+ Meer informatie

IK WIL ER ZIJN, VOOR U EN VOOR JOU

5 minuten leestijd

PASTORAI (I) zorg

Onder bovengenoemd opschrift schrijf ik al een aantal jaren in het maandelijks kerkblad van de Chr. Geref. ‘Bethelkerk’ te Veenendaal. In deze plaats ben ik geboren (in 1946) en opgegroeid. Een rasechte Veense! In het kader van de serie ‘kerkelijk werkers’ in Ambtelijk Contact volgt, op verzoek van de redactie van dat blad, hieronder een stukje, waarin ik schrijf over mijn ervaringen als pastoraal werkster.

Eind jaren ‘70 volgde ik de Pastorale Leergangen te Zwolle en na het behalen van mijn diploma kwam de kerkenraad met het verzoek of ik — tijdelijk — in eigen gemeente wilde gaan werken in verband met de ontstane vacature door het vertrek van één van de predikanten. Deze periode duurde van december 1981 tot juni 1983. In het meer recente verleden heb ik de cursus psycho-pastorale hulpverlening (PPH) gevolgd. Aangezien er moeilijk aan werk in het pastoraat te komen was, ben ik de opleiding maatschappelijk werk gaan volgen en daarna enkele opleidingen op managementniveau. Sinds april 1987 werk ik in een verzorgingshuis als maatschappelijk werkende/opnameconsulente. Door reorganisatie werd ik gedwongen om parttime te gaan werken vanaf januari vorig jaar. Begin 1999 moest één van onze predikanten wegens ziekte zijn werk neerleggen. In een gemeente van bijna tweeduizend leden heeft een en ander ingrijpende gevolgen, ook voor het pastoraat. Horende van mijn ‘halve’ ontslag vroeg de kerkenraad mij om pastorale bijstand te gaan verlenen tijdens het ziekteverlof van de betreffende predikant. Met ingang van 1 maart 1999 ben ik voor ongeveer 20 uur per week aan de Bethelkerk verbonden geweest en vanaf 1 juni 2007 fulltime.

WAT HOUDT MIJN WERK IN?

In zijn boek ‘Verdiept pastoraat’ schrijft prof.dr. WH. Velema over het beeld van Herder, kudde en schaap naar aanleiding van Jezus’ woorden in Joh. 10 en 21. Hij zegt hierover onder meer dat de pastor (=herder) ‘het schaap bij de Herder en bij de kudde wil brengen en houden’ en dat ‘het gaat om leden van de gemeente of om mensen die geestelijke hulp en begeleiding nodig hebben, in hun zoeken en vragen naar God en Zijn Woord’ (pag. 19). Als pastoraal-medearbeider-binnen-de-gemeente houd ik dit doel voor ogen.

In mijn taakomschrijving is opgenomen dat aan mijn zorg zijn toevertrouwd: senioren, chronisch zieken en zij die zelf een beroep op mij doen. De laatste categorie neemt toe. De hulpvragen betreffen:

• psychische problematiek;

• problemen met kind(eren) of andere familieleden;

• crisissituaties.

In tegenstelling tot mijn eerdere werkperiode in de gemeente merk ik nu dat mensen ook willen en kunnen praten over hun relatieproblemen of gezinsproble-matiek. Jaren geleden rustte hierop nog veel meer een taboe.

Toen ik me voorstelde aan de gemeente (voor zover dat nog nodig was), deed ik dit o.a. met de woorden: ‘Ik wil er zijn. Voor u en voor jou. In vreugde en verdriet’. Dat is voor mij pastoraat. Er zijn! Thuis, in het ziekenhuis, in het verpleeghuis etc. Luisteren naar wat gezegd wordt en bespreekbaar maken wat niet gezegd wordt en soms wel te zien is (lichaamstaal).

Praten, soms over koetjes en kalfjes, met het doel uit te komen bij het Lam. Samen zoeken naar het plan van God in ons leven.

Pastoraat op maat!

Gesprekken, boeiend en vermoeiend. Er zijn bezoeken waar al snel een gesprek van hart tot hart plaatsvindt; er zijn er ook die enigszins het karakter van een bezoeking hebben.

Meestal ga ik op afspraak; er zijn ook ontmoetingen die een spontaan karakter dragen, ‘even’ vragen hoe het gaat, bijvoorbeeld op mooie en moeilijke (gedenk) dagen.

Overleg met de predikant(en) en kerkenraad is een belangrijk gegeven in mijn werk. Dit vindt dan ook veelvuldig plaats.

HOE ZIET DE GEMEENTE MIJ?

Enkele (verschillende) reacties:

• ‘Jij bent een ‘gewoon’ mens’;

• ‘hiermee wil ik de dominee niet lastig vallen (die man is toch al zo druk) maar bij jou ligt het anders en ik moet het toch kwijt….’;

• ‘ik praat graag met je omdat je een vrouw bent’;

• ‘de dominee is geweest!’ (een uitroep met stralende ogen).

In gesprek met hen die alleen zijn komen te staan, merk ik dat een voordeel van bekend-zijn is, dat ik hun familielid heb gekend. Praten over hem of haar en dan echt weten wie en hoe zij of hij was, wordt beleefd als verbondenheid.

Het kan ook een voordeel zijn om veel familierelaties te kennen, vooral in zo’n grote gemeente. Ik ervaar dat bekendheid (en onbekendheid) geen belemmering is om vertrouwen te krijgen, ook als het gaat over problemen in relatie tot God. Dat maakt me dankbaar en stil-verwonderd.

Een nadeel van bekend-zijn is dat de echte Veensen die moeilijk over hun geloofsleven willen of kunnen praten, allerlei vragen gaan stellen over mijn familieleden. Een belangstellende vraag doet me goed en ik heb genoeg familie om de tijd mee (op) te vullen, maar het doel mag niet uit het oog verloren worden. De nadelen wegen echter niet op tegen de voordelen.

Een aantal jaren verder……

De laatste tijd wordt — op verzoek — door mij de begrafenis geleid van een gemeentelid die aan mijn zorg was toevertrouwd. De betrokkenheid tijdens de (laatste) levensperiode is dan de motivatie om het verzoek in te dienen. Dit wordt of door de betrokken persoon nog aangegeven tijdens haar/zijn leven of door de familieleden.

Op deze wijze vindt er een ‘afronding’ plaats van het begeleidingsproces, wat bij leven intensief kon worden gevolgd. Voor de nabestaanden blijf ik beschikbaar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.