+ Meer informatie

Een ongelijk juk

4 minuten leestijd

55 Als ze nu nee zegt tegen hem, dan spreekt ze tegen de stem van haar hart in. Maar als ze Ja zegt, doet ze dat tegen de stem van haar geweten en verstand in, ze weet het, maar daaraan wil ze niet denken. „Wat droom je, Nel? Vind je niet dat ik het mooi kan zeggen?" „Wat zeggen... wat bedoel je..." vraagt ze, want ze is al zo ver weg met haar gedachten, dat ze vergeten is wat hij precies zei. „Ik zal het duidelijk zeggen, dan begrijp je me beter. Ik hou van je en ik ben pas tevreden als Jlj dat ook tegen mij zegt. En als jij niet meer zo In-ampachtlg op een afstand blijft, dan zal ik het jou ook laten merken en jij mij ook. Waarom blijf je aarzelen? Je houdt jezelf voor de gek, dat weet Ut." „Ach... voor jou is het veel gemakkelijker, Bart. Vader en moeder vinden het niet juist en als ik eerlijk moet zijn, weet ik ook dat onze opvattingen teveel verschillen om... om... nou ja, om altijd goed met elkaar om te gaan en niet steeds te botsen en om altijd alles samen te kimnen doen en overleggen en beslissen. Daarover hebben we het toch al eerder gehad en dat verandert niet," „Dat snap ik nog steeds niet hoor. Is dat dan nog altijd om wat jij in het begin zei? Omdat jij zo streng bent opgevoed en je ouders nogal zwaar-op-de-hand zijn?" „Juist omdat je dit zo zegt, begrijp je daar niks van. Ik denk net öls nujn ouders en ben dus ook zo dat is napraten van wat jij van anderen hoorde. Alsof voor ons alles somber en donker en onbereikbaar is. Voor jou is het geloof vanzelfsprekend, maar het betekent verder nauwelijks iets in je leven..." „En bij jou dan...?" „Is het niet vanzelfsprekend. Ik ben er bij opgevoed dat wij het ware geloof moeten ontvangen, dat ieder mens... ja, dat zul je wel zwaartillend volgens jou. Maar vreselijk ouderwets vinden...

DOOR ARJEN VAN HOORN maar dat wij bekeerd moeten worden... echt veranderd... omdat we uit onszelf niet Inmnen en willen geloven... en... en... dat we toch ook verlost moeten worden van onze zonden... dat die vergeven moeten worden... En niet omdat ik er bij opgevoed ben alleen... ik ben er van overtuigd dat het zo is, ik ervaar het en ik weet dat ik wel geloof en dat ik dat ook voor geen goud wil missen, maar ook ervaar ik dat... nou ja... hoe moet ik dat precies zeggen... dat er het belangrijkste aan ont-' breekt, dat het echte, het wezenlijke vaak zo ver weg is." > „Och... dat zie jij wat anders dan ik. Nel dat is zo. En zoals jij dat zegt begrijp ik het ook niet zo , goed, eerlijk gezegd. Als ik mijn gedachten daarover ga ulteeiu'afelen blijft er ook niks van mijn geloof over. En is het nodig om altijd maar over zonden te denken? Zo verschrikkelijk slecht zijn wU toch niet en dat we niet volmaakt zijn is nou eenmaal zo. En jij gelooft toch alles wat in de Bijbel staat, net als ik?" „Ja natuurlijk, wat dacht je dan?" „Dan geloof je toch!" „Ja... met m'n verstand wel, maar als ik eerlijk over alles denk, is mijn hart toch meestal ver van God af en..." „Dat is met ieder mens zo... met mij ook... omdat we nou eenmaal mensen zijn en als mens moeten leven. Maar jij gaat erover denken en piekeren. Ik niet. Ik heb van jongsaf gehoord dat God liefde is en dat geloof Ik ook. Jij dan niet?" „Ja natuurlijk...!" Nel schrikt bijna van die vraag. „Nou dan... Moet je dan je leven lang blijven tobben over dingen die je verkeerd doet, zoals iedereen fouten maakt en ook wel zonden doet. Dat vergeeft God toch, als je het eerlijk meent. We zijn allemaal mensen en bij jullie in de kerk zullen ze nog wel duidelijker leren dat wij door de zondeval verdorven zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.