+ Meer informatie

Voor de jeugd

8 minuten leestijd

Beste Jongelui!

Het is gisteren zondag geweest, de eerste werkdag van de week voor een dominee. Want dominees mogen des zondags werken. Zij staan in de dienst des Heeren en dan hebben ze op de dag des Heeren een dure roeping te vervullen. NI. om in het huis des Heeren het Woord des Heeren te verkondigen.

Het mag een wonder heten, dat dit in ons land nog in vrijheid gebeuren kan. Want er zijn landen, waar dit niet meer mogelijk is. Ik denk aan die landen, die zich achter het ijzeren gordijn bevinden, of achter het bamboe gordijn. Jullie weten wel welke landen daarmede bedoeld worden. Dat zijn die landen in Oost-Europa en in Azië. We horen daar wel niet zoveel van omdat men zo weinig mogelijk naar buiten, van alles wat er binnen de grenzen gebeurt, uit laat lekken. Maar als er berichten doorsijpelen, dan zijn deze meestal niet van gunstige aard t.o.v. de kerk en alles wat daarmede samenhangt. Of moet ik zeggen, dat ze wel van gunstige aard zijn?

Want, daar waar de kerk vervolgd wordt, daar bloeit zij meestal. Het bloed der martelaren kan altijd nog het zaad der kerk genoemd worden. Daaruit blijkt dat de kerk een onuitroeibare zaak is. Het is des Heeren zaak. God houdt Zijn kerk in stand. En dan mag de hel vrij worden… Zo heeft Luther het eens gedicht in zijn leven. En dat is heden ten dage nog waar. En dat zal ook waar blijven tot aan het einde van deze bedeling toe.

Ik zou zeggen, beste jongens en meisjes, waardeer het, dat jullie week aan week nog vrij op mogen gaan naar het huis des Heeren om te luisteren naar het woord des Heeren. Want dat is het alleen wat jullie wijs kan maken tot de zaligheid.

Ik schreef boven, dat dominees het voorrecht hebben dat ze des zondags mogen werken. Dat houd ik zo voluit staan. Want ik vind het altijd nog een voorrecht, dat ik op de dag des Heeren mag staan in de dienst des Heeren. Ik geloof, dat alle ware knechten des Heeren het ten deze hartelijk met mij eens zullen zijn.

En hoe is het nu met jullie? Mogen jullie op de zondag ook werken? Dat is een vraag die in deze tijd echt wel even onder de aandacht mag worden gebracht. De vorige keer werd dit eigenlijk zijdelings ook al aan de orde gesteld. Velen zijn er toch, die er helemaal geen been in zien om op de zondag dagelijkse arbeid te verrichten. Meestal wordt er dan nog meer verdiend dan in de week en dat trekt altijd aan. Het argument van „noodzakelijke arbeid” heeft men dan gauw bij de hand. En nu wil ik hier geen lijst gaan geven van wat al of niet tot noodzakelijke arbeid op de zondag gerekend kan worden. Maar dat er veel minder op de zondag behoeft te gebeuren dan er nu gebeurt, dat is een ding dat zeker is.

Ik weet ook, dat als iemand de Heere liefheeft, hij op de zondag alle arbeid, die niet noodzakelijk is, zal weigeren. Want wie God liefheeft, krijgt ook Zijn dag lief. Het één zit hier onlosmakelijk aan het ander verbonden. Al is het nu, dat alle niet-noodzakelijke-arbeid op de zondag verboden is, dan wil dat toch niet zeggen, dat er voor jonge mensen op de zondag niets te doen is. Er is werk te over, ook voor jonge mensen, ook al zijn ze geen dominee. De zondag behoeft daarom echt niet een „vervelende” dag te worden. Ik heb eens gelezen, wat de verklaring van het vierde gebod betreft in de Heid. Cat. Z.38, dat er niet één antwoord is, waarin zoveel werkwoorden staan, dan juist in dit. Nu hebben we het nooit vraag voor vraag met de antwoorden nagegaan, of dit werkelijk zo is. Ik schrijf er dit eerlijk bij, omdat ik er van uitga, met jonge mensen te doen te hebben, die dit misschien in twijfel zouden trekken. Ze zullen mogelijk zeggen: Dominee, dat weet ik nog zo net niet. Want als ik die zondagen na ga, waarin gesproken wordt over het H.A. dan geloof ik dat daar nog wel meer werkwoorden in zullen staan, dan in het antwoord, dat handelt over het vierde gebod. Ik zou zeggen, jongelui, ga het eens na. Misschien heb je gelijk. En als je dit nagaat, dan doe je tegelijk een nuttig werk, in die zin, dat je bezig bent met de Heid. Cat., die het onderzoeken altijd nog waard is.

Een feit is het op alle manier, dat er in zondag 38 heel veel werkwoorden staan. En werkwoorden, wijzen altijd op werken, dat is op aktief bezig zijn. Ik wil het met jullie wel eens even nagaan. Het antwoord luidt op de vraag: Wat gebiedt God in het vierde gebod: Eerstelijk dat de kerkedienst, of het predikambt, en de scholen onderhouden worden. D.w.z. deze dingen mogen niet verslappen. We moeten de kerkedienst dat is de dienst des Heeren in de kerk onderhouden, bij houden, week aan week, altijd weer. Hier worden ook de scholen genoemd. Dat zijn van ouds de kweekplaatsen geweest, waar de jeugd opgevoed diende te worden in de vreze des Heeren. Onze vaderen hebben dit als ideaal gezien. Daar heeft natuurlijk altijd wel het nodige aan gemankeerd, maar zo ver als we tegenwoordig van dit ideaal verwijderd zijn, dat is echt wel om te huilen. Scholen, die zich nog christelijk noemen, zijn het in de meeste gevallen lang niet meer, omdat men op die scholen spot met God en Zijn geboden.

Onder scholen moeten ook theologische scholen worden verstaan. Dat zijn die plaatsen, waar jonge mannen opgekweekt worden, om heel hun leven in de dienst des Heeren te besteden. Hier zouden ook de nodige aanmerkingen gemaakt kunnen worden. Want er zijn heel wat theologische scholen, waar men niet meer onvoorwaardelijk buigt voor het woord van God. Men onderwerpt het woord aan de kritiek van de wetenschap, waardoor er velen met een halve bijbel, op de mensen worden afgestuurd. Dit komt, omdat hun geleerd wordt, dat de helft van de bijbel niet meer te geloven is. En als men de helft van de bijbel niet meer geloven kan, dan neemt men natuurlijk de andere helft met een korreltje zout. d.w.z. daar gelooft men dan ook het zijne van, dat is in de werkelijkheid: niets meer.

We zijn ten deze veel verder weg dan we denken en nog is er het einde niet. De afval zal nog steeds groter worden. Hier dient meer dan ooit de wacht betrokken te worden, om bij de zuiverheid van het woord Gods bewaard te blijven.

Dat neemt echter niet weg, dat de kerkedienst en de scholen moeten onderhouden worden. Neemt dan in gedachten die kerken en scholen waar nog naar het onvervalste woord des Heeren gehandeld wordt. Onderhouden, dat wil ook zeggen: ze moeten in stand gehouden worden. Dat kost geld. Als het vierde gebod behandeld wordt, dan wordt er dadelijk al een beroep gedaan op je portemonnaie. Je moet een offer brengen. God vraagt dat, en de voortgang van Zijn dienst is het waard. Of liever: God is het waard.

Dus: onderhouden-offeren-werken!

Maar is is nog veel meer te doen. „En dat ik inzonderheid op de sabbat, dat is op de rustdag, tot de gemeente Gods naarstiglijk kome”. Hier hebben we al weer een werkwoord: Komen! Naarstiglijk! D.w.z. getrouw, altijd als er kerk is, als er dienst is, moet ik er zijn. En dan niet alleen met m’n lichaam natuurlijk. Want ik kan getrouw naar de kerk gaan, om er te slapen. Ik noem maar iets. Daar zijn natuurlijk nog meer mogelijkheden. Doch de bedoeling is, dat we komen met ons hart. Met hart en ziel. We moeten er lust, zin in hebben. De hef de tot de Heere en Zijn dienst moet de drijfveer zijn. Wanneer een jongen een meisje werkelijk liefheeft, dan behoef je hem niet te zeggen, dat hij naar zijn meisje gaan moet op gezette tijden. Als hij de kans krijgt, zal hij het ook nog wel eens een keer doen, als het niet de „gezette tijd” is.

Ik dacht dat jullie me ten deze wel zullen begrijpen. Ik neem dat niemand kwalijk natuur lijk. Maar staan we nu ook zo tegenover de dienst des Heeren? Want daaruit zal blijken of er liefde in het hart tot de Heere en Zijn dienst is.

Misschien is dat voor verschillenden van jullie (velen?) een lastige vraag. Niet alleen voor de jongeren, maar ook voor de ouderen.

Ontloop echter deze vraag niet. Maar beantwoordt hem eerlijk tussen de Heere en je ziel. En als je dan eerlijk moet zeggen, dat er aan die hef de tot de Heere en Zijn dienst nog al wat mankeert, zie het dan nog in orde te krijgen voor het te laat is. Vraag de Heere dan maar of Hij die liefde in je hart wil werken, zodat je eens met je vohe hart mee zult kunnen zingen:


„Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten”.


Doch ik ben al weer aan het eind. En dan schrijf ik nu maar — in de hoop dat je het voor die tijd nog lezen zult — TOT ZATERDAG 8 APRIL IN DORDRECHT, OP DE ONTMOETINGSDAG, IN DE CHRISTELIJK GEREFORMEERDE KERK, AAN DE DUBBELDAMSE WEG, AANVANG 10.30 UUR. Jullie aller vriend

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.