+ Meer informatie

„Het is wel saai zonder haar''

Groot-Brittannië na de val van Margaret Thatcher

6 minuten leestijd

Zelden heeft een politicus zo veel vijandige gevoelens losgemaakt en tegelijkertijd zo veel vereerders gehad als Margaret Thatcher. Al in het begin van haar politieke carrière maakte ze ongewoon heftige reacties los. Toen ze minister van onderwijs was noemde men haar de "melkgapster", omdat ze de gratis melk voor schoolkinderen afschafte. Later kreeg ze bijnamen als "Attila de Hun", of "TBW", de afkorting voor "That Bloody Woman".

Intellectuelen

Toen Thatcher, in de steek gelaten door haar kabinet, besloot haar functie neer te leggen, zaten haar trouwe volgelingen in zak en as. Zij waren ervan overtuigd dat hun idool het slachtoffer was geworden van een complot.

Anderen lieten de kurken van de champagneflessen knallen. Door haar neiging van politieke vragen gewetensvragen te maken, had Margaret Thatcher zich vooral van twee groepen vervreemd: van het oude establishment en van de intellectuelen. Deze twee groepen binnen de maatschappij zijn echter zeer wel in staat hun gedachten te formuleren en hebben wezenlijk bijgedragen tot de vorming van het negatieve imago van de premier. De kruideniersdochter joeg de adel tegen zich in het harnas door hun waarden in twijfel te trekken. De intellectuelen voelden zich door haar versmaad, konden dit niet verkroppen en veegden daarom de vloer met haar aan. Dit bleek vijf jaar geleden heel duidelijk toen de universiteit van Oxford haar geen eredoctoraat verleende.

De invloed van de intellectuelen op de opinievorming was groot bij de val van de premier. De pers bewees zich als vierde macht: ze vergrootte de paniek onder de Conservatieve partijleden uit, wat er uiteindelijk toe leidde dat Thatcher min of meer weggestemd werd. Haar nederlaag is inderdaad voor een deel terug te voeren op het vertekende beeld dat de media presenteerden.

Zondebok

Thatcher stoorde zich totaal niet aan de heilige huisjes van academici en schrijvers. „Mevrouw Thatcher dwingt ons rekenschap af te leggen van ons doen en laten", klaagde Peter Pulzer, die in Oxford deelnam aan de campagne om Thatcher geen eredoctoraat te verlenen. Zij zag niet in waarom ze intellectuelen naar de ogen moest kijken, te meer daar ze zich door hen onrechtvaardig behandeld voelde.

Met nieuwjaar werden door koningin Elizabeth opvallend veel vooraanstaande personen uit het culturele leven geridderd. Deze personen waren door Thatcher voorgedragen. Velen begrepen niet waarom Thatcher zo veel van haar vijanden, want daar ging het om, naar voren had geschoven. Er kan maar één verklaring voor zijn: de IJzeren Lady was in verband met de groeiende problemen niet zo resoluut als ze deed voorkomen.

Over het algemeen moet men zeggen dat academici, auteurs en kunstenaars zichzelf allerlei waanideeën hebben aangepraat, tot ze er uiteindelijk van overtuigd waren dat mevrouw Thatcher overal de schuld van was. De architect Richard Rogers stelde haar bij voorbeeld verantwoordelijk voor de onooglijke bouwwerken die in de jaren tachtig uit de grond werden gestampt. Het kwam niet in hem op dat het gilde te kort was geschoten. Hij beweerde daarentegen dat „het Thatcher-decennium waarschijnlijk minder goede gebouwen heeft voortgebracht dan welke andere periode ook in de moderne geschiedenis. De kwaliteit speelde geen rol, als het maar goedkoop was".

„Verdiende loon"

Hebzucht en ongevoeligheid. Tot vervelens toe hebben haar vijanden Thatcher deze onhebbelijke eigenschappen voor de voeten geworpen. Lees de romans van Martin Amis en Margaret Drabble er maar op na, of de toneelstukken van Howard Brenton, David Hares, en Caryl Chruchills.

De toneelschrijver Howard Brenton sprak bij voorbeeld van de „donderdag waarop de zon weer opging over Groot-Brittannië, twaarop het leek alsof het land van een vloek werd bevrijd". En aan de voordeur van een woning in Londen hing een bordje met de boodschap: „Gelukkig nieuwjaar en fijn dat ze weg is".

De door de Duivelsverzen bekende auteur Salman Rushdie vond het Thatchers verdiende straf dat zij door haar eigen partij ten val is gebracht. „Had ze ook maar niet de kloof tussen arm en rijk in de Britse samenleving moeten verbreden", zo verklaarde hij zijn uitspraak. Een andere schrijver, Hanif Kureishi, maakte het zo mogelijk nog bonter: „Op het eind kon ik haar niet meer luchten of zien".

Dictator?

Buitenstaanders krijgen de indruk dat in Engeland de val van een Ceausescu plaatsvond. En inderdaad sprak een columnist van de Observer over „de Britse versie van de herfstrevolutie van 1989. In Oost-Europa zijn standbeelden van hun voetstuk gehaald, maar in Engeland ook". In feite was er, ondanks alle drukte, niet meer dan een normale regeringswisseling.

De vroegere Labour-premier James Callaghan becommentarieerde Thatchers val zelfs met een tekst uit de Bijbel: „Allen die het zwaard opnemen, zullen door het zwaard vergaan". De Labour-man trok eveneens vergelijkingen met communistische dictaturen: „De IJzeren Lady heeft in het Oostblok zo veel erkenning gekregen, omdat de volkeren daar met totalitaire regimes vertrouwd zijn".

De overeenkomst tussen het Thatcher-bewind en dat van Oostblok-landen dook overigens nu niet voor het eerst op. Twee jaar geleden werd in Londen een tijdschrift met de titel Samizdat gelanceerd, dat zich een ondergronds tijdschrift noemde — alsof er in Engeland geen vrijheid van meningsuiting is. „Samizdat is", zo stond in het eerste nummer te lezen, „het gevolg van een duister decennium". En: „We hopen met dit blad het politieke klimaat in dit land te veranderen". Thatcher een dictator? Dominant was ze zeer zeker. Na de eerste kabinetszitting onder Major merkte een minister ironisch op dat hij na jaren in de gevangenis te hebben gezeten, een paar zonnestralen had gezien.

Klassiek drama

Haar krachtige persoonlijkheid blijkt niet alleen uit de beladen commentaren op Thatchers aftreden, maar ook uit het hoogdravende taalgebruik in de commentaren. Van een Griekse tragedie sprak men, van een klassiek geval van Hybris en Nemesis. Ook werd Shakespeare steeds geciteerd. Sir Geoffrey Howe, wiens afscheidsrede de val van mevrouw Thatcher versneld had, vervulde in de politieke commentatoren de rol van Brutus, terwijl zijn vrouw, die hem terzijde stond, als Lady MacBeth figureerde. Er werd gezegd dat de vaak deemoedige Sir Geoffrey tien jaar nodig had om tot deze rede te komen en dat Lady Howe hem toen in tien minuten geschreven heeft.

O! Julius Ceasar! Thou art mighty yet! Thy spirit walks abroad and turns our swords. (O Julius Ceasar, uw macht blijft groot. Uw geest dwaalt rond en wendt ons zwaard.) „Versleten vergelijkingen met

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.