+ Meer informatie

„Mijn hart bonkte van jewelste

Renske de Boer uit Joure moest jarenlang knokken om van hyperventilatie af te komen

15 minuten leestijd

'e eerste aanval van hyperventilatie herinnert Renske de Boer uit Joure zich als de dag van gisteren. Er spookte slechts één gedachte door haar hoofd: een hartaanval. Niks hartaanval, aldus de dokter. Ze geloofde hem niet. Een lijdensweg volgde. „Dat onbegrip van mijn kennissen, joh, dat was misschien wel het ergste". Nu, acht jaar later, is ze zo goed als genezen van hyper. „Ik denk nog wel eens aan het eerste blokje-om dat ik deed toen ik weer alleen naar buiten durfde. In mijn jaszak hield ik angstvallig een plastic zakje vast". Het ruim honderd bladzijden tellende boek "Kijk op het gezin" geeft goede informatie over en biedt een hanteerbare handreiking voor herkenbare gezinssituaties. Een boek om ons te helpen en te leren hoe we bepaalde omstandigheden kunnen beoordelen. De gegevens die worden aangereikt kunnen heel welkom zijn ter voorkoming van onwelkome verrassingen. Zoals de omslag vermeldt, is dit "Een boek voor ouders". Handzaam en praktisch geschreven. Met recht kan het boek —om een woord uit de verantwoording van samenstelster Marian SchalkMeijeringte gebruiken— „levensecht" worden genoemd. Dit stempel siert het boek en maakt het de recensent tegelijk onmogelijk het boek afstandelijk te beoordelen. Het boek kent hem als lid van het gezin èn het boek herkent zijn eigen gezinssituatie. Ieder gezinsleven kent vreugde en vraag, tegenstelling en teleurstelling, vertwijfeling en verbijstering. Tijden van herkenning en verkenning, miskenning en ontkenning kunnen zich in zeer verschillende en onderscheiden mate aandienen. Dan is dit boek een welkome vluchtheuvel om de drukke straat veilig over te steken.

Ingedeeld

De uitgave kan dienst doen in onvoorziene en onverwachte gezinssituaties Renske de Boer: „Ik verloor mensen die mij dierbaar waren. Dat heb ik niet goed verwerkt, dat heb ik achter me neergezet, muurtje eromheen, laat maar staan". Door Ben Tramper 'ie dag zat Renske op de bank en las een tijdschrift. De kinderen waren naar school, haar man naar zijn werk. Heel langzaam bekroop haar een zwaar, beklemmend gevoel in de borststreek. Haar handen begonnen te trillen. Het tijdschrift viel op de grond. Het zweet brak haar uit.

Onzichtbare vuisten knepen haar keel dicht. En wat zo angstig was: haar hart deed vreemd, sloeg steeds sneller en sneller en bonkte even later van jewelste. Paniek. Het telefoonboek. De dokter. In haar hoofd spookte maar één gedachte: een hartaanval.

Plastic zakje

Vijf minuten later. De huisarts was met piepende remmen gearriveerd. Renske leek de oude weer. Nou ja, bijna. Ze S^aS nog moe. Alsof ze een week op het hooiveld had gestaan. De hartaart'M" was voorbijgegaan. Over. Weg. Zé zat op de bank en ervoer alleen dat al als een wonder: Ik zit hier nog.

„Niks hartaanval", sprak de dorpsarts, toch best wel ernstig, na enig onderzoek. Renske reageerde verrast. Geen hartaanval? „Nee, het is hyperventilatie", zei de arts. „U mankeert verder niets. U bent juist goed gezond". Hij gaf haar een plastic zakje en ging weg. „Daar zat ik", zegt Renske acht jaar later. „Hyperventilatie. Dat zei mij niets. Daar had ik amper van gehoord".

Ze geloofde de arts eigenlijk niet echt en hield zichzelf voor dat ze wèl een hartkwaal had. Dat idee werd versterkt door nieuwe aanvallen, die kort op de eerste volgden. „O, dan schrok ik me naar hè! Mijn hart deed dan heel raar, sloeg een keer dubbel, sloeg nog een keer dubbel en begon op het laatst heel snel en hard te kloppen. Ik raakte overstuur en als ik in zo'n toestand de dokter belde, zei de beste man kalmpjes: Niets aan de hand, neem maar een plastic zakje, uitblazen en inademen. Het hielp altijd, dat advies, maar ik kon gewoon niet aanvaarden dat ik verder niets mankeerde".

Duizeligheid

Een lijdensweg volgde. Renske begon aan alles en iedereen te twijfelen. vooral aan zichzelf. „Ik stond bijna wekelijks bij de dokter op de stoep. „Dokter, ik voel me zo naar, ik heb last van duizeligheid, trillende handen en voeten en mijn hart klopt anders dan anders". „Mevrouw, het zijn typisch verschijnselen van hyperventilatie. U bent gezond, zo gezond als een vis, en loopt absoluut geen gevaar". Ik ging me schamen voor mijn klachten, durfde niet meer naar de dokter en durfde er met niemand over te spreken. Want ik mankeerde niets. En toch voelde ik dat ik wèl wat mankeerde".

De angst voor nieuwe aanvallen groeide, ook al zei de dokter tien keer dat een aanval niet dodelijk kon zijn, ook al zei hij tien keer dat hij niets kon vinden wat wees op een lichamelijke kwaal. De angst werd zo groot dat ze zich na verloop van tijd nauwelijks meer op straat begaf. Ze kwam de deur bijna niet meer uit. Ze durfde niet meer te gaan wandelen, ze durfde niet meer te gaan fietsen, ze durfde niét meer naar de winkel, ze durfde niet meer op verjaardagsvisite; ze wilde alleen nog maar thuis blijven, want thuis voelde ze zich veilig, thuis stond de telefoon, thuis zag niemand haar als de aanval kwam.

Geleidelijk aan vereenzaamde Renske. En als ze iemand ontmoette, ondervond ze veel onbegrip. „Ja, dat was misschien wel het ergste, dat onbrgrip. Tegen wie zeg je nu dat je geen boodschappen durft te doen en dat je je man of je kinderen er met een smoesje op uit stuurt? Want aan smoesjes ben je rijk hoor. Je bent bang dat de ander je een aanstelster vindt, dat de ander zijn schouders voor je ophaalt. Ik liep voortdurend rond met de gedachte dat ik niet serieus genomen werd. Daaruit ontstond een soort minderwaardigheidscomplex, erg vervelend".

Na enkele maanden aantobben raakte Renske aan het eind van haar Latijn. De dokter had geen medicijnen voor haar lichamelijke klachten, want die had ze simpelweg niet. Niemand wist van haar problemen, vrienden niet, buren evenmin, alleen haar man had er weet van. Maar die kon ook niet helpen.

Vermoeidheid

In die noodsituatie vernam Renske van de oprichting van de Nederlandse Vnjwei iedereen denkt bij hyperventilatie >ian oen plastic zakje. Toch weet bijna niemand het fijne van hypt-r, zoals het v< rschij'nsel gemakshalve wi-l wordt genoemd. Di- Nederlandse Hyperventilatie Stichting 'M\\ daai iets aan doen.

Het fijne van hyper

Volgens de NHS is hyporventtlatie met oen, twee. drie te genezen Een plastic zakje helpt alleen bij een aanval en speciale medicijnen om chronische bypcrventilatie aan te pakken bestaan ntet. Do oorzaken moeten worden behandeld, ntet de verschijnselen Vanwege de grote onwetendheid over hyperventilatie werd 'm. 1983 de NHS opgericht Die onwetendheid is nog altijd groot, de voorlichtingsactiviteiten van do stichting ten spijt* Eeno'p de tien mensen die een huisarts bezoeken, heeft hyperventilatie En negen van de tien hyptfventilerenden weten nauwelijks iets van het ziektebeeld af.

Wanneer iemand voor het eerst een aanval van hyperventilatie krijgt, gaat hij absoluut over de rooie Er ti eedr een beklemmend gevoel in de borst op. pijnscheuten vliegen vanuit de hartstreek naar de Imkerarm en het hart raakt volledig over zijn toeren Dikke paniek in de tent vreemd is dat niet, want de verschijnselen zijn de'zelfde als die van een hartattaque. BIJ een aanval van hyperventilatie versnelt de ademhaling hoorbaar' Het ltchaam kr ijgt daardoor te veel zuut stof en kan het allemaal niet meer bijbenen Het hare gaat sneller staan en soms wordt zelf; eon stag overgeslagen

Vei der is er ntks aan de hand De ogen worden wazig, helder denken is niet meer mogetijk, het hoofd staat opspringen Maat gevaarlijk'Nee En van levensgevaar is al helcmaafgeen sprake Na verloop van tijd hcr-stclt het Itchaam zich weer De persoon tn kwestie ts daarna uitge» blust. Meer niet Il Mcei met'Nee in lichamcli|k op• acht althans met Hyper komt met voort St een lichamelijke kwaal, Iemand dte voor bet eerst een aanval krijgt, kan dat froeilijk accepteren. Vaak gaat er nog 1 wel een aantal aanvallen overheen voordat iemand gelooft dat hij werkelijk niets aan den lijve mankeöi t

Voor mensen met chronische hyper ishct nog moeilijker te aanvaarden dat ztj lichamelijk goed gezond zijn. Want ze voelen zich zo ziek ali een hond Chronische hyjyer uit zich in vermoeidheid, spierpijn, depressie, hoofdpijn, slapeloosheid, duizeligheid, rug- en buikpijn

Het weer inademen van de etgen uitadcmingslocht is de bcsto maatregel om een aanval van hyperventilatie te stoppen Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een plastic zakje

Meestal wot dt hyper veroorzaakt door spanning Spanning ontstaat tn situaties die iemand emotioneel met aankan, bij voorbeeld bij problemen in het huwetijk of op het werk

Volgens do NHS is het bijhouden van een dagboek een uitstekend wapen tn de strijd tegen hypervcnttlatie Het zou een uitstekend middel zijn om cc ontdekken welke situaties hyperventilatie uittokken. Door daar vervolgens rekening mee te houden of door erover te pratcfr |||er anderen kan het probleem vaak snel ^ingepakt en opgelost worden, aldus de NHS Het adres van de stichting: Postbus 70386. 1007 KJ, 020-66288 76. Amstc rdam. Tel.:

"Kijk op het gezin": een recensent zwijgt, een vader leest en knikt...

Als een vluchtheuvel in een drukke straat
waaraan het kaartje "probleemsituatie" is gehangen. Bij de verantwoording van het boek is uitdrukkelijk gezegd „richtlijnen te willen geven die gebaseerd zijn op Gods Woord".

De indeling is helder en de hoofdstukken kunnen goed afzonderlijk worden gelezen. Gelet op de omvang van, het boek komt de verwachting uit dat problemen waarvan signalen zijn opgevangen en onderkend, beperkt worden behandeld. Doorverwijzing naar hulpverlenende instanties en aanbevolen literatuur kan vanuit dit opzicht zeker niet worden gemist.

Een gezinssituatie wijzigt bij het intreden van de verwachtingstijd. Blijdschap en ongemak, angst en zorg, verdriet en teleurgesteld worden: raaktreffende situatietekeningen meelevend geschreven. Er wordt steeds naar de betrokkenen geluisterd. Om samen te luisteren naar de Bijbel.

Vaderschap

De doop van het geboren kind ontsnapt niet aan de aandacht. Ik zal zwijgen en hier met alle vaders goed luisteren en nadenken, als geschreven wordt over het vaderschap. Het op weg zijn naar een vaderloze samenleving wordt waargenomen en de vraag wordt gesteld: „Heeft vader dan nog maar zo weinig te betekenen voor zijn kinderen? Wordt de opvoeding, misschien ongemerkt, geheel door moeder verzorgd omdat vader altijd zo druk is 's avonds? Druk met werkzaamheden buitenshuis, druk met een moeilijke studie, druk met zijn positie verbeteren, druk met materialistische zaken... Het zet aan het denken" (blz. 19).

Ook is er een hoofdstuk waarin de taak van de ouders aan de orde wordt gesteld. Het belang van een goede huwelijksrelatie wordt samen met het voorleven bij de opvoeding en gewenste discipline in het gezin belangrijk genoemd. Een hoofdstuk dat menig moeder en vooral vader aanbevolen mag worden, is getiteld "Als moeder haar taak in het gezin niet aankan..."

Pastoraal

Kernachtig worden door psychiater drs. R. Schoonhoven problemen waargenomen èn "in behandeling gegeven". De onderscheiding van emotionaliteit, post-partum depressie en puerperaal psychose ligt op het gehoor uiterst moeilijk, maar de onderkenning van het probleem (ook in het belang van het gezin) is hoogwaardig en het begin op weg naar de genezing. Misschien mag dit hoofdstuk wel het waarmerk mee worden gegeven pastorale handreiking te bevatten ook voor predikanten en pastorale medewerkers. Zij zouden verplicht • kennis moeten nemen van dit hoofdstuk als dienst aan hun ambtelijke arbeid. Tot de inhoud van het boek behoort ook de problemen met kinderen: driftbuien, slaapproblemen, zindelijkheidsvragen, leermoeilijkheden, speelongemakken. Telkens worden voorstellen gedaan om verbetering te verkrijgen. Deze laatste formulering kies ik heel bewust, omdat de schrijfster niet de pretentie heeft pasklare oplossingen aan de hand te doen.

Kinderloos

Het grote gezin heeft een aparte plaats in het boek, omdat het voor de buitenwacht in en buiten de kerk tot een probleem gemaakt wordt. De omgang binnen zo'n gezin in een levensechte beschrijving is beschamend en onthullend, alsmede een geschenk hoe het in liefde, eerlijkheid, vertrouwen, zorg en verantwoording mogelijk is samen te leven.

Tegenover het grote gezin staat de nood van kinderloze echtparen. Een miskend probleem: „Ik hoop dat de ogen van predikanten steeds meer open gaan voor de nood van kinderloze echtparen" (blz. 72). Hier mis ik enigszins raadgevingen bij adoptie en de aanwijzing om te komen tot adoptie, terwijl de mogelijkheid wel wordt geopperd. Slechts is er de melding van de vereniging van adoptie-ouders. Ik teken bezwaar aan als kinderloze echtparen worden ondergebracht onder het hoofdstuk "Het gebroken of onvolledige gezin". Ik geef ter overweging de eerste oorzaak waarom het huwelijk is ingesteld: Opdat de een de ander trouw zou helpen en bijstaan in alle dingen, die tot het tijdelijke en eeuwige leven behoren. Volgens het woordenboek is een gezin te definiëren als leden ener huishouding. Ook zónder kinderen is er sprake van een gezin. De typering onvolledig is hier naar mijn mening té menselijk en heeft te weinig basis in Gods Woord. Ik misken het kruis dat gedragen wordt niet, maar ik erken de man èn vrouw samen wel als door de Heere samengebracht tot één gezin.

Hier is een tweede opmerking aan te koppelen: Bij de behandeling van het gebroken of onvolledige gezin had de plaats van het Woord, gebed en gezang aandacht kunnen krijgen. Is een zogenaamd volledig gezin (bij voorbeeld vier Hyperventilatie Stichting. Ze nam contact op met de stichting en hoorde dat ze bij lange na niet de enige was die last had van hartkloppingen, vermoeidheid, slapeloosheid en hyperde. „Integendeel", kreeg ze te horen, „u bent een van de 800.000".

De stichtinggaf haar goede voorlichting. Dat hyperventilatie niet levensgevaarlijk is, wist ze. Dat hyperventilatie een verkeerde manier van ademhalen is, wist ze ook. De dokter had haar al lang duidelijk gemaakt dat ze te veel in- en uitademde. De dokter had haar ook verteld dat het lichaam niet is ingesteld op een teveel aan zuurstof. Maar wat ze niet wist, leerde ze van de stichting: de oorzaken van hyperventilatie.

Renske was er ten onrechte van overtuigd dat die oorzaken lichamelijk van aard waren. Een hulpverlener van de stichting zei haar echter dat hyperventilatie in de meeste gevallen door psychische moeilijkheden wordt veroorzaakt. „En inderdaad", vertelt Renske, „ik had het psychisch gezien niet breed".

Leven en dood

„Op advies van een hulpverlener ben ik terug gaan denken. De klachten waren begonnen na de geboorte van mijn eerste kind. Vlak ervoor overleed mijn vader, vlak erna mijn schoonmoeder. Ik zag leven en dood heel dicht bij elkaar. Ik verloor mensen die mij dierbaar waren. Dat verlies heb ik niet goed verwerkt, dat heb ik achter me neergezet, muurtje eromheen, laat maar staan. Maar onbewust bleef het knagen aan mijn innerlijk.

Na de geboorte van mijn tweede kind kreeg ik last van bloedarmoede. De borstvoeding mislukte daardoor, maar de kleine wilde de fles niet en ja, het kind moest toch wat hebben. Vanwege de bloedarmoede moest ik een weekje naar het ziekenhuis. Toen ik thuiskwam, hoefde ik niets te doen. De gezinshulp deed het werk en ik voelde me overbodig. Kort daarop kreeg ik de eerste hyperaanval. Wist ik veel dat al die moeilijkheden daarvan de oorzaak waren".

Opnieuw

„Daarna heb ik alles als het ware opnieuw beleefd. Bij onze dominee ben ik talloze keren op gesprek geweest. Ik kon bij hem alle sluizen openzetten. Dat heeft me enorm opgelucht. Ik hield in die tijd ook een dagboek bij. Alle ervaringen die bovenkwamen, heb ik al schrijvende verwerkt. Tegelijkertijd ben ik naar fysiotherapie geweest om m'n lichaam te leren ontspannen, want ik was zo gespannen als een draad".

Renske zegt dat ze heeft moeten knokken voor haar leven. „Ik heb me er op een gegeven moment toe gezet om voortaan zelf naar de winkel te gaan. Ik besloot geen smoesjes meer te verzinnen om thuis te kunnen blijven. Ik weet nog goed dat ik na een poosje voor het eerst weer naar de winkel ben gegaan. Ik heb het wagentje niet bepaald volgeladen, kun je begrijpen! Een klein boodschapje nam ik. Vlak bij de kassa". „Hoe verder ik vorderde met het verwerken van mijn problemen, hoe minder vaak ik hyperventilatie kreeg. Momenteel heb ik er vrijwel nooit meer last van. Slechts heel af en toe voel ik een aanval opkomen: pijn in de maagstreek, een kriebel in de keel, duizeligheid. „Oh, het is weer zover hoor", zeg ik dan tegen mezelf, „geen wonder: het is ook zo druk". Zoiets. Meestal sta ik onder hoogspanning wanneer een aanval in aantocht is. Vaak zoek ik dan afleiding, bij voorbeeld door viool te gaan spelen. 's Avonds ga ik altijd met m'n man wandelen. Ik denk nog wel eens aan het eerste blokje-om dat ik deed toen ik weer alleen naar buiten durfde. In mijn jaszak hield ik angstvallig een plastic zakje vast. Ik liep het kleinst mogelijke blokje. Zo snel als ik kon. Poeh, wat was het soms moeilijk mijn angst de baas te blijven". gezonde kinderen) niet gebroken ak er géén gezinsbijbel openligt?

Gehandicapt

Drs. E. F. Vergunst geeft aan wat het zeggen wil een gehandicapt kindje te hebben. Oog voor eenzaamheid, schuldgevoel is op zijn plaats. Aansluitend volgen pastorale woorden van iemand die persoonlijk ingrijpend met deze levenstragiek is geconfronteerd. De klanken uit het Vaderhuis en de daaruit gegeven verwachting door de Heilige Geest zijn uitnemend en eeuwig voor degenen die niet aanmerkt de dingen die men ziet.

Het belang van het gezin wordt hoog geschat. Het gezin moet een veilige haven zijn, aldus de laatste auteur, ds. M. C. Tanis. Jongens en meisjes hebben een vaste oriëntatiepunten nodig. Prediking, catechese, verenigingsleven, huisbezoek, gebedsleven, het is alles van belang. Het Woord van God moet zeggenschap hebben in het leven. Het christelijk leven is vrucht van hartverandering.

Dit boekje is een goede handreiking. Vader leest. Moeder leest. Herkenning en erkenning. Een echtpaar zonder kinderen leest. Is er herkenning en erkenning? Het moet er zijn, want hét is "Kijkop het Gezin". De recensent zwijgt. Een vader besluit: Een boek dat de moeite waard is om te lezen en te bezitten. N.a.v. "Kijk op het gezin", onder red. van Marian Schalk-Meijering; uitg. De Banier, Utrecht, 1989; 80 blz., prijs 22,50 gulden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.