+ Meer informatie

Prachtig richelieuwerk op kleedje, laken of lampekap

3 minuten leestijd

Richelieuwerk is niet zo moeilijk als het lijkt. Toegegeven, een lampekap ermee bekleden zal niet ieder meteen aandurven, maar op een tafelkleedje, laken of kussensloop staat deze korf met bloemen ook prachtig. Richelieu heeft op een lampekap twee effecten. Als de lamp niet brandt, is het borduusel alleen decoratief, omdat de kleur van de lampekap door de opengewerkte gedeelten te zien is. Als het licht aan is, lijkt het motief wel van kant!

Meet het te borduren gedeelte op en ga na of het past op een stof met een standaardbreedte van 90 cm of 120 cm. Leg het te borduren gedeelte onder de stof en zorg ervoor dat de middellijnen gelijk lopen. Neem het motief met behulp van plakkaatverf en een fijn penseel of met uitwasbare viltstift over op de stof. Span een stuk stof in een tamboereerring. Omdat u bij richelieuwerk de steekjes nogal dicht op elkaar borduurt, kan het garen snel rafelig worden. Gebruik dus een draad die iets korter is dan gewoonlijk. Borduur richelieu altijd met een bij de stof passend garen, want draden in een afstellende kleur leiden de aandacht af van de rijke techniek.

Lussteek
Dit is een lussteek, meestal gemaakt langs een naad, om slijtage tegen te gaan. U werkt van links naar rechts. De steken staan haaks op de stof en dicht tegen elkaar De onderrand bestaat uit lusjes (zie tek. links op pag. 78). Een variatie waarbij u de draad telkens om de naald windt, wordt wel kleermakersknoopsgatensteek genoemd, (zie tek. rechts)

Borduren
Rijg met borduurkatoen of perlgaren kleine steekjes langs de omtrek van het op de stof overgebrachte motief (tek. 1 op pag. 78). Rijg draden dwars over de plaatsen waar u de stof wilt gaan wegknippen. Straks worden dat de spijltjes. Hoeveel draden dat moeten zijn, hangt af van de grootte van het open te knippen gedeelte (zie motief). Festonneer de draden om met fijne, gelijkmatige steken, waarbij u ervoor zorgt dat u de stof eronder niet met de naald oppakt. Gebruik eventueel een cocktailprikker of tandenstoker om de draden van de stof af te houden, maar let erop dat u ze tijdens het borduren niet oprekt, want dan ligt het spijltje niet meer plat. (tek. 2 en 3) Borduur kleine en gelijkmatige festonsteekjes over alle rijglijnen en omlijn zo de gedeelten die moeten worden weggeknipt. Werk hierbij van links naar rechts (tek. 4). De "rug" van de steek moet tegen het deel van de stof liggen dat wordt weggeknipt. U borduurt de steken stuk voor stuk haaks op de omtreklijn, behalve op plaatsen waar in het patroon een punt of hoek zit. In zulke gevallen moeten de steken verder uit elkaar komen of worden gerekt om rond de vorm te passen. Als alle spijltjes en omtreklijnen zijn geborduurd, kan de stof worden weggeknipt (tek. 5). Doe dit met een scherp borduurschaartje. Knip een gaatje in het midden van de stof en werk naar de geborduurde rand toe. Knip zo dicht mogelijk langs de rand en let er vooral op dat u geen steken of spijltjes doorknipt.

Afwerking
Was het werkstuk zo nodig voorzichtig. Als u een werkstuk wast, kunt u een zeer zwakke oplossing van gewoon stijfsel gebruiken. Een andere manier is het borduurwerk voorzichtig te bespuiten met stijfselspray. Hierdoor blijft de stof stevig (vooral praktisch bij lampekap). Pers het werkstuk voorzichtig aan de verkeerde kant onder een natte doek om eventuele plooien te venwijderen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.