+ Meer informatie

Naar de CATECHISATIE

7 minuten leestijd

15

HET SABBATSGEBOD (vervolg)

We zouden in deze les nog even terugkomen op de kwestie: „zevende dag” of „eerste dag” der week. Wedoenditmaar weer besprekender wijze op ons catechisatieuur.

We weten dat de meeste sekte-richtingen vasthouden aan de „zevende” dag als sabbatdag. Dit houdt verband met het feit, dat zij niet voldoende onderscheid maken tussen het schaduwachtige element van de Wet des Heerenen het „morele” element, d.i. wat alle eeuwen BLIJVEND is, zoals we in onze vorige les hebben gezien.

Tot het „schaduwachtig” element van Gods wet behoort ook de „zevende” dag als sabbatdag. Wel berust onze sabbat op het scheppingsgebod, wat we ook reeds in onze vorige les hebben bekeken. Deze zevende dag was echter in het WERKVERBOND opgenomen of beter gezegd: behoorde bij de bedeling van het werkverbond, in de staat der rechtheid. Maar de zonde is ingekomen. Derhalve was ook de SABBAT verstoord. Niettemin bleef de EIS Gods gehandhaafd. Nooit kon echter de mens door de werken der wet komen tot de rust in God. Want daarvan was de sabbat een TEKEN! Ware zij ge en teken als zodanig, dan blijve het gebod als zevende dag onveranderd. Maar we lezen duidelijk dat zij dit wel was. Exod. 31 : 13: „Gij nu, spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: Gij zult evenwel Mijn sabbatten onderhouden, want dit is een teken tussen Mij en tussen ulieden, bij uw geslachten, opdat men wete, dat Ik de HEERE ben. Die u heilige”.

Maar bijzonder komt dit uit in het 17e vers: „Hij zal tussen Mij en tussen de kinderen Israëls een TEKEN in eeuwigheid zijn, dewijl de HEE RE in zes dagen de hemel en de aarde gemaakt heeft, en op de zevende dag gerust en Zich verkwikt heeft”. (Terugdenkende aan de kwestie: is er wel een dadelijke uitspraak Gods in Gen. 2 dat ook de mens de sabbat moet onderhouden? dan hebben we hier toch wel een overduidelijke uitspraak!!!) Ook noemt de Heere bij monde van Ezechiël, hfd. 20: 12,20 de sabbat een teken tussen Hem en Israël.

Dit teken wijst dus op die rust. Israël zal daaraan weten, dat het een afgezonderd volk is, dat Jehova tot zijn God heeft en dat deze Jehova Israël zal brengen in het land der rust, in Kanaan.

Maar nu was de rust in Kanaan toch niet de EIGENLIJKE rust, volgens Hebr. 4. De eigenlijke rust is hiernamaals. „Er blijft dan een rust over voor het volk Gods”. Als zodanig was Israëls sabbat dus een teken. Dit is zij voor Israël echter niet meer. Christus is gekomen en heeft de sabbatsrust hersteld. Maar nu is Israël ook geen afgezonderd volk meer als natie, want het „voorhangsel” is gescheurd, de middelmuur des afscheidsels is verbroken!

Krachtens Zijn DADELIJKE gehoorzaamheid heeft Christus ook ten aanzien van de WET deze sabbat vervuld. Vandaar dat Christus ook de sabbat als zevende dag heeft gehouden. Vóór Christus’ komst op aarde MOEST Israël de sabbat als zevende dag vieren. Wat het schaduwachtige element betrof, wees zij heen naar Christus. Enerzijds wees zij dus terug naar de schepping (wat BLIJVEND is) en anderzijds heen naar Christus, Die de rust moest verwerven en de sabbat HERSTELLEN.

Dit is nu geschied. Het werk is volbracht. Maar nu is derhalve ook de orde geheel OMGEKEERD. Eerst was het: van het werk tot de rust, nu: eerst de rust en vanuit de rust het werken. Wie die orde niet erkent en vasthoudt aan de orde: werken tot de rust, verloochent in feite het volbrachte werk van Christus.

Maar, zo merkt de tegenstander van deze veranderde orde op, u kunt dit wel zo bruut schrijven, maar, waar staat dit? We willen dit trachten aan te wijzen.

In de eerste plaats staat er geen uitdrukkelijk bevel in de Bijbel: nu moet u, kerk, de EERSTE dag gaan vieren als sabbat. Maar, dit was ook niet nodig. En dit gold ook de andere ceremoniële plechtigheden. De Heere heeft niet uitdrukkelijk verklaard: nu moogt u geen offers meer brengen; priesterschare: legt uw ambtsgewaad af en gaat naar huis, u is geen priester meer. Zo ook ten opzichte van de besnijdenis. Dit ailes heeft de N.T. kerk aangevoeld en begrepen. Om even op de besnijdenis te wijzen, de apostel laat in Col. 2 : 11 en 12 duidelijk merken, dat in de plaats van de besnijdenis de Doop gekomen is. Hij schrijft: „in welke gij ook besneden zijt met een besnijdenis, die zonder handen geschiedt”, en in vers 12 spreekt hij van de DOOP.

En nu wat de sabbat betreft. In Psalm 118 : 24 zien we een duidelijke profetische heenwijzing naar de sabbat als EERSTE dag. „Dit is de dag, die de Heere gemaakt heeft”. Het verband wijst op „de steen, die de bouwlieden verworpen hebben en die tot een hoofd des hoeks is geworden. Is dit niet een profetie van Christus, Die door de bouwlieden van Israël verworpen is en door God tot een Hoofd des hoeks is gesteld? Is Christus niet opgestaan op de EERSTE dag der week? Zijn er voorts in het Oude Testament geen verdere heenwijzingen te constateren naar die veranderde orde ten opzichte van de zevende dag in de EERSTE dag? In Lev. 23 : 7 wordt bevel gegeven tot het vieren van het pascha: „Op de eerste dag zult gij een heilige samenroeping hebben, geen dienstwerk zult gij doen”. Zo ook bij het Loofhuttenfeest volgens Lev. 23 : 39.

Het Nieuwe Testament geeft ook sterke aanwijzingen. O.a. Hand. 20 : 7. Paulus is te Troas. Op de EERSTE dag der week, als de discipelen bijeen gekomen waren om brood te breken, handelde Paulus met hen en hij strekte zijn rede uit tot middernacht. 1 Kor. 16 : 2: „Op elke EERSTE dag der week legge een ieder van u iets bij zichzelf weg, enz”. Dan: Openb. 1 : 10. Daar spreekt Johannes over de „Dag des Heeren”. De gemeenten in Klein-Azië moeten dus wel geweten hebben welke dag de apostel bedoelde.

Ook hebben de apostelen erop gewezen, dat het vasthouden aan de zevende dag niet nodig was. Col. 2 : 16, 17: „Dat u niemand oordele in spijs of drank of feestdag, of nieuwe maan of sabbat, welke een schaduw zijn van de toekomende dingen, maar het lichaam is van Christus”, (de vervulling)

Er bestaan ook geschriften, die dagtekenen uit de tweede eeuw onzer jaartelling, o.m. van Barnabas, één van Paulus’ medearbeiders; van een zekere Plinius, uit de tijd van keizer Trajanus; van Ignatius van Antiochië; van Justinus, de martelaar, in 166 na Chr. te Rome onthoofd, en van Tertullianus, ca. 220 na Chr., waarin ook beslist op het vieren van de zondag als sabbat wordt aangedrongen. Nog even iets ter voorkoming van misverstand. De vervulling van de O.T. sabbat inzake de Joodse viering wat het schaduwachtige, het voorbijgaande, betreft, wil dus niet zeggen, dat ook daarmede vervallen is het niet-werken op zondag, zoals men nu wil voorgeven. Het morele element blijft, omdat de Wet is de ZEDENWET, voor alle mensen en voor alle tijden geldend!

We menen genoegzaam hierop gewezen te hebben. De wijze van viering van de dag des Heeren nu zal D.V. nader ter sprake worden gebracht in artikelen, van de hand van één onzer andere medewerkers van „Bewaar het pand”, zodat we dit nu laten rusten.

Zij of worde Psalm 92, de sabbatspsalm, uw en onze beleving door de genade van de Heilige Geest! Dan wordt de sabbat een voorsmaak van de EEUWIGE SABBAT, die aanlichten zal voor al Gods volk!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.