wou d'r wel eens af", zuchtte ik, „ik ben zo stijf als een paling in de diepvries. Hoe ver zou 't nog zijn?" M'n blik viel op hoofdman Sumta, die z'n peukje in het water mikte, z'n hand boven z'n ogen legde en in de verte tuurde. „Zie je wat, Sumta?" vroeg ik nieuwsgierig.

Hij knikte met het achterhoofd en wees vooruit. „Land!" zei hij, „grote land, grote huis, grote stinkpijp, grote stank". Wij roken nog niks, maar dat zei niet veel: mijn vrouw is nogal hardruikend en ik had een velletje in mijn neus. Sumta zou best gelijk hebben! Een aardig weekprijsje is er deze week voor: Bram de Bruin, Prins Clausstraat 2, Berkenwoude voor zijn schip, gemaakt van pijpjes. Heel grappig!

Vandaag hebben jullie bij de vragen het boek Jozua nodig. Ik zai het niet te moeilijk maken. Want het is fijn als iedereen met genoegen mee kan doen. JulliCzien hier vijftien zinnen staan. Maar... het is niet altijd goed wat er staat. Om als voorbeeld de eerste te nemen: Jozua stuurde twaalf verspieders om stilletjes Jericho te bekijken. Als je hoofdstuk twee van Jozua opslaat, zie je meteen in het eerste vers, dat Jozua geen twaalf, maar twee mannen stuurde om Jericho te verspieden. Zin 1 is dus fout.

En nu jullie. Schrijf maar gewoon de nummers onder elkaar en achter elk nummer: "goed" of "fout". Ik doe de vragen niet door elkaar; dat zou erg lastig zijn. Nee, je kunt gewoon bij hoofdstuk twee verder gaan. 1. Jozua stuurde twaalf verspieders om stilletjes Jericho te bekijken. 2. Ze kwamen in het huis van Rachab om daar die nacht te blijven slapen. 3. Rachab zei: „De Heere zal jullie helpen en Jericho zal veroverd worden".

Naar hoofdstuk 6. 4. De Israëlieten trokken elke dag zeven keer rond de stad Jericho. 5. Niet alleen de soldaten trokken rond de stad, nee, ook alle vrouwen en kinderen. 6. Toen de priestefs op de bazuinen bliezen, stortte de Heere de muur in elkaar. 7. Van de inwoners van Jericho bleven alleen Rachab en haar familie leven, verder niemand. 8. Achan, een man aiit de stad van Ruben, stal een paar dingen en verstopte ze. 9. Bij de volgende stad. Ai, ging het mis: de Israëlieten verloren 36 man en sloegen op de vlucht. 10. De Heere zei: „Er is een dief in het leger. Daarom hebben jullie de strijd verloren"; 11. Achan kwam meteen naar voren en zei: „Zoek maar niet verder; ik ben de schuldige". 12. „Ik vond een mooie jas, zilverstukken en een stuk goud. Die heb ik meegenomen", vertelde Achan. 13. De inwoners van Gibeon werden bang en probeerden met veel geld Jozua om te kopen hen niets te doen. 14. Jozua sloot een verbond met de Gibeonieten en liet ze in vrede vertrekken. 15. Toen Jozua merkte dat hij bedrogen was, maakte hij van de mensen van Gibeon houthakkers en waterputters.

Die puzzel heeft me veel ruimte gekost. Ik stop er rap mee. Groeten allemaal! Oom Rien

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.