+ Meer informatie

Nieuwe fotovouwbladen over monumentenzorg

2 minuten leestijd

slechts grote bouwwerken. Ook oude pompen, fonteinen, ingangshekken, stoepen, klokken, torenuurwerken enzovoort kunnen tot de monumenten gerekend worden. Het toenemende begrip voor ,,de toekomst van het verleden" wordt begeleid met talrijke publikaties.

De Rijksdienst voor de Monumentenzorg draagt zijn steentje onder meer bij door de fotovouwbladen. Reeds verschenen informatiebladen (met veel interessante wetenswaardigheden, foto's, tekeningen en inlichtingen over verenigingen, musea en literatuur) zijn: „Kastelen en buitenplaatsen", „Kerken...monumenten", „Boerderijen", „Monumentenzorg in kleur en schilderingen", „Woonhuizen...monumenten", „Beschermde stads- en dorpsgezichten", „Molens" en „Historisch straatmeubilair". Onlangs kwamen uit de fotovouwbladen „Klokken en Torenuurwerken" en „Vestingwerken". Over enige maanden verschijnt het fotovouwblad over belangrijke historische orgels in Nederland. Daarmee wordt voorlopig de serie voorlichtingsbladen over ons rijke monumentenbezit afgesloten. Een aantal vouwbladen is samengebundeld, met kleurenfoto's versierd en uitgebreid met enkele minder bekende monumenten in het boek „Kijken naar monumenten in Nederland" (Uitgeverij Bosch & Keuning NV, Baarn.

De fotovouwbladen kunnen worden aangevraagd bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg door het insturen van een briefkaartje met de vermelding van de naam van het gewenste blad. Adres: Postbus 1001, 3700 BA Zeist; telefoon 0340428122.

„De gevolgen van de explosieve groei van de industrialisatie beginnen we eigenlijk pas goed te ervaren. Veel van die gevolgen heeft men nooit kunnen voorspellen. Een studie van de technische processen en overgebleven machines uit de tijd van de Industriële Revolutie en de periode daarna levert ons mogelijk aanwijzingen op waar we nu nog iets mee kunnen doen. We kunnen er misschien achter komen welke fouten er zijn gemaakt en daar onze lessen uit trekken. Die studie wordt industriële archeologie genoemd". Dit zegt technisch ontwikkelaar ingenieur A. den Ouden (32) uit Waalre.

Hij is een van de weinigen die zich in Nederland met dergelijke zaken bezighoudt. Den Ouden schat dat er nog 200 tot 250 anderen zijn, die net als hij van de industriële archeologie een hobby hebben gemaakt. Het is hem niet alleen te doen om die lessen, die mogelijk uit het verleden te trekken zijn; „pure nieuwsgierigheid speelt voor mij ook een belangrijke rol".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.