+ Meer informatie

Naar de Catechisatie

5 minuten leestijd

47.

De schepping van de mens (2)

De mens is geschapen metlichaamenziel. Het lichaam formeerde God uit het stof der aarde en de ziel als een zelfstandige geestelijke substantie. De Heere blies in hem de „adem des levens”.

Daaruit blijken twee dingen.

Ten eerste, alhoewel de ziel een zelfstandige geestelijke substantie is, is zij ten nauwste verbonden met het lichaam. God heeft ieder schepsel zijn EIGEN lichaam gegeven. Dit lezen we in 1 Kor. 15 : 39: „Maar God geeft hetzelve een lichaam, gelijk Hij wil, en aan een iegelijk zaad zijn eigen lichaam”. „Alle vlees is niet hetzelfde vlees; maar een ander is het vlees der mensen, en een ander is het vlees der beesten en een ander der vogelen”.

Wij mogen hier wel instemmen met de dichter van Psalm 104: „Hoe groot zijn Uw werken, o Heere! Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt”, vs. 24.

Zo heeft de Heere de mens geschapen meteen lichaam, dat geheel aangepast is aan de ziel. „Het oog is de spiegel der ziel”, om een voorbeeld hiervan te noemen. De gesteldheid der ziel weerspiegelt in het oog, ja op het gelaat en in heel de lichaamshouding. Ukunt dit zien bij iemand, die zich uitleeft in het zondekwaad. De zonde der hoererij tekent zich vaak duidelijk af in de gestalte van het lichaam, bijzonder in de verflenste ogen en op het verbleekte gelaat. Vandaar dat de vrouwen en meisjes zich daarom blanketten en de lippenstift de matheid moet verbergen. Reeds van Izebel lezen we, dat zij zich blankette. Het is het mode-verschijnsel in onze dagen geworden, helaas ook bij vele vrouwen en meisjes van de kerk, al doet men dit niet om de genoemde reden van dit bepaalde zondekwaad. Maar dan heeft het toch niet zulk een verheffende oorsprong.

In dit opzicht geldt wel het waarschuwende Schriftwoord: „En haat ook de rok, die van het vlees bevlekt is”, Judas : 23.

In verband met de nauwe samenhang van de ziel met het lichaam heeft ook Christus gezegd in Lukas 11 : 34: „De kaars des lichaams is het oog; wanneer dan uw oog eenvoudig is, zo is ook uw gehele lichaam verlicht; maar zo het boos is, zo is ook uw gehele lichaam duister”. Over-geestelijke mensen kunnen vaak zo minachtend over het lichaam spreken. Men schroomt niet uitdrukkingen te doen als „verrot vlees”. Dit is onschriftuurlijk, ja goddeloos.

De apostel schrijft in 1 Kor. 6 : 20 ten opzichte van Gods volk: „Gij zijt duur gekocht, zo verheerlijkt dan God in uw lichaam en in uw geest, welke Godes zijn”.

De ziel des mensen is een zelfstandig geestelijk wezen. Zij kan dus ook buiten het lichaam funktioneren. Zij is onsterfelijk van nature. Zij bestaat dus na de dood voort, zij het in een andere staat. Die van Gods kinderen in een verheerlijkte staat en die van de verlorenen in een staat des verderfs, van eeuwige straf. De eeuwige dood is dus niet een ophouden van bestaan. Dit stellen de atheïsten en ook de Jehova-getuigen! Deze laatsten beroepen zich vooral op de tekst van Ezech. 18 : 4: „De ziel, die zondigt, zal sterven”. Dit geldt de zielen der goddelozen.

Men vergeet echter, dat de uitdrukking „ziel” ook wel aanduidt de mens zelf als zodanig. Ook de WEDERDOPERS dwalen in dit punt. Zij leren een z.g.n. „ziele-slaap”, d.w.z. deziel slaapt tot de wederkomst van Christus.

Gods Woord leert duidelijk het bewust voortbestaan van de ziel. Zie bij de gelijkenis van de arme bedelaar en de rijke man. Jezus sprak tot de moordenaar aan het kruis: „Hedenzult gij met Mij in het paradijs zijn”. Prediker 12 : 7: „en de geest weder tot God keert, Die hem gegeven heeft”. Dit wil zeggen, dat de geest ter beschikking van God wordt gesteld, wanneer een mens sterft en geoordeeld wordt.

En wat gebeurt er met het LICHAAM na het sterven?

Het lichaam gaat tot ontbinding over in het graf. „Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren”.

Houdt dit ook in een ophouden van geheel haar bestaan? Neen. Want de kiem, het wezen van het lichaam blijft. Paulus vergelijkt het lichaam met een z a a dkorrel, 1 Kor. 15. Hij zegt in vers 42: „Het lichaam wordt gezaaid in verderfelijkheid, het wordt opgewekt in onverderfelijkheid”. De apostel spreekt hier van de opstanding der doden ten laatsten dage.

Hij spreekt dus van een „zaad”, dat gezaaid wordt. De bolster van dat zaad sterft af. Zie bij de tarwe-korrel. Het wonder der opstanding zal dus blijken uit het feit, dat God uit de kiem, het wezen van het lichaam, het VERHEERLIJKTE lichaam doet verrijzen. „Het wordt opgewekt in onverderfelijkheid”, „het wordt opgewekt in heerlijkheid”. „Een natuurlijk lichaam wordt er gezaaid, een geestelijk lichaam wordt er opgewekt”, 1 Kor. 15 : 42–44.

Tegenover deze heerlijke opstanding staat de „opstanding der verdoemenis”. Die verloren gaan zullen dan een lichaam der „afgrijzing” krijgen. Dan 12:2: „En velen van degenen, die in het stof der aarde slapen, zullen ontwaken, dezen ten eeuwige leven, en genen tot versmaadheden en tot eeuwige afgrijzing”. Och, dat we dit bedenken. Bij een verheerlijkt lichaam zal alleen kunnen behoren een ge reinigde, een verloste ziel! Wat doet u met uw kostelijke ziel, die voor de eeuwigheid geschapen is? „Wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint en schade aan zijn ziel lijdt?”

Dat onze ziel daarom vernieuwd, gereinigd mag worden, opdat we onze ziel mochten uitdragen als een buit!

Geve de Heere die genade en heilige Hij daartoe dit eenvoudige onderwijs.

Urk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.