+ Meer informatie

Attentie Is er een waarheid achter de waarheid?

6 minuten leestijd

Wat is waarheid?

Deze vraag van Pilatus, de scepticist, is de vraag ook van onze tijd.

Voor Pilatus bestond er geen zekerheid omtrent de waarheid. Alles was aan de twijfel onderworpen. De filosofie van die dagen leefde uit het beginsel: Wij weten het niet en zullen het niet weten.

In onze tijd komt de waarheidsvraag ook naar voren in de kringen van hen, die zeggen, de waarheid in Gods Woord te hebben gevonden. Die tenopzichte van dat Woord belijden:


’t Is Gods getuigenis,
Dat eeuwig zeker is.


In hoeverre strekt deze zekerheid zich echter uit?

De één zegt: al onze waarheidskennis is maar betrekkelijk, omdat wij nu zien nog „als door een spiegel in een duistere rede” (1 Kor. 13 : 12).

De ander zegt: wat wij aan waarheidskennis bezitten, dat is slechts een zwakke weergave van bepaalde Goddelijke gedachten. Dewoorden zijn maar menselijke woorden, omkleding van menselijke gedachten, maar het gaat er alleen maar om dat wij in die woorden, in die menselijke gedachten de Goddelijke gedachten, de Goddelijke ideeen ontdekken.

Dus moeten wij zoeken naar de waarheid achter de waarheid. Een oud gezegde, maar nu met een modern kleed omhangen.

De geschiedenis van Genesis 1-3 is dan wel waar, maar het is een symbolische waarheid. In de vorm van een bepaalde symboliek wordt ons de waarheid van de zondeval voorgesteld.

Reeds lange tijd heeft de moderne theologie de opstanding van Christus als zulk een symbolische waarheid gepredikt. De opstanding zou dan verstaan moeten worden als een opstanding in de gedachten van de discipelen, maar niet als een opstanding met hetzelfde lichaam, waarmee Hij ten grave was gedaald. Diezelfde lijn wordt dan doorgetrokkentenopzichte van Jezus’ geboorte. ’t Historische feit zou hier geen waarde hebben. ’t Zou alleen gaan om de geboorte van Christus in het hart.

Dat wij hier in konflikt komen met het Schriftgezag zal een ieder duidelijk zijn, vooral als het gaat om de historische feiten, dieweldegelijk verband houden met onze zaligheid.

Om een voorbeeld te noemen: zegt onze belijdenis dan niet in art. 19: „Dewijl onze zaligheid en verrijzenis mede hangen aan de waarheid Zijns lichaams”?.

Raken wij de waarheidszekerheid kwijt, dan raken wij ook onze zaligheidszekerheid kwijt. Dan raken wij ook de grond van ons geloofs- vertrouwen kwijt. Waarin immers staat de laatste grond van het geloofsvertrouwen van heel de kerk? Alleen in wat God gezegd heeft, alleen in wat God beloofd heeft!

U kent het laatste woord van die stervende christin?

„ Heere — zo sprak zij — als ikverloren moet gaan dan is het erger voor U dan voor mij. Ga ik verloren dan ben ik mijn arme ziel kwijt, maar dan zijt Gij Uw eer, dan zijt Gij Uw Woord kwijt!”

De Heere had het haar beloofd:


’k Zal nooit herroepen ’tgeen Ik eenmaal heb gesproken,
’t Geen uit Mijn lippen ging, blijft vasten onverbroken.


Welk een kracht gaat er dan uit van dat Woord, objektief beschreven in Gods getuigenis en subjektief verklaard door Gods Geest in het hart. In dit verband spreekt onze belijdenis dan ook over het getuigenis des Heiligen Geestes in het hart.

Wij lezen in art. 5: „A1 deze boeken alleen ontvangen wij voor heilig en kanoniek, om ons geloof daarnaar te reguleren, daaroptegronden en daarmede te bevestigen. En wij gel oven zonder enige twijfel al wat daarin begrepen is, en dat niet zozeer omdat ze de kerk aanneemt, en voor zodanig houdt, maar inzonderheid omdat ons de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten, dat ze van God zijn”. Eerst dus de objektieve zekerheid en daarna de subjektieve bevestiging in het hart.

Dit wordt dan geen waarheid achter de waarheid, maar de waarheidsverklaring, dewaarheidsbeleving in het hart.

Deze waarheidsverklaring, deze waarheidsbeleving is voor de wijzen en verstandigen verborgen, maar wordt de kinderen geopenbaard! Dit woord openbaren heeft in zijn grondbetekenis de zin van: het deksel oplichten. Daar kunnen rijke schatten in een kist verborgen liggen. Zit het deksel op de kist dan zien we die schatten niet. Dan kunnen wij er over spreken met een verstandelijk kennen, maar dat kennen blijft een kennen in de beschouwing. Wij spreken dan wel over een beschouwende kennis.

Gaat het deksel van de kist dan zien wij die schatten. Dan spreken wij niet meer over de dingen maar uit de dingen. Uit het zien, uit het persoonlijk beleven van de dingen.

Dit is dan ook het geheim van de kennis, die God Zijn kinderen leert. Pilatus vroeg: wat is waarheid? Maar Jezus sprak: „Hiertoeben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik de waarheid getuigenis zou geven. Een iegelijk, die uit de waarheid is, hoort Mijn stem”. En op een andere plaats lezen wij: „En zij zullen alien van God geleerd zijn. Een iegelijk dan, die het van de Vader geleerd heeft, die komt tot Mij”. O zeker, dan blijft deze waarheidskennis ook na ontvangen genade als een zien door een spiegel in een duistere rede. Dan is deze waarheidskennis geen volledige kennis, maar’t is wel een ware kennis, omdat deze kennis in het Woord van God vervat is, en door Gods Geest is verklaard in’t hart. Zo ver gaat Johannes zelfs dat hij zegt: „Doch gij hebt de zalving van de Heilige, en gij weet alle dingen”. Hoe noodzakelijk is daarom dat onderwijs des Geestes, die zalving des Geestes, om de waarheid als waarheid te kunnen verstaan, te kunnen beleven, te kunnen aanvaarden als de laatste grond van ons geloof, maar ook om de geesten te kunnen beproeven ofze uit God zijn. De tijden zijn ernstig.

Jongeren en ouderen, ja alles, heel de kerk des Heeren dreigt overspoeld te worden met geleerde, hoog opgevoerde theorieen, waardoor de waarheidsgronden worden ondermijnd, en waarbij een ding wordt voorbijgezien, namelijk om al onze menselijke gedachten gevangen te leggen tot de gehoorzaamheid van Christus. Geen betere plaats daarom, voor jongen oud, dan een plaats aan de voeten van die grote Leermeester Christus Jezus, Die eenmaal tot een bedrijvige Martha sprak: „Martha, Martha, gij bekommert en ontrust u over vele dingen, maar een ding is nodig”.

En danvraagt Hellenbroekinzijnvraagboekje: Is de Schrift klaar of duister? ’t Antwoord is: Klaar in die dingen, die tot zaligheid nodig zijn!

Laten wij dan betrachten wat de Heere zegt: „De verborgen dingen zijn voor de Heere uw God, maar de geopenbaarde dingen zijn voor u en uw kinderen”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.