+ Meer informatie

DE FINANCIËN VAN DE PLAATSELIJKE KERKEN

4 minuten leestijd

Op verzoek van de redactie geef ik mijn zienswijze weer van de wijze waarop de kerkeraad en/of de commissie van beheer de gemeente het best zou kunnen voorlichten omtrent de verwachte uitgaven en de daarbij behorende noodzakelijke inkomsten.

De uitgaven zijn vrij nauwkeurig te overzien en aan te geven. Deze bestaan o.m. uit: Tractementen en honoraria, sociale lasten, onderhoud gebouwen, orgels etc., doorgaande collecten en omslagen (thans ± f 50,— per jaar, per lid en dooplid), algemene kosten, rente en aflossing, noodzakelijke reserveringen o.m. voor groot onderhoud e.d.

De uitgaven dienen, indien enigszins mogelijk, gedekt te worden door de normale inkomsten, derhalve uit:

Collecten, vaste vrijwillige bijdragen, giften, diversen, eventueel ondersteuning door deputaten onderlinge bijstand en advies.

De kerkeraad, resp. de commissie van Beheer, begroot hoeveel inkomsten nodig zijn om aan alle verplichtingen te voldoen en, indien nodig, reserves te vormen i.v.m. groot onderhoud en b.v. plannen voor bouw, restauratie, aankoop pastorie e.d.

De presentatie naar de leden toe dient op overzichtelijke en eenvoudige wijze te geschieden zodat de op financieel gebied niet deskundige leden de behoeften goed kunnen overzien en tevens kunnen nagaan wat van hen wordt verwacht.

De gewenste bijdrage van ieder lid wordt in meerdere kerken op verschillende manieren aangegeven, b.v.:

A. De gewenste bijdrage via de vaste vrijwillige bijdrage, afhankelijk van het inkomen. In dat geval wordt een lijst toegevoegd met een inkomensreeks en de bij de inkomens passende bijdrage.

B. Een suggestie om een bepaald percentage van het inkomen te bestemmen voor de bijdragen aan de kerk. Deze bijdragen zijn over het algemeen mede afhankelijk van de gezinsgrootte opgesteld.

C. Een derde mogelijkheid is: het totaal der uitgaven te delen op het aantal leden en het bedrag te vermelden dat per lid moet worden opgebracht om de kerkelijke huishouding ordelijk te laten verlopen. B.v. wij hebben nodig f 100.000,—. Bij een ledental van 250 betekent dat per lid f 400— nodig is. Nog simpeler: per lid is f 8,— per week nodig. De genoemde f 8,— kan men dan uiterst eenvoudig projecteren op het eigen inkomen en vooral op het eigen uitgavenpatroon. Dit bedrag laat zich dan ook ineens vergelijken met andere uitgaven b.v. voor ontspanning, vakanties, allerhande luxe zaken e.d.

Vanzelfsprekend geeft een toetsing aan een gemiddelde zeer verschillende uitkomsten. Het gezin met opgroeiende kinderen en b.v. een hoge huur of hoge hypotheekkosten e.d. zal wellicht het gemiddelde niet halen. Het kleiner wordende gezin of de alleenstaande, deze beiden en ook anderen met een redelijke maatschappelijke positie, zullen meestentijds gemakkelijk (aanzienlijk) meer kunnen bijdragen, zodat plussen en minnen elkaar, over het algemeen, aardig in evenwicht kunnen houden.

Naar mijn gevoelen worden de bedragen meestal duidelijk afgestemd op de bekend gemaakte behoeften van de plaatselijke kerk. Derhalve is het van groot belang dat deze behoeften overzichtelijk en helder worden aangegeven.

Jaren geleden hebben deputaten Financiële aangelegenheden een enquete gehouden omtrent inkomsten en uitgaven van de plaatselijke kerken. De uitkomst van die enquete illustreerde bovengenoemde zienswijze duidelijk.

De laagste bijdrage was f 119,— per lid in een grote gemeente. De hoogste bijdrage was ruim f 400,— in een kleine, jongere gemeente met kerkbouwplannen. Beide gemeenten voldeden aan alle, ook breedkerkelijke, verpiichtingen en hadden beiden een goed functionerend gemeentelijk leven.

Voorts dient voor de geinteresseerden duidelijk te worden vermeld dat aantoonbare kerkelijke bijdragen aftrekbaar zijn bij de aangifte voor de inkomstenbelasting. Vaste vrijwillige bijdragen zijn over het algemeen gemakkelijk aantoonbaar omdat deze worden overgeboekt of worden betaald tegen afgifte van een kwitantie. Bij aankoop en gebruik van collectebonnen kunnen ook deze bijdragen aan de kerk worden afgetrokken.

Aftrekbaar zijn alle aantoonbare giften voor zover deze 1% van het onzuiver inkomen te boven gaan met een minimum van f 120,—.

Door gebruik te maken van collectebonnen is het vanwege de aftrekbaarheid mogelijk de besteding aan de collecten te verhogen omdat de aftrek een fiscaal voordeel oplevert van 36, 50 of 60%, afhankelijk van de gehanteerde schijf over de top van het belastbaar inkomen.

Alle kerkeraden en commissies van beheer wens ik voor 1992 gezegende arbeid en een sluitende exploitatierekening toe.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.