+ Meer informatie

Van den Broek wordt gemangeld tussen staatsrecht en diplomatie

Nederland kan autonomie Baltische staten gezien het verleden niet steunen

7 minuten leestijd

De diplomatieke betrekkingen tussen de Nederlandse regering en de Sowjet-Unie komen in gevaar. De bewondering van het kabinet voor de hervormingspolitiek van Michail Gorbatsjov maakt geleidelijk plaats voor scepsis. Minister Van den Broek van buitenlandse zaken keurt in navolging van de andere lidstaten van de Europese Gemeenschap de interventie van het leger in de Baltische staten af. De Sowjet-Unie reageert geprikkeld op de standjes uit het Westen: Europa moet zich niet bemoeien met de binnenlandse politiek van de USSR. In tegenstelling tot de meeste andere Europese landen kan Nederland deze kritiek niet naast zich neerleggen. Van den Broek wordt gemangeld tussen staatsrecht en diplomatie.


Nederland heeft, evenals Spanje, de Sowjet-Unie pas heel laat erkend. Die erkenning kwam af op 10 juli 1942, bijna drie jaar nadat de Sowjet-Unie een begin had gemaakt met de geweldloze inlijving van Estland, Letland en Litouwen. De verklaring die de Nederlandse regering in ballingschap toen heeft afgegeven, rept met geen woord over de onwettigheid van deze annexatie. Nederland had in de oorlogsomstandigheden behoefte aan omarming van de SowjetUnie als een sterke bondgenoot in de strijd tegen Duitsland en Japan.


De toenmalige minister van buitenlandse zaken, mr. E. N. van Kleffens, voelde zich in het internationale verkeer al jaren verlegen met het ontbreken van de Nederlandse diplomatieke erkenning van de Sowjet-Unie. Tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog hebben met name de confessionele partijen zich verzet tegen deze stap. Angst voor het communisme, aangewakkerd door de mislukte revolutie onder leiding van Pieter Jelle Troelstra, en strijd voor het behoud van een christelijke natie waren doorslaggevende argumenten om erkenning van de Sowjet-Unie tegen te houden.

Na de bezetting van ons land door de Duitsers heeft ook de afwerende houding van koningin Wilhelmina een belangrijke rol gespeeld. Zij had een sterke afkeer van de USSR. En omdat in Londen de parlementaire controle ontbrak, kon de vorstin niet gedwongen worden haar handtekening te zetten onder een erkenning van de Sowjet-Unie. Het heeft dan ook enige tijd geduurd voordat haar adviseurs haar konden overtuigen van de wenselijkheid van die erkenning met het oog op de vorming van een geallieerd blok tegen de Duitse agressor. In die situatie was geen ruimte voor een formulering waarbij de grote en machtige Sowjet-Unie door het minuscule Nederland op de vingers zou worden getikt over de inkapseling van de Baltische staten, die al enkele jaren een feit was.


Het grootste deel van de landen die nu lid zijn van de Europese Gemeenschap hebben de Sowjet-Unie erkend vóór de annexatie van de Baltische staten. Daarom hebben Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Ierland, Italië, Denemarken, Griekenland, België, Luxemburg en Portugal geen moeite met een op het volkenrecht gegrond pleidooi voor onafhankelijkheid van Estland, Letland en Litouwen. Nederland daarentegen komt in een hachelijke positie terecht. Ons land is het tegenover de Sowjet-Unie verplicht om het conflict tussen het centrale gezag in Moskou en de regeringen van de Baltische republieken als een intern probleem van de USSR te beschouwen.


Op de rand


Nederland erkent in feite de grenzen van de Sowjet-Unie met inbegrip van Estland, Letland en Litouwen. Daardoor heeft minister Van den Broek deze week op de rand van staatsrechtelijke zuiverheid gebalanceerd met het plaatsen van zijn handtekening onder een verklaring met betrekking tot de Baltische staten die de Europese Gemeenschap maandag heeft afgegeven.


Deze verklaring luidt als volgt: „De Europese Gemeenschap en haar lidstaten geven uitdrukking aan de hoop dat de beslissing om een referendum te houden in elk van de Baltische staten de opening van een betekenisvolle en constructieve dialoog tussen de centrale autoriteiten van de Sowjet-Unie en de Baltische staten zal bevorderen. Zij beschouwen een dergelijke beslissing in overeenstemming met de geest van het Charter van Parijs voor een nieuw Europa als een uitdrukking van het zelfbeschikkingsrecht".


Voor Nederland zit het probleem vooral in de aard van de beoogde referenda. Het gaat hier niet om volksraadplegingen die zijn goedgekeurd door het centrale gezag in Moskou. Het gaat hier niet om referenda die beogen een goede regeling te treffen tussen de regering van de republiek en de autoriteiten in het Kremlin. Neen, de referenda waar de EG-ministers op doelen zijn uitspraken van de bevolking van de desbetreffende republieken voor of tegen onafhankelijkheid van de Sowjet-Unie. En daar mag Nederland zich niet in mengen. Doet onze regering dat wel, dan begeeft zij zich daarmee op gevaarlijk terrein.

De eerste zin van de EG-verklaring is zo zacht als boter. Zelfs een volslagen leek kan begrijpen dat referenda die beogen een keuze tegen het centrale gezag in Moskou te bewerkstelligen nooit de dialoog tussen de Sowjet-Unie en de desbetreffende republieken kunnen bevorderen. De Sowjet-autoriteiten hebben volstrekt geen behoefte aan dergelijke volksraadplegingen, die alleen maar precedenten scheppen voor tal van andere ontevreden republieken.

Zelfbeschikking

Maar de tweede zin van de verklaring is scherp geformuleerd. De EG-ministers van buitenlandse zaken zeggen daarmee in feite dat de Sowjet-Unie dergelijke referenda moet toestaan met het oog op het zelfbeschikkingsrecht van Estland, Letland en Litouwen. De Nederlandse regering kan dit zelfbeschikkingsrecht formeel nooit voorstaan, omdat zij daarmee opstand uitlokt tegen het door haar erkende gezag van de regering van de Sowjet-Unie. Nogmaals, andere Europese landen hebben dit probleem niet omdat zij de Baltische staten nooit als onderdeel van de Sowjet-Unie hebben erkend.

De internationale sympathie die president Gorbatsjov door de jaren heen heeft verworven door zijn betrekkelijk open en voor de Sowjet-Unie ongewoon hartelijke opstelling dreigt door een falende binnenlandse politiek weg te zakken. Inderdaad, tegen het licht van de hoog ontwikkelde westerse normen voor democratie is het optreden van het leger tegen republieken die op de meest ongelegen momenten hun onafhankelijkheid proclameren af te keuren. Maar minister Van den Broek heeft op 24 januari tijdens een mondeling overleg met de Kamer wel gezegd dat ook hij op dit moment niemand weet die het beter zou doen dan de huidige president van de Sowjet-Unie. De Tweede Kamer geeft Gorbatsjov op dit moment niet meer dan „het voordeel van de twijfel". Het is de vraag of de hervormingsgezinde president van de Sowjet-Unie niet ruimhartiger steun verdient in deze barre tijden.

Minister Van den Broek merkt heel goed dat het draagvlak in de Kamer voor een positieve bejegening van de Sowjet-Unie kleiner wordt. Steeds nadrukkelijker bemoeit de Kamer zich met de roep om onafhankelijkheid van de Baltische staten. D66-woordvoerder Eisma bepleitte twee weken geleden ongegeneerd het aangaan van diplomatieke betrekkingen met Estland, Letland en Litouwen, hetgeen door de regering terecht als een absolute onmogelijkheid werd afgewezen.

Deze week heeft de vaste kamercommissie voor buitenlandse zaken het besluit genomen een delegatie samen te stellen die volgende maand een bezoek zal brengen aan de parlementen van de Baltische republieken. Om de regering van de Sowjet-Unie niet voor het hoofd te stoten, wordt ook Moskou bezocht. Met name de CDA-fractie had aanvankelijk bedenkingen tegen het zenden van een zware delegatie naar het onrustige gebied. In totaal nemen acht kamerleden aan de reis deel. Hopelijk vatten de Sowjetautoriteiten de reis niet op als een staaltje van Hollandse bemoeizucht met interne aangelegenheden.

Ontijdig

Het is duidelijk dat Estland, Letland en Litouwen op een geschikter moment hun onafhankelijkheid terug moeten kunnen krijgen. Óns land kan daar zelfs belang bij hebben met het oog op de veiligheid in Oost-Europa. Maar het is onverstandig van de voorstanders van onafhankelijkheid een historisch geworteld zelfbeschikkingsrecht op te eisen in een tijd dat de Sowjet-Unie in een kolossale bestuurlijke en economische crisis verkeert. Een reactie van het leger hoeft in die omstandigheden geen verbazing te wekken, laat staan verontwaardiging. Een dergelijk ingrijpen is de enige manier om een absolute chaos te voorkomen als eenmaal en andermaal is gebleken dat de regeringen van de Baltische republieken niet bereid zijn hun verlangen naar onafhankelijkheid voorlopig te matigen.

Ruim een week geleden heeft minister Van den Broek in Washington gesproken met zijn collega Bessmertnich van de Sowjet-Unie. De Sowjetminister van buitenlandse zaken heeft bij die gelegenheid gezegd dat hij buitengewoon bezorgd is over de situatie in zijn eigen land. „Het Westen moet niet te snel conclusies trekken uit de gebeurtenissen in de Baltische staten. Als de relatie met de Sowjet-Unie onder druk komt te staan, dan zou dat in de Golfcrisis disproportionele schade opleveren", zo heeft Bessmertnich tegen Van den Broek gezegd.

Van den Broek is op dit verzoek niet ingegaan. Op waarschuwende en Europesp toonhoogte heeft de Nederlandse bewindsman zijn Sówjetcollega laten weten dat de manier waarop de Sowjetregering optreedt in de Baltische staten de relaties beïnvloedt en onvermijdelijk repercussies heeft in de vorm van uitstel van technische en semi-structurele economische hulp. Het is twijfelachtig of Nederland in het bijzonder daarmee de juiste weg bewandelt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.