+ Meer informatie

Jouw vragen

11 minuten leestijd

Voor wie zijn de beloften in de Bijbel? Waarom is popmuziek slecht? Waarom zou het christendom de ware godsdienst zijn? Ik ben zo koud en hard, ik kan niet bidden; wat moet ik doen? Wanneer mag je belijdenis doen? Op dit soort vragen proberen we in deze rubriek een bijbels antwoord te geven.

Ik ben een meisje van 17 jaar en ik loop eigenlijk al maanden rond met iets wat ik tegen niemand durf te zeggen, omdat ik mezelf daarvoor schaam I Namelijk: ik geloof zo vaak niet dat God bestaat: En dan denk ik bij mezelf dat mag je niet denken!Maar ik kan het niet tegenhouden en ik kan het ook niet tegen God zeggen, want bidden doe ik alzo lang niet meer. En als ik dan nu ga bidden dan voel ik mezelf zo 'n huichelaar, dan denk ik bij mezelf: Nu je in de put zit heb je God nodig en als het dan weer goed gaat dan denk je niet aan Hem. Ik durf nu ik in de put zit ook niet tot God te bidden. Begrijpt u? Maar als ik het dan weerzie zitten dun denk ik bij mezelf als er nu geen God is die bestaat, wiaarom leven we dan eigenlijk op deze aardel Om plezier en lol te makenl Nee, daar heb je toch 'weinig aan als je sterft. En als er nu een God bestaat dan heeft het in mijn ogen nog zin om te leven, -want dan kun je nog in de hemel komen. En als er nu geen God bestaat dan heeft het leven toch geen zin? En toch geloof ik zo vaak dat er geen God bestaat, en dan denk ik ook dikwijls: waarom leef ik nog? Ik word zo heen en laeer geslingerd tussen deze gedachten. Ik weet niet wat ik hier mee aan moet!

Bedankt voor je brief. Ik zal er uitvoerig op ingaan, omdat jij echt niet de enige bent die door dit probleem geplaagd wordt. Ik ben blij dat je je verwarring en heen-en-weer-geslingerd worden aan het papier hebt toevertrouwd. Dat je dat gedaan hebt, geeft evenals de rest van de brief aan dat je zo helemaal niet wilt denken. Je voelt je er juist heel ongelukkig mee. Maar hoe komt het dan? Wel, dit probleem kan ik op twee verschillende niveaus behandelen. Niet alleen onbekeerden, maar ook kinderen van God kunnen ermee te maken hebben. Waarom? Omdat dit de kern van het geloof is, dat wie tot God komt moet geloven dat Hij is en dat Hij een beloner is dergenen die Hem zoeken (Hebr. 11:6). Voor de duidelijkheid wil ik in deze zin een tweeledig antwoord geven, kinderen om hen op te voeden in de waarachtige kennis en vreze Gods, Hem tot eer en hun tot zaligheid (Huwelijksformulier). Om deze reden wordt aan ouders bij de bediening van de Heilige Doop de vraag gesteld of zij niet beloven en voor hun rekening nemen dit kind in de voorzeide leer naar hun vermogen te doen en te helpen onderwijzen.

Joodse jongens
Zo mogen ouders de kinderen bij het opgroeien bekend gaan maken met de God van de Bijbel. De HEERE wil dit onderwijs gebruiken om het volgende geslacht tot Zich te trekken. De satan zit echter ook niet stil. Hij zaait zijn zaad van twijfel om de kinderen in zijn macht te houden. Hij is tegelijk een groot psycholoog: hij weet dat in de puberteit zich een proces afspeelt waarin wij datgene wat wij als kind van onze ouders leerden en ontvingen zelf gaan toetsen en ons eigen maken. Daarom is het zo belangrijk dat na ons twaalfde jaar, als de wereld steeds groter en breder wordt, wij andere mensen mogen ontmoeten die door hun antwoorden op onze vragen be-l> vestigen wat wij thuis leerden. Deze leeftijd noem ik niet zonder reden. In Israël was en is deze heel belangrijk. De joodse jongetjes werden dan zoon van de wet. Dan werd men niet langer in de eerste plaats door vader onderwezen, maar kreeg men letterlijk een plaats midden in de kring van de Schriftgeleerden, waar je vragen mocht stellen en ook vragen te beantwoorden kreeg. (Begrijp je nu het verhaal van Lukas over de twaalfjarige Jezus, Die gezeten op de grond in de kring van de Schriftgeleerden hen verbaasde èn door Zijn vragen èn door Zijn antwoorden?!). Deze leeftijd was psychologisch heel zorgvuldig gekozen. De tijd van de eerste opvoeding als kind moet dan afgerond zijn. Nu volgt een periode dat wat thuis geleerd werd in de grotere wereld getoetst gaat worden. Om deze reden is het erg belangrijk dat wij in onze omgeving dan echte kinderen van God ontmoeten die de thuis geleerde zaken van harte beamen. Twee woorden heb ik hier vet laten afdrukken en dat niet zonder reden.

Tegengif
Met echt bedoel ik niet alleen dat zij het echt zijn, maar ook dat zij echt zijn. Dat datgene wat zij zeggen fris, oprecht en doorleefd overkomt. Geen vroomdoenerij waar je doorheen prikt, maar geloofsgetuigenis dat sprankelt en leeft, dat je jaloers maakt. Dat is juist om deze reden belangrijk omdat de duivel in deze periode, waarin je gaat zoeken naar bevestiging, probeert dat wat je thuis geleerd hebt uit te roeien. Hij doet dat door zijn tegengif in te spuiten. En dat kan hij op twee manieren bereiken: hetzij door een omgeving die haaks staat op je thuis, hetzij door dode orthodoxie die je doet gruwen van de dienst van de HEERE. Daarom is de sfeer binnen het onderwijs zo belangrijk. Een moderne school met evolutietheorie enz. kan alles wat thuis geleerd werd naar het rijk van de fabels verwijzen en dat met de indruk van zogenaamde wetenschappelijkheid. Zo heb ik jongeren zien veranderen en verharden. Anderzijds kan ook een wettische insteüing door satan voor hetzelfde misbruikt worden. Als er alleen op uiterlijke zaken gelet wordt, zonder dat er geproefd wordt dat de liefde van Christus dringt, kan er in dezelfde zin verharding optreden en vijandschap geboren worden. In beide gevallen groeit er dan een onverschilligheid die de "oorpoort" toesluit voor de boodschap van het Evangelie.

Influistering
Ook kan satan hiervoor andere dingen gebruiken. Allereerst het eigen gezin, wanneer de geestelijke opvoeding bestaat uit: „Doe wel naar mijn woorden, maar niet naar mijn daden." Verder kan ik ook voorbeelden noemen als: een familielid dat met de kerk gebroken heeft of het gezin van een vriendinnetje of vriendje. In plaats van de bevestiging wordt het tegenovergestelde beleefd. Maar zelfs los van dit alles kan satan proberen met zijn venijnige influisteringen het hart af te trekken van het zoeken van de HEERE. Als een gestadige druppel die de steen uitholt spuwt hij telkens weer in je denken de gedachte naar binnen: God bestaat niet.

Ongelukkig
Waar het bij jou om gaat, weet ik niet. Voor één ding ben ik in ieder geval dankbaar: Jij voelt je met dit alles ongelukkig. Je wilt het eigenlijk niet denken en je wilt het niet geloven. Lees je eigen brief nog maar eens over: - je denkt bij jezelf: „Zo mag je niet denken"; - je kunt het niet tegenhouden: dat probeer je dus wel; - je conclusie is: „Als er geen God is die bestaat, waarom leven we dan eigenlijk op deze aarde; om plezier en lol te maken? Daar heb je weinig aan als je sterft." Maar nu heeft satan nog iets anders in het veld gebracht: hij heeft je zo ver gekregen dat je niet meer bidt! En hij weet dat die pijl heel doeltreffend is: „Zo'n huichelaar! Nu je in de put zit, heb je God nodig en als het dan weer goed gaat denk je niet aan Hem." Wees van één ding overtuigd: satan pakt je altijd net van de andere kant. Tegen de één zegt hij dat het schijnheilig is om te bidden en tegen een ander dat het zinloos is om te bidden. Als hij ons maar weet te verlammen.

Eeriijk vertellen
Of is er een andere oorzaak waarom je niet meer bidt? Ben je soms verslingerd aan de popmuziek en heeft die je bidden verbroken? Het is in ieder geval ook mogelijk dat satan door die opmerking over schijnheiligheid je handen van elkaar heeft gekregen. Vouw die opnieuw en vertel aan de HEERE hoe het met je is. Vraag of Hij ondanks je ongeloof en verzet, nochtans je hart wil overtuigen van de waarheid dat Hij is en een beloner is dergenen die Hem zoeken. Dat is bidden: eerlijk vertellen hoe het met je is. Bovendien is dit het ongeloof van het vlees en dat moet en kan door Hem verbroken worden. De echte overtuiging dat God is, wordt gewerkt door de Heilige Geest. Hij geeft eeuwige zekerheid van deze waarheid, maar dan op een bepaalde wijze, nl. dat de HEERE een beloner is dergenen die Hem zoeken. Dat Hij goedertieren is. Dat Hij een waarmaker is van Zijn Woord.

Kind van God
b) Ten slotte wil ik ook nog even ingaan op het andere niveau: ook een kind van God kan hierdoor aangevochten worden. Een predikant uit een afgescheiden kerk, een broeder in Christus, die ik heel hoog heb, vertrouwde mij eens toe: ,Joh, ik heb nooit last van de vraag of mijn zonden wel vergeven zijn. Als de duivel bij mij komt dan komt hij met die smerige vraag: Bestaat God wel?" Dat kan. Satan kan met allerlei godslasterlijke gedachten komen. Maar hoe dat nu te onderscheiden? Het is eigenlijk heel eenvoudig. We moeten maar denken aan de Christenreis, aan het gedeelte waar Christen wordt aangevochten door Apollyon. De duivel fluistert hem daar godslasterlijke gedachten in. Christen denkt eerst dat hij het zelf doet. Maar wat is dan het verschil? Het hart van Gods kind krimpt daaronder in elkaar en roept: „O God, ik ellendig mens. Dat niet. Ik wil het niet. Het mag niet. O, wat erg. Verlos mij er van." De goddeloze vindt in die gedachten juist opluchting en bevestiging van zijn verzet, dat is het verschil.

Ga bidden
Maar wat moet je dan doen? Ga bidden, ga psalmen zingen. Satan moet dan wijken. Dit schrijf ik opzettelijk er nog bij, omdat gelovigen in een tijd van lichamelijke en/of psychische zwakte hiervoor meer dan anders openstaan en het zelfs de vormen van een dwangmatig gebeuren kan aannemen. Zo in de zin van: „Als het maar niet gebeurt" en dan gebeurt het juist. Ik ga nu echt eindigen. M'n antwoord is alweer veel te lang geworden. Dat eigenlijk ook weer niet. Juist met het beantwoorden van vragen moeten wij aan allerlei aspecten denken omdat anders de oplossing voor de een, de verwarring voor de ander betekent. Van harte hoop ik, dat het antwoord je aan mag sporen om je handen weer te gaan vouwen en eerlijk aan de HEERE te vertellen hoe het met je is. De HEERE kan en wil door Zijn Geest je ongeloof verbreken en je voor eeuwig overtuigen dat Hij is en een Beloner is dergenen die Hem zoeken. Gods zegen! 

Ik heb een vraagje. Ik snap niet waarom het kaartspel verkeerd is. Volgens sommigen zit het in de afbeelding maar mijn vader denkt dat het nog veel dieper zit. Want je mag toch wel eens een spelletje kaarten doen? Gewoon voor de grap? Ik snapte het niet. M'n vader ook niet en daarom, zei hij: „ Stuur maar eens een briejje naar Terdege."

 J e vraag heeft mij aardig aan net werk gezet, maar dat kon jij niet weten. Ik wist dat ik ergens tussen al mijn spullen nog een stukje moest hebben over het kaartspel. Daarin werd uiteengezet hoe de een of andere Franse koning in een vlaag van verstandsverbijstering het kaartspel ontwikkeld zou hebben om te spotten met het geloof Hij zou een afbeelding bedacht hebben voor God, voor Christus, voor Maria en voor de duivel. Ik heb me naar gezocht, maar ik kan het nergens meer vinden. Wat nu? De vraag maar terugsturen? Ook geen oplossing. Ineens kwam ik op het idee om maar eens in de encyclopedie te kijken. Achteraf maar goed, want ik betwijfel nu toch de verklaring van die Franse koning. Het is best mogelijk dat er een koning geweest is die voor zichzelf allerlei godslasterlijke gedachten verbond met de figuren op het kaartspel, maar als zodanig kan hij die daartoe niet uitgevonden hebben. Kaartspelen werden nl. reeds ver voor de christelijke jaartelling in verscheidene culturen beoefend. Zij deden echter pas omstreeks 1300 hun intrede in Europa. De reden waarom het kaartspel in reformatorische kringen buiten de deur werd gehouden is mijns inziens niet zozeer de herkomst van het kaartspel, als wel het feit dat het kaartspel in alle eeuwen verbonden was met het spelen om geld of andere zaken. In 1394 speelden bijv. de hertogen van Saksen en Letzburg om een deel van de Ardennen.

Rummikub
Nu weet ik, dat het verkeerde gebruik het goede nooit behoeft uit te sluiten. Maar als het misbruik zo kennelijk in grote mate meer is dan het goede, kunnen wij beter het besluit nemen om deze zaken buiten ons leven te houden. Ik houd het maar bij Rummikub, zonder de afbeeldingen van het kaartspel. (En daarmee is dan gelijk een andere vraag beantwoord; Rummikub kunt u met een gerust hart spelen - red.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.