+ Meer informatie

Hogere opbrengsten uit aardgasvelden

Door afroming winst oliemaatschappijen

2 minuten leestijd

DEN HAAG — Ongeveer een half miljard gulden per jaar denkt de staat extra te zullen ontvangen uit de exploitatie van kleine aardgasvelden als een regeling, die minister Van Aardenne van economische zaken dinsdag aan de Tweede kamer heeft gepresenteerd, tot stand komt. De regeling komt neer op afroming van de winsten, die de oliemaatschappijen op de kleine aardgasvelden maken via een nieuwe heffing.

De heffing zal vrijwel alle concessies van de Nederlandse aardoliemaatschappij (NAM) op het vaste land en de winningsvergunningen voor blok k-12 (Noordzee) van het zogenaamde noord-winningsconsortium treffen.

De wettelijke regeling, die voor de heffing vereist is, zal, verwacht de minister, op zijn vroegst in 1982 tot stand kunnen komen. Het netto-effect voor de overheid van deze regeling zal in de jaren 1982 tot en met 1985 ongeveer twee miljard gulden bedragen. Van Aardenne wil met de houders van de winningsvergunningen overleggen om te bezien of langs privaatrechtelijke weg op de regeling kan worden vooruitgelopen, zodat de staat reeds over 1981 extra inkomsten uit de ontginning van de kleine aardgasvelden ontvangt. Die extra baten in 1981 schat de minister op 250 miljoen gulden.

De extra inkomsten uit de nieuwe heffing moeten, vindt het kabinet, worden gebruikt voor versterking van de economische structuur van ons land. Hierbij denkt het kabinet zowel aan een specifiek op het bedrijfsleven gerichte besteding als aan benutting van het extra geld om noodzakelijke infrastructurele werken tot stand te brengen. Echter, aldus Van Aardenne in zijn brief aan de Tweede kamer, dient ook de noodzaak om het financieringstekort van de overheid te verlagen een grote rol te spelen.

Meeropbrengst
De heffingsregeling, die minister Van Aardenne heeft uitgedacht, gaat uit van de gedachte van een zogenoemde meeropbrengst. Het kabinet wil een deel van hetgeen de oliemaatschappijen boven een bepaalde prijs (de zogenaamde referentieprijs) ontvangen voor de staat opeisen. Als uit een aardgasveld al wordt geproduceerd bedraagt die referentieprijs negentien cent per kubieke meter.

Is dat niet het geval dan zal als referentieprijs gelden de prijs die het gas in het eerste jaar van aflevering opbrengt. Het is de bedoeling de referentieprijs jaarlijks te indexeren. Het tarief van de heffing wordt 70 procent als de staat niet deelneemt in de winning van het gas, vijftig procent bij een staatsdeelneming van vijftig procent.

Genoeg impulsen
De regeling, aldus de minister in zijn brief, beantwoordt niet alleen aan de verlangens van de Tweede kamer zoals die in moties zijn neergelegd, maar is ook verenigbaar met de door hem met Shell en Esso aangegane en door de Kamer aanvaarde investeringsafspraken. Er blijven, meent de minister, voldoende impulsen om een voortgaande exploratie naar en exploitatie van kleine tot zeer kleine velden te waarborgen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.