+ Meer informatie

OVERSCHOLING

3 minuten leestijd

Bij Philips in Doetinchem werd onlangs een 34-jarige arbeider ontslagen. Hij werkte daar in een drieploegendlenst. Hij liep nog in zijn proeftijd, dus Philips had alle recht om hem te ontslaan.

Het ontslag werd echter niet verleend omdat hij niet voldeed in zijn werk. Maar hij had bij zijn sollicitatie verzwegen dat hij zijn doctoraalexamen sociologie had afgelegd. Had hij dat wel vermeld, dan was hij echter voor die functie niet in aanmerking gekomen, omdat die niet in overeenstemming was met zijn opleidingsniveau.

De socioloog-arbeider ging echter van het standpunt uit dat hij liever als arbeider in de ploegendienst wilde werken, dan als werkloze socioloog zijn hand ophouden voor een uitkering. Dat is een gezond standpunt. We zouden willen dat alle werklozen wat van die mentaliteit hadden.

Dit geval uit Doetinchem — hoe uitzonderlijk ook — is echter een symptoom van een bredere ontwikkeling. Er is in ons land sprake van een overscholing. Er komen duidelijk teveel mensen met hogere opleidingen op de arbeidsmarkt. Tevéél althans vergeleken met het arbeidsaanbod.

Die mensen gaan uitwijken naar lager geklassificeerde functies. Ingenieurs solliciteren naar banen waar vroeger alleen HTS-ers op afkwamen. HTS-ers zoeken functies op MTS-niveau.

Nogmaals zij hier beklemtoond, dat het op zich een goede zaak is wanneer mensen niet te beroerd zijn om wat beneden hun opleidingsniveau aan de slag te gaan, liever dan dat ze werkloos blijven. Maar helaas heeft dat verschijnsel nogal wat schadelijke neveneffecten.

Veel mensen vinden het onplezierig om een hoger gekwalificeerde als collega naast zich te krijgen. Zij menen dat daardoor hun promotiekansen worden beperkt. De bedrijfsleiding gaat er — veelal niet ten onrechte — vanuit dat de hoger opgeleide sollicitant de betrokken post alleen maar ziet als een tijdelijke uitwijkmogelijkheid, van waar hij rustig naar iets beters kan uitkijken. En lukt dat niet, dan is de kans groot dat de man gefrustreerd raakt omdat hij werk moet blijven doen dat beneden zijn kunnen ligt.

Deze discrepantie tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt is niet zozeer veroorzaakt door een aarzelende conjunctuur (al is die ook van invloed) maar door een explosieve groei van het aantal afgestudeerden. Er komen thans per jaar driemaal zoveel academici af als tien jaar geleden. Mavo's, havo's en athenea leveren er dubbel zoveel af.

Geen wonder dat de arbeidsmarkt dat niet meer op kan vangen, ook al is er — structureel gezien — een gedurig toenemende vraag naar hoger opgeleid personeel. Gevreesd moet worden dat deze overscholing in de toekomst een steeds groter maatschappelijk probleem gaat worden.

Een probleem doordat er miljoenen besteed worden voor opleidingen waar de mensen later toch niets mee doen en een probleem omdat het tewerkgesteld worden ,,beneden hun niveau" voor veel mensen een bron van frustraties en ontevredenheid zal betekenen. Het beperken van de toeloop tot de hogere opleidingen lijkt een voor de hand liggende oplossing, maar levert grote problemen op, doordat objectieve selectiecriteria ontbreken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.