+ Meer informatie

Medestander Teng krijgt ministerspost weer terug

Muurkranten dreigen Chinese radicalen

4 minuten leestijd

PEKING — De Chinese oud-minister van spoorwegen Wan Li, die enkele maanden geleden uit zijn functie ontheven was omdat hij „medeplichtige" was van de in april in ongenade gevallen 72-jarige Teng Hsiao-ping, heeft zijn portefeuille herkregen.

Dit hebben functionarissen van het ministerie begin deze week in Peking aan westelijke diplomaten in Peking te kennen gegeven. Op de vraag wie de huidige minister van de spoorwegen was antwoordden zij: „Wan Li".

Waarnemers merkten op dat het een zeer recente wijziging was daar dezelfde functionarissen op 25 september op dezelfde vraag nog hadden geantwoord Kwo Loe, de medewerker van Wan Li. Vice-premier Teng werd op rechtstreeks en persoonlijk initiatief van Mao Tse-toeng ontslagen uit al zijn functies in regering en partij. Hij was de voorafgaande maanden het voorwerp van een felle campagne door ultra-links wegens vermeende „kapitalistische dwalingen". Hij was aanvankelijk algemeen getipt als opvolger van de in januari overleden premier Tjoe en-Lai, maar werd tot veler verbazing gepasseerd ten gunste van de tot dan toe veel minder bekende Hwa Kwo-Feng.

Nieuwe muurkranten

In Sjanghai, tweede stad van de Chinese volksrepubliek, is een muurkrantactie tegen Mao Tse-toengs weduwe, Tsjiang Tsjing, en drie andere radicale leiders begonnen. Zij worden erin beschuldigd van samenzwering tegen de communistische partij. Volgens betrouwbare kringen in Peking zijn de muurkranten overal in de stad opgeplakt, worden de vier leden van het politburo met naam en toenaam genoemd en worden zij collectief aangeduid als de „anti-partijgroep van samenzweerders". Behalve mevrouw Tsjiang Tsjing worden aangevallen de vicevoorzitter van de communistische partij, Wang Hoeng-wen, vice-premier Tsjang Tsjoen-Tsjiao en propagandist Yao Wenyoean. Het viertal zijn links-radicalen die tijdens de culturele revolutie van tien jaar geleden politieke roem vergaarden in Sjanghai. Diplomaten in Peking achtten het daarom logisch dat een actie tegen hen in Sjanghai zou worden ontketend;

„Intriganten"

In Peking zelf verschenen vrijdag op het terrein van de universiteit muurkranten waarin de vier zonder dat ze met naam genoemd worden, worden aangeklaagd als „intriganten". „Sla de hond die in het water ligt. De intriganten zal het slecht vergaan", luidde een der teksten. Een tweede luidde: „de dag waarop het volk de waarheid zal horen, zal de dag zijn waarop het met de intriganten afgelopen is".

De betrouwbare kringen in Peking lieten het persbureau Reuter weten dat Sjanghai „dicht zit met muurkranten".

In Peking stromen betuigingen van steun aan de benoeming van premier Hoea Koeo-feng tot nieuwe leider van de communistische partij binnen. Deze steun waarvan de Chinese radio gewag maakte, geldt kennelijk ook de wegzuivering van bekende links-radicale leiders in de partijleiding, waarvan enkele dagen geleden in mededelingen van doorgaans betrouwbare zijde in de Chinese hoofdstad werd gesproken.

Hoewel de Chinese autoriteiten deze zuivering tot dusver niet hebben bevestigd, bestaat er weinig twijfel over dat de weduwe van Mao, Tsjiang Tsjing, en de drie mannen die wel als de „Shanghai-Kongsi" worden aangeduid — Tsjang Tsjoen-Tsjiao, Wang Hoeng-Wen en Yao Wen-Yoean — van het toneel verdwenen zijn, omdat zij betrokken zouden zijn geweest bij een komplot om zich van de macht meester te maken na de dood van Mao vorige maand.

Het in Hongkong verschijnende tijdschrift „Far Eastern Economie Review" weet te melden, dat Hoea Koeo-feng bij zijn streven naar de eerste plaats in de Chinese hiërarchie zich zorgvuldig had verzekerd van voldoende militaire steun. Gebruik makend van zijn functie van premier had hij in het geheim overleg gepleegd met hoge militaire leiders, zoals de minister van defensie, maarschalk Yeh Tsjien, en de bevelhebber van het district Peking, generaal Sjen Hsi-Lien, om de strijdkrachten onder het bevel van radicaalgezinde generaals te verminderen. Dit was o.a. gebeurd in het militaire gebied van Sjengyang, het voormalige Mandsjoerije, waar een aanhanger van de radicale stroming, generaal Li Teh-Sjeng, commandant is. Verscheidene divisies onder zijn commando zouden naar Hopei zijn gezonden, waar zij zich nog steeds bevinden.

De „Far Eastern Economie Review" vraagt zich voorts af of en op welke wijze Teng Hsiao-Ping zal worden gerehabiliteerd. Deze vice-premier en plaatsvervangende partijvoorzitter viel in ongenade in april van dit jaar. De campagne tegen hem werd vooral geleid door mevrouw Tsjiang Tsjing.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.