+ Meer informatie

Conferentie

10 minuten leestijd

Mannen Broeders,

Wanneer alle kerkelijke vergaderingen, alle zendingsdagen en bondsvergaderingen gehouden zijn volgt altijd nog in het laatst van oktober onze landelijke ouderlingen-conferentie.

Misschien was het voor meerdere broeders wel erg bezwaarlijk om vandaag naar Amersfoort te komen, voor anderen was het wellicht helemaal onmogelijk. Er zullen broeders zijn die in het begin van dit jaar dagen vrij moesten maken voor synodewerk of later voor P.S. en/of classioale vergaderingen en daarom nu verstek moeten laten gaan.

Natuurlijk behoort het tot d'e onmogelijkheden om alle ambtsdragers eens bij elkaar te ikrijgen maar het comité is dankbaar dat u hier bent en graag hoop ik met u op een goede en gezegende dag.

Het was u er vandaag niet om begonnen zomaar eens een dag uit te gaan of om het comité een plezier te doen maar de praktijk van jaren heeft ons geleerd d'at wij deze dagen nodig hebben, dat wij dingen horen en met elkander bespreken die van belang zijn voor de juiste uitoefening van het ambt waar de Koning der kerk ons toe geroepen heeft.

Dat dit geen geringe zaak is, dat er nog al heel wat van ons verwacht en gevraagd wordt zult u zeker allen met mij eens zijn. Wij dienen niet alleen belangstelling te hebben voor wat in eigen plaatselijke gemeente aan de orde komt (en dat is meestal niet weinig) maar ook zullen we aandacht moeten schenken aan veel wat op het bredere kerkelijke terrein gebeurt.

Het is immers zó dat wij, b.v. op huisbezoek daarover ook vragen kunnen verwachten en al is het een vrijwel onmogelijke zaak om op alle vragen een antwoord te geven, ook niet om over alles wat aan de orde komt een mening te vormen, we zullen er toch zomaar niet aan mogen voorbijgaan. En er is veel aan de orde.

Wie niet met ogen en oren dioht in eigen kerkelijk leven verkeert, wie kennis neemt van wat in dag- en weekbladen zowel als in kerkbladen gepubliceerd wordt, wie probeert zich wat te verdiepen in zaken op het politieke, maatschappelijke of economische terrein komt tot de ontdekking dat op eik terrein toch wel een groot aantal vraagstukken liggen waarmee niet altijd iederéén te maken heeft, doch waar de ouderlingen in meerdere gezinnen toch wel mee geconfronteerd worden.

Ik zal niet proberen daarvan een opsomming te geven. Als het goed is bent u als ambtsdrager daar zelf wel mee bekend en hebt u mogelijk reeds meermalen de verzuchting geslaakt dat het leven voor velen toch wel steeds ingewikkelder en gecompliceerder wordt.

Naarmate dit voortgaat zal misschien de vraag naar specialisten of wel naar ouderlingen met een speciale taak of opdracht groter worden.

Toch geloof ik dat we voorzichtig moeten zijn met het benoemen van ouderlingen of diakenen met een aparte opdracht. Het zou immers wel eens kunnen gebeuren dat grotere of kleinere groepen aan de aandacht ontsnapten en dus „vergeten” groepen zouden kunnen worden.

We kennen maar één bevestigingsformulier waar t.o.v. de ouderlingen b.v. gezegd wordt dat het tot hun taak behoort: de leden van de gemeente trouw te bezoeken en hun geestelijke leiding te geven. (Zie het nieuwe bevestigingsformulier in A.C. pag. 853).

De gemeente hoort dit óók en weet daardoor wat zij van alle ouderlingen mag verwachten evengoed als zij hoort boe zij zich tegenover de ambtdragers heeft op te stellen.

Begrijp nu goed dat ik geen bezwaar heb tegen het feit dat de ene ouderling wat meer aandacht besteedt aan de bejaarden en een ander aan de zieken, als het maar niet zijn enige taak of opdracht wordt want dat is m.i. niet juist.

Hierdoor kan eenzijdigheid in de hand gewerkt worden, zelfs kan het (zij het misschien wat overtrokken gezegd) leiden tot meer of mindere devaluering van het ambt. Ouderen èn jongeren moeten worden opgewekt tot de dienst des Heren. De gemeente moet gewezen worden op haar roeping in deze wereld van het Evangelie te getuigen………enz.

Het gevaar is dacht ik niet denkbeeldig dat, wanneer we alles in vakjes gaan verdelen de gemeente het ambt aller gelovigen steeds minder gaat beoefenen omdat deze of gene speciaal voor een of andere taak is aangewezen.

Het zou kunnen gebeuren dat ouderlingen zaken die toch wel wezenlijk tot hun opdracht behoren, laten liggen omdat het „tot het terrein van die of die ouderling behoort”. Natuurlijk kan men wel zeggen dat dit de bedoeling niet is maar ik ben bang dat het in de praktijk wel ao kan gaan en ik acht het een kwalijke: zaak als ambtsdragers ambtenaren gaan worden, waarmee ik natuurlijk niets kwaads van ambtenaren bedoel te zeggen.

Hoe het dan wel moet?

We zullen moeten trachten onze tijd en onze aandacht zo goed mogelijk te verdelen opdat we het ons toevertrouwde ambt ook op de juiste wijze vervullen.

Dat betekent o.a. dat we niet te vlug mee moeten zingen in het koor van zovelen die ondanks 43- of 40-urige werkweek, vrije zaterdag enz. toch maar roepen van: geen tijd, geen tijd. ’k Hoop niet dat u het te idealistisch vindt maar ik ben van mening dat ambtsdragers, uiteraard naast hun dagelijkse werk, allereerst en allermeest aandacht zullen moeten geven aan de hun opgedragen taak.

Het ja-woord is maar niet ten dele gegeven. Al zeggen wij niet als de predikanten: ,,ja, ik, van ganser harte” het ligt toch wel in ons jawoord opgesloten.

We zullen, en d’at zeker in deze tijd, wanneer we zeggen: „mijn hart is tot uw dienst en lof bereid”, daar óók wat, ja zelfs veel voor over moeten hebben.

We zullen er moeite voor moeten doen onze kennis te vermeerderen om daardoor anderen te kunnen helpen.

We hebben ja getzegd op de woorden: Daarom dienen zij God’s Woord te onderzoeken en zich gedurig te oefenen in de overdenking van de verborgenheden des geloofs.

Dat betekent dus: lezen, studeren, nadenken. Niet maar navertellen wat een ander verstaat onder die verborgenheden, niaar het zélf weten en dan geestelijke leiding geven. Dat is b.v. op huisbezoek: luisteren en voorzichtig aftasten of bij ouderen en jongeren de kenmerken van het „levend lidmaat van Jezus Christus zijn” aanwezig zijn.

Als we het zo doen kunnen we m.i. pas spreken van een goed huisbezoek want dan is er meer dan alleen een vriendelijke ontvangst en het ontbreken van afbrekende kritiek.

Nu zou ik wel willen dat wij in discussiegroepen uiteen konden gaan om daarna te horen wat u hiervan denkt en hoe u dit allemaal beleeft.

Ik ben bang dat zelfs na ongeveer 35 jaar conferentiewerk wij allemaal gaan zeggen dat we nog maar zo weinig weten en er naar ons gevoel nog maar zo weinig van terecht brengen. Elke ouderling zal, dacht ik, de momenten kennen waarin hij duidelijk de hulp des Heren mocht ervaren waardoor hij werd bemoedigd en vertroost. Maar evenzeer zal ook iedereen telkens moeten constateren dat het helm aan rechte liefde, alsook aan wijsheid en kennis ontbreekt. Het stemt tot dankbaarheid dat we in Ambtelijk Contact een orgaan bezitten waarin getracht wordt leiding aan ambtsdragers te geven.

Wij zijn de redactieraad en eindredacteur dankbaar voor de wijze waarop het blad „gevuld” wordt al zouden we hun graag meer pagina’s ter beschikking stellen, want

ik geloof dat, gezien de geweldige tijd waarin wij leven, de behoefte aan voorlichting steeds groter wordt. Voorlichting aan ambtsdragers maar ook aan belangstellende gemeente-leden waarbij ik dan zeker ook denk aan toekomstige ambtsdragers.

Kortgeleden las ik in het Geref. Ouderlingenblad een artikel van Prof. v. d. Woude over verontrusting in de kerken. Het gaat mij nu niet om het artikel op zichzelf maar Prof. v. d. Woude legt daarin zeer sterk de nadruk op de voorlichting juist omdat zoals hij zegt ,,de ontwikkeling zo snel gaat” „Zij is zelfs dooi een synode die om de twee jaar vergadert niet meer bij te houden” en zo gaat hij verder „het moet dan ook niemand verwonderen dat het tempo van deze ontwikkeling voor velen van het kerkvolk helemaal niet bij te houden is”.

Die voorlichting zullen wij ook moeten geven broeders ten aanzien van vele zaken hoe moeilijk dat misschien ook soms is. Dat vraagt studie en ik ben bijzonder blij dat ter gelegenheid van het 75 jarig jubileum van onze Theol. Hogeschool het boek „Woord en Kerk” is verschenen. Ik mag toch aannemen dat u het allemaal in uw bezit heeft en zo niet zorg dan dat u van d!e 2e druk, die eerstdaags verschijnt, een exemplaar bemachtigt.

Uit dit alles zal het u dacht ik wel duidelijk zijn hoe belangrijk ik de vorming van ambtsdragers vind. Temeer daar de studiezin bij jongeren en ouderen, althans ten opzichte van deze dingen afneemt.

Moeten we dus aan de studie? Ja, dat geloof ik wel.

Ik noemde reeds A.C. maar dat is niet genoeg. Gelukkig bestaat er bij meerdere ambtsdragers en ook bij belangstellende gemeenteleden behoefte aan informatie over tal van vragen op theologisch en kerkelijk terrein. Er is behoefte aan leiding en vorming.

Om daaraan tegemoet te komen zijn besprekingen gevoerd om te komen tot een cursus, leergang of college die b.v. eenmaal per twee weleen door bekwame docenten gegeven zou kunnen worden.

Daar dit niet op de weg ligt van het curatorium of van welk deputaatschap ook hebben enkele personen een commissie of directorium gevormd. Deze commissie zal trachten voldoende deelnemers(sters) te vinden om dv. september 1970 te starten met zo’n cursus. Binnen niet al te lange tijd zullen alle kerkeraden hierover bericht ontvangen en ik mag u wel dringend verzoeken om van dit schrijven niet alleen kennis te nemen doch er ook in positieve zin op te reageren.

Wie voor de voorbereidende werkzaamheden vandaag soms een gift wil geven trekt mij maar aan m’n jasje en ik zal zorgen dat het op de plaats van bestemming komt.

Ik ben mij er wel van bewust dat iemand na al wat gezegd is toch nog de opmerking zou kunnen maken dat het, weliswaar praktische zaken waren die aan de orde gesteld zijn maar dat dit alles de organisatorische of buitenkant van ons ambt raakt. M.i. staat het één echter in nauw verband met het ander. Natuurlijk zouden wij tekort schieten als we alleen maar verschillende ethische vragen of vragen over de nieuwe theologie konden beantwoorden en we zouden in gebreke blijven in het geven van geestelijke leiding. Wanneer u van mening bent dat dit misschien wel het moeilijkste deel van uw taak is, zult u daarin niet de enige zijn.

Geestelijke leiding geven, toezicht op de gehele kudde waarover de Heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Goid’s te weiden, die Hij zich door het bloed van Zijn Eigene verworven heeft, wie is daartoe bekwaam? Niemand, tenzij God hem ’bekwaam maakt. En dat wil de Here, dat heeft Hij Zelf beloofd: Hij Die U roept is getrouw Die het ook doen zal.

We hebben daarvan gelezen:

De Here is nabij allen die Hem aanroepen, allen die Hem aanroepen in waarheid. Hij vervult de wens van die Hem vrezen. Dit zij ons tot bemoediging broeders bij al onze arbeid, de beloften des Heren falen niet, want:

Een vaste burcht is onze God. Een toevluchtvoor de Zijnen. AI drukt het leed al dreigt het lot, Hij doet Zijn hulp verschijnen.

Geen aardse macht begeren wij,

die gaat alras verloren.

Ons staat een sterke Held terzij,

Die God ons heeft verkoren.

Vraagt gij Zijn naam zo weet,

dat Hij de Christus heet,

Gods Eengeboren Zoon,

Veirwinnaar van de troon.

De zege is ons beschoren.

Openingswoord uitgesproken op de ouderlingenconferentie gehouden te Amersfoort op woensdag 29 oktober 1969.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.