+ Meer informatie

Kerkregering XXIX

5 minuten leestijd

Tafelwacht bij het Avondmaal 2.

Bij de zgn. staande avondmaalsviering, zoals men die ten tijde van Calvijn in Genève en bij de kerken in Frankrijk kende, waarbij de avondmaalsgangers hun zitplaatsen in de kerk verlieten om persoonlijk uit de hand van de dienaar de tekenen van brood en wijn te ontvangen, was het toezicht houden betrekkelijk eenvoudig als men tenminste aanneemt dat elke predikant zijn gemeenteleden persoonlijk kende. Maar bij de zgn. zittende commune, zoals die in Zü-rich bijv. bestormd, waarbij de avondmaalsgangers op hun zitplaatsen in de kerk bleven zitten en de schotel met het brood en de beker met de wijn van de een naar de ander werden doorgegeven was de controle veel moeilijker, ja, zij was in feite niet uit te oefenen. Maar zij kon wel uitgeoefend worden bij de zittende avondmaalsviering waarbij de gasten aan één tafel plaats riemen.

Men oefende de controle uit door een paar ouderlingen bij de avondmaalstafel te laten toezien dat alleen leden der gemeente die niet onder censuur stonden en geen vreemden aan de dis des Heren plaats namen. Dat was niet de enige taak van deze ouderlingen maar wel hun belangrijkste taak. Ja-cobus Koelman, 1633—1695, een belangrijke figuur in de kringen van de zgn. Nadere Reformatie, schrijft daarover in zijn werk Het ambt en de pligten der ouderlingen en diakenen, (uitgave A. Roskam te Rotterdam), het volgende: „Welke hulp de Ouderlingen moeten toebrengen, wanneer het Avondmaal nu uitgedeeld wordt? Ik antwoord: wanneer de Leeraar aan de tafel staat, moeten twee Ouderlingen bij hem staan, en dusdanig behulpzaam zijn, dat zij het brood, indien het ontbreekt, toebrengen, de ledige bekers vullen, en dezelve aan het uiterste van de tafel, als de laat-sten gedronken hebben, opnemen, en tot de handen van de Leeraars brengen, nevens de ledige schotels; dat zij nauw acht nemen op de welgeregeldheid in der ledematen toe- en afgaan van de tafel, en bijzonder ook toezien, dat degenen die van het Avondmaal door de Censure zijn afgehouden, niet toetreden, en zich onder de andere leden mengen; of zoo zij zich gereed maken om toe te komen, dat zij die in tijds, eer zij aanzitten, waarschuwen; want het gebeurt wel, dat sommige afgehoudenen zoo stout en hardnekkig zijn, dat wat ook de Kerk van hunne afhouding geoordeeld heeft, zij des niet te min dreigen te zullen aankomen; gelijk er ook zijn, die onder de Censure van hun eigene kerk staande, over zee lopen, dat is, tot het Avondmaal van andere Gemeenten, en zich daar mede aanzetten, zonder den Leeraar te voren gewaarschuwd te hebben, of hebbende hem met bedrog misleid; waarom in onze Kerkeordening verboden is leden van andere Kerken ten Avondmaal te nemen, zonder een behoorlijk getuigenis”, blz. 216 v.

Uit dit citaat van Koelman blijkt duidelijk welke de taak van de ouderlingen, die de „tafelwacht” hadden, was en tegenwoordig nog is, alleen met dit onderscheid dat iri sommige gemeenten geen ouderlingen maar een van de diakenen zorgt dat de kan met wijn, wanneer zij leeg is, weer gevuld wordt, en dat de bekers na elke „tafel” met een doekje even worden gereinigd.

Hoofdzaak is echter het toezien dat geen gecensureerden en andere onbevoegden, zoals vreemden en „doopleden” tot de dis des Heren komen. Hoe zij dit toezicht hebben uit te oefenen willen wij in een volgend artikel bespreken, maar thans willen wij nog even wijzen op het feit, dat in vroeger eeuwen dit toezicht door de dienstdoende ouderlingen blijkbaar iri grote gemeenten nog niet voldoende was, waarom men naar andere middelen zocht om ontheiliging van het avondmaal door gecensureerden of vreemden te voorkomen. Men vond dit middel vroeger in de invoering van de zgn. avondmaalspenning, of avondmaalslood-je. Dat hield in dat ieder, die ten avondmaal wilde gaan zich voooraf bij de predikant of een der wijkouderlingen moest vervoegen om daar een avondmaalspennjng of -loodje in ontvangst te nemen ten bewijze dat hij of zij gerechtigd was aan het avondmaal deel te nemen. Bij de avoad-maalsbediening moest men dan deze penning of dit loodje in een bakje leggen. Ook in de Lutherse kerken kende men dit gebruik, met dit verschil evenwel dat de uitreiking van deze avondmaalloodjes plaats vond na de voorbereidingsdienst. Allerlei soorten loodjes waren in gebruik; zij waren soms van lood, soms van koper, zowel in vierkante, ronde als ovale vorm. Vele loodjes waren voorzien van het kerkstempel, zodat zij niet in een andere kerk konden worden gebruikt. Ze zijn lang in gebruik geweest, in sommige kerken tot in de vorige eeuw. Koelman was een voorstander van het gebruik van zulke avondmaalsloodjes. Hij schrijft: „Doch tot voorkoming van vele misbruiken en abuizen in dezen (nl. in het toegaan tot des dis des Heren, H.), ware het goed, ja noodig, dat de gewoonte, in eenige andere Kerken gebruikelijk, overal aangenomen en beoefend werd, dat allen die aan de tafel komen, een teeken of lootje zouden moeten toonen, en aan den Ouderling geven, of in een bakje leggen”, a.w. blz. 217.

Wij zullen over het al of niet wenselijke vanj het gebruik van zulke Avondmaals-penningen niet verder handelen. In onze tijd zouden er verschillende bezwaren aan verbonden zijn. Maar wel moge dit gebruik van onze vaderen ons een indruk geven van de ernst waarmede zij de ontheiliging van het sacrament trachtten te voorkomen.

In een volgend artikel dan D.V. iets over de wijze waarop de tafelwacht de controle heeft uit te oefenen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.