+ Meer informatie

Diakenen op speurtocht

8 minuten leestijd

Eén van de kenmerken van een juiste instelling van een diaken is zijn speurzin. Meerdere malen is er reeds op gewezen dat dit speuren noodzakelijk is om de „noden” in de gemeente te ontdekken. Het blijft geboden om de huidige noodsituaties, vooral op niet financiëel gebied, te onderkennen. Die noden blijken niet altijd even duidelijk aan de buitenkant. Eenzaamheid, zorgen met een gehandicapt kind en allerlei zaken komen pas goed voor de dag als je regelmatig met de mensen spreekt.

Toch bedoel ik dit nu niet.

Het diakonaal werken in de gemeente kenmerkt zich ook nog door een andere speurzin n.1. om de gaven die er in de gemeente zijn te ontdekken en dan ook voor een bepaald doel in te zetten.

Met het noemen van deze taak bevinden wij ons niet op vreemd terrein. De Bijbel noemt het ook. Overbekend is de tekst uit Efz. 4 „om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon”.

Belangrijke gegevens vinden wij ondermeer ook in Romeinen 12 : 6–8.

In dit gedeelte worden verschillende gaven (charismata) opgesomd.

Het moet ons niet ontgaan, dat deze zaken juist in deze brief van Paulus aan de orde komen.

Als één van de dingen die in deze brief worden genoemd is wel het thema: dat er buiten het evangelie geen zaligheid is. Over deze brief is ondermeer gezegd: „Door zijn machtige inhoud en opbouw heeft de brief aan de Romeinen in de kanon van het N.T. steeds een bijzondere plaats ingenomen en is hij in de geschiedenis van de christelijke kerk van uitermate belangrijke betekenis geweest. Telkens opnieuw is hij het middel geweest om de kerk terug te brengen tot de zuiverheid der christelijke leer, waarvan niet de mens en zijn veronderstelde verdienstelijkheid, goede werken, religiositeit, autonomie, maar alleen God in zijn vrije soevereine en gratuïtieve genade de inhoud en het geheim vormen” (chr. encycl., deel 5, blz. 662).

Als u de Verzen 6 tot en met 8 leest dan bemerkt u dat daar verschillende gaven worden genoemd.

Het gaat niet op om te stellen dat deze gaven speciaal bestemd of van toepassing zijn op de bijzondere ambten in de gemeente. Er zijn er wel bij, dat blijkt ook duidelijk uit andere gaven die elders in het N.T. worden genoemd. Het is echter geen systematische opsomming, de nadruk moet vallen op de grote verscheidenheid in de gaven en diensten die God aan de gemeente heeft gegeven.

Dat de gemeente hierbij wordt betrokken blijkt wel duidelijk uit de verzen die aan de opsomming vooraf gaan. Daarin wordt duidelijk dat vanuit de eenheid in Christus de gemeente als één lichaam wordt gezien, gevormd door verschillende leden.

Dat verschil komt ook uit in de gaven die er zijn in de gemeente, alles is betrokken op die Ene: Jezus Christus.

Deze gegevens vanuit de Schrift zou ik met u wat willen toepassen op het ambtelijke werk, uiteraard hier en daar wat toegespitst op het diakonale vlak.

Verschillende dingen worden ons dan duidelijk n.l:

— In elke gemeente van Jezus Christus zijn verschillende gaven aanwezig. Van dit positief gegeven moet u uit gaan. Herschapen mensen ontvangen gaven van de Here.

— Het zijn binnen de gemeente verschillende gaven. Dit kan ons behoeden voor bepaalde eenzijdigheid.

— Toepassing van de gaven is een kenmerk van genade.

— De gaven zijn gericht op onderling dienstbetoon.

— De vruchten daarvan worden gezien in kerk en samenleving.

Hierna zal de rol van de ambtsdrager te midden van de gaven in de gemeente duidelijk moeten worden aangetoond. Ook moet de vraag worden beantwoord of hier nu een speciale diakonale taak te ontdekken valt.

Er mag ook geen sprake zijn van een bepaalde concurrentie tussen de ambtelijke bediening en de gaven in de gemeente.

Op duidelijke wijze wordt dit aangetoond in het diakonaal handboek.

Prof. Velema toont aan dat de diaken vaak inzake de genoemde gaven als voortrekkers moeten fungeren. „Daarom mogen wij nooit een scheiding maken tussen diakonaal werk dat direkte nood lenigt en diakonale arbeid die de samenhang van de gemeente dient. In het individuele lid heeft men met het lichaam te maken en het lichaam kan niet losgedacht worden van de individuele leden. Het is een typisch diakonale

taak op het functioneren van het lichaam bedacht te zijn”. D.H. 70.00. blz. 8.

Nog een voorbeeld van de samenhang tussen ambt en de gaven.

„Ook van het diaken-ambt geldt, dat het niet in de plaats van de charismatische diensten in de gemeente kwam. maar dat het daarop veeleer steunde, maar nochthans voor de geregelde en verzekerde orde in dit werk nodig bleek. Dat daarnaast ruimte bleef en moest blijven voor de niet in de weg van het ambt werkzame gaven van de Geest, is duidelijk wanneer men het diaken-ambt evenals het ambt van de presbyterepiscopos in zijn eigen bestaanszin weet te onderscheiden, n.1. als een middel om in de geordende weg de gemeente in het rechte beheer van de haar van Christus geschonken gaven en krachten de leiding te geven die zij voor haar blijvende en regelmatige opbouw nodig had”. („Paulus” van prof. Ridderbos).

Vervolgens willen wij nog wat meer aandacht schenken aan de gaven die zijn opgesomd.

Een algemene regel wordt ons gegeven in vers 3. De ontvangen gaven moeten de christenen niet hoogmoedig maken. Het is een geschenk van God die gebruikt moet worden, misbruik komt de opbouw van de gemeente niet ten goede.

Het profeteren, d.i. inzicht in de Schriften, wordt genoemd naast het dienen, het onderwijzen en vermanen naast het mededelen. Hieruit blijkt dat het één niet hoger is dan het andere.

Opvallend daarbij is ook dat niet alleen de gave wordt genoemd maar er wordt ook vermeld „hoe” het dan moet gebeuren. Het mededelen en het bewijzen van barmhartigheid moet in eenvoud en blijmoedig worden gedaan.

Uit dit alles kan nu duidelijk zijn dat wij de gaven in de gemeente moeten ontdekken en gebruiken.

Daarom kom ik nog eens terug op dat woord speuren wat in het begin van dit artikel is gebruikt.

Nadat bekend is dat er verschillende noden in de gemeente zijn, en waar is dat nu niet het geval, maakt men gebruik van de gaven die er binnen de plaatselijke gemeente zijn.

Uw verzoek om medewerking voor een bepaalde zaak moet u dan ook altijd plaatsen in het licht van Rom. 12. Dat maakt uw verzoek indringender en het blijft geen vrijblijvende zaak.

U vraagt misschien wat er nu zo al aan noden en gaven kunnen zijn binnen een gemeente. Mag ik u zo eens wat willekeurige voorbeelden geven. Ze zijn bedoeld als een voorbeeld, u moet vanuit uw plaatselijke situatie er mee aan het werk.

U kent de moeilijkheden van die zuster van de gemeente die met enkele jonge kinderen zonder man en vader door het leven moet. Al komt u er regelmatig, haar probleem is het uwe niet en daarom komt het niet altijd over. Vraag die andere zuster van de gemeente dan eens om met haar te praten omdat zij zo iets al achter de rug heeft en in die moeilijke weg het geloof heeft behouden.

Er zijn van die mensen die de gave bezitten om goed te kunnen luisteren.

Zend ze eens naar die ander die zo graag eens over verschillende problemen wil spreken.

Het niet meer kunnen werken betekent altijd niet dat er helemaal niets meer gedaan kan worden. Schakel zo’n broeder of zuster eens in.

Functioneren de hulpdiensten voldoende ?

Wat doet u er aan als de bedden in tehuizen leeg moeten blijven omdat er geen hulp aanwezig is ?

Al deze dingen hebben te maken met de geestelijke groei van de gemeente. Het „dienen” komt er niet bij als bijzonderheid na ontvangen genade, het is er een gevolg van.

Het kan ook zijn dat degene die met zijn gave wordt ingezet daardoor tot ontplooiing komt ook in geestelijk opzicht.

Ik zou dit alles kunnen noemen een studie-schets voor het diakonaat. Dat betekent heel concreet, stel deze zaak aan de orde, zoekt samenwerking met de andere ambtsdragers.

Hoe vraagt U ?

Het programma ziet er alsvolgt uit:

1. Handen gevouwen. Vragen om een zegen over de diakonale arbeid.

2. Bijbel open. Lezen Rom. 12 : 1–8.

3. Bespreking van dit artikel en gebruik regelmatig het diakonaal handboek.

4. Raadpleeg uw gemeente gids-wijklijst of wat dan ook. Vergeet niemand in de gemeente. Degenen die geholpen worden en de helpers niet.

5. Toerusting. Spreekt met de gemeente over de liefde van Christus voor zondaren en wijst op de verantwoordelijkheid.

6. Ontdekt.

a. dat dit alles de gemeente in zijn zijn totaliteit naar binnen en naar buiten ten goede komt.

b. dat aan deze arbeid nooit een einde komt totdat, er geen dood meer zal zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite, want de eerste dingen zijn dan voorbijgegaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.