+ Meer informatie

Holland gesplitst: De parel is gekliefd

Indrukwekkend gedenkboek over 150 jaar Noord- en Zuid-Holland

5 minuten leestijd

DEN HAAG/HAARLEM De scheiding van Holland in 1840 is heel wat minder dramatisch verlopen dan de verdeling van Limburg in een Nederlands en een Belgisch deel het jaar ervoor. In het nationalistische Belgische parlement leidde de Limburgse kwestie tot opgewonden debatten. Zelfs zo, dat een van de afgevaardigden na een lange rede in elkaar zakte en de geest gaf. Daarbij vergeleken is de reactie van de Haagse burgemeester Copes van Cattenburgh in een brief aan Groen van Prinsterer (september 1840) over de Hollandse tweedeling heel wat berustender: „De zaak is beslist, de parel is gekliefd".

Dat schrijft rijksarchivaris drs. F. J. M. Otten in een onlangs verschenen gedenkboek naar aanleiding van het 150-jarig bestaan van Noord- en Zuid-Holland. Het eerste exemplaar ervan werd uitgereikt aan koningin Beatrix tijdens de officiële jubileumviering op 21 februari in de Ridderzaal. Om maar direct met de deur in huis te vallen: Het is een indrukwekkende publikatie geworden.

Volgens de redactiecommissie was het niet de bedoeling een standaardwerk over de geschiedenis van Noord- en Zuid-Holland uit te geven. Daarvoor had nog veel meer onderzoek gedaan moeten worden. Zij koos daarom voor een vergelijkende studie van beide provincies over de jaren 1840 en 1990. In die opzet is zij uitstekend geslaagd. Het ruim 200 pagina's tellende boekwerk bevat een schat aan informatie over de geschiedenis van een 'eeneiige tweeling'.

Het boek valt uiteen in twee hoofddelen. In het eerste deel gaan dr. H. M. Brokken, rijksarchivaris in Zuid-Holland, en de al eerder genoemde drs. F. J. M. Otten in op de situatie van Holland vóór 1840. De 'provincie' heeft oude papieren. In 889 (ruim 1100 jaar geleden!) schonk de Duitse koning Arnulf grafelijke domeingoederen in Kennemerland en Maasland aan graaf Gerolf. Hieruit ontstond het graafschap Holland, dat in enkele eeuwen sterk groeide.

Geleend

Vijf geslachten van graven regeerden over Holland, respectievelijk het Hollandse, Henegouwse, Beierse, Bourgondische en Habsburgse huis. Hoewel pas Floris II (1091-1121) in 1101 voor het eerst graaf van Holland („comes de Hollant") wordt genoemd, laten historici het Hollandse gravenhuis meestal beginnen bij Dirk I (vermeld tussen 916 en 939). Sinds 1291 betitelden de landsheren van Holland zich als graven van Holland en Zeeland en heren van Friesland. Het graafschap Holland en Zeeland werd 'geleend' van de Duitse keizer, evenals de nabuurstaten Brabant en het bisdom Utrecht.

In de periode 1572-1795 maakte Holland deel uit van de Zeven Verenigde Nederlanden. Het was verreweg de belangrijkste provincie. In de Franse tijd (1795-1813) veranderde er bestuurlijk en organisatorisch van alles. Om te beginnen werden in ons land tien departementen ingesteld. Het oude gewest Holland werd verdeeld in twee departementen: Amstelland in het noorden en Maasland in het zuiden. De splitsing werd ingegeven door de angst dat één groot Holland te machtig zou worden ten opzichte van de andere gewesten. De grens tussen Amstelland (hoofdstad: Haarlem) en Maasland (hoofdstad: Den Haag) was ongeveer dezelfde als de huidige provinciegrens.

Uitgestrektheid

In 1814, een jaar na het ontstaan van het Koninkrijk der Nederlanden, kwam de tweede verandering. De departementen werden vervangen door provincies. De oude provincie Holland werd in ere hersteld en kreeg één college van Provinciale Staten. Direct al in hun eerste vergadering drongen PS bij koning Willem I aan op de instelling van twee colleges van Gedeputeerde Staten. Reeds twee dagen later (!) ging de koning hiermee akkoord, „uit hoofde van de uitgestrektheid en bevolking" van Holland. Er kwamen tevens twee gouverneurs, zoals de commissarissen der Koningin toen nog heetten. Gedeputeerde Staten vergaderden wekelijks. Provinciale Staten slechts één keer per jaar, en wel, zoals de grondwet dat eiste, afwisselend in Den Haag en Haarlem.

Verzet gestaakt

In 1839 staakte koning Willem zijn jarenlange verzet tegen de afscheiding van België. Alle zuidelijke provincies werden definitief opgegeven. Alleen Limburg werd gesplitst in een Nederlands en een Belgisch deel. In verband hiermee moest de grondwet herzien worden. Eind 1839 diende de regering de eerste vijf herzieningsvoorstellen in bij de Tweede Kamer. Tevens werd de suggestie gedaan de overgebleven negen provincies samen te voegen tot vier of vijf grotere departementen. Als de regering hier niet toe overging, wilde een aantal kamerleden Holland splitsen in twee provincies. Niet omdat er sprake was van conflicten tussen het noordelijke en het zuidelijke deel, maar men vond de provincie „bij vergelijking met alle andere te groot in uitgestrektheid, bevolking, rijkdom en opbrengst". Dezelfde argumenten dus als bij de instelling van het dubbele GS-college en de twee gouverneurs.

De voorgestelde splitsing leverde flink wat discussies op in de Kamer. Allerlei sprekers, onder wie illustere personen als Groen van Prinsterer en Thorbecke, voerden het woord. Zij waren beiden tegen scheiding, zij het om verschillende redenen. Groen meende dat een grondbeginsel van het Nederlandse staatsrecht werd geschonden als zonder toestemming van de Staten van Holland over dit gewest werd beslist. Nu betrof het Holland, straks Gelderland of een andere provincie, zo redeneerde hij. Thorbecke zag de noodzaak van splitsing „geenszins in". Volgens hem was hier niet alleen sprake van een geografische verandering, maar verbrak de splitsing van een provincie „een politiek ligchaam, een hoofddeel van den Staat".

Terugdeinzen

Ook praktische bezwaren werden aangevoerd. De Haagse burgemeester Copes van Cattenburgh wees op het hoogheemraadschap Rijnland, dat nu in twee provincies kwam te' liggen. Hij stelde voor van Amsterdam „eene afzonderlijke huishouding en provincie" te maken en de rest van Holland intact te laten. Nogal wat kamerleden betreurden de scheiding of zagen het nut er niet van in. Het niet aanvaarden van de splitsing zou echter betekenen dat het hele ontwerp-grondwetsherziening op losse schroeven kwam te staan. Daar deinsden velen voor terug. Op 31 augustus 1840 werd het voorstel met 84 tegen 22 stemmen aangenomen. De scheiding van Holland was een feit. A. Emelwaarde (rEns Oost-Voorne West-Voorne— ^D ^-Hoekse Land van Altena Land van Heusden Schouwen-Duiveland l,~ Zevenbergen (Zeeuws) ,Zeeuws Veel veranderde er echter niet. Sinds de vorming van de departementen Amstelland en Maasland in 1807 hadden Noord en Zuid immers al afzonderlijke besturen.

De taken van de provinciebesturen zijn in de afgelopen 150 jaar sterk toegenomen. Dat is onder meer duidelijk te merken aan het aantal medewerkers in dienst van de provincie. Kort na de splitsing werkten bij de "griffie" van zowel Noord- als Zuid-Holland zo'n veertig ambtenaren. Anno 1990 werken er bij de provincie Noord-Holland 1400 mensen, bij de provincie Zuid-Holland 2200.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.