+ Meer informatie

Herv. Kerkvoogden pleiten voor planmatig monumentenbeleid

Pastoraat en beheer moet in de kerken samengaan

4 minuten leestijd

UTRECHT — Kerkvoogden weten hoe moeilijk het is om fondsen te verwerven, wanneer zij daarbij niet zouden kunnen rekenen op pastorale steun. Dat blijkt in de laatste tijd, als zij bijvoorbeeld stuiten op toenemende onwil bij de leden. Die wordt veroorzaakt door ongewilde polarisatie van de pastorale boodschappen of maatschappelijk en politiek terrein. Deze aanscherping wordt niet zelden door reacties van buiten de kerk veroorzaakt.

Wij vragen aandacht voor deze bezorgdheid, omdat kerkvoogden hand over hand worden geconfronteerd met verschijnselen van afkeer van de kerk. De pastorale zorg in onze kerk kan aan de problemen van deze aard niet voorbijgaan, wil men althans voorkomen dat er een vervreemding ontstaat tussen de leden en de kerk, ook bijvoorbeeld tussen het grondvlak in de kerk en de centrale organen.

Dit zei dr. W. J. Diepeveen, voorzitter van de Vereniging van kerkvoogdijen in de Nederlandse Hervormde Kerk, tijdens de 61ste Algemene vergadering van deze vereniging vandaag in Utrecht. Naar de mening van dr. Diepeveen zal in de komende jaren de zorg voor de plaatselijke gemeente en het pastoraat een centrale plaats in het landelijk beleid van de Hervormde Kerk moeten gaan innemen.

Samenhang
"Gemeenten zullen moeten kunnen beschikken over bekwame en gemotiveerde predikanten en andere werkers", aldus dr. Diepeveen, die er op wees dat pastorale arbeid en de arbeid van kerkvoogden nauw met elkaar samenhangen. „Men kan nu eenmaal geen levend geld van een dode gemeente halen. Maar wij vrezen dat dit verband niet altijd duidelijk wordt onderkend".

In de afgelopen jaren heeft de Vereniging van kerkvoogdijen herhaale malen haar bezorgdheid geuit over het gebrek aan gericht beleid in de Hervormde Kerk. Ook nu weer wees dr. Diepeveen als voorzitter van de Vereniging erop dat het naar zijn mening verkeerd is terug te deinzen voor het formuleren van doelstellingen en beleid op langere termijn. Gebeurt dat niet, dan ontstaat er een verbrokkeld beleid, steeds gericht op deelproblemen zonder duidelijk kijk op de onderlinge samenhang van de problematiek.

Voor het formuleren van zulke doelstellingen is het zo langzamerhand hoog tijd, want door het teruglopen van de financiële middelen zal de kerk er toe gedwongen zijn te gaan bezuinigen. „Maar dan zullen wij ons eerst moeten bezinnen op de doelstellingen van ons kerkelijk leven in de naaste toekomst. Pas dan zullen we de prioriteiten kunnen vaststellen waarop ons beheer zich zal moeten richten. Als dat niet spoedig kan gebeuren, dan dreigen we onze schaarse middelen te verspillen", aldus dr. Diepeveen.

Kerk en staat
Ook ging dr. Diepeveen in op de verhouding tussen kerk en staat. Hij sprak zich uit als voorstander van het verbreken van de financiële band tussen kerk en staat, maar tekende daarbij aan dat „de regering zich niet op een koopje van haar verplichtingen zal mogen ontdoen". Een verder contact met de rijksoverheid betreft de zorg voor de vele honderden belangrijke bouwkundige monumenten die de Hervormde Kerk in beheer heeft.

„Wij stellen de dringende vraag of nog wel verlangd mag worden dat de kerkelijke gemeenten de verantwoordelijkheid voor het onderhoud nog geheel alleen moeten dragen. Kerkegeld mag niet gebruikt worden voor de culturele zaak van het behouden van monumenten. Dat is in wezen de zorg van de overheid, die niet ten laste mag worden gebracht van de plaatselijke kerkelijke gemeenschappen, die vaak maar klein zijn", aldus dr. Diepeveen.

De Vereniging van kerkvoogdijen pleit daarom voor een planmatig monumentenbeleid. Veel kerkgebouwen worden tegenwoordig overgedragen aan stichtingen met culturele doelen. Deze stichtingen en culturele manifestaties kosten de overheid veel geld omdat de begroting vrijwel nooit sluitend te krijgen is. De Vereniging van kerkvoogdijen zou daarom graag zien dat het onderhoud van kerkgebouwen ook wordt gesubsidieerd als deze gebouwen nog in gebruik zijn door kerkelijke gemeenten.

„Voor het functioneren van deze gebouwen behoeft de overheid dan niets bij te dragen en het beheer gebeurt als vanouds door de kerkvoogden, die daarmee zo goed vertrouwd zijn", aldus dr. Diepeveen.

Vrijwilligers
Voorts wees dr. Diepeveen op het grote belang van het vrijwilligerswerk voor de kerken. Hij pleitte ervoor ook eens te bekijken of het misschien mogelijk is vrijwilligers bij het onderhoud van monumentale kerkgebouwen in te schakelen.

Over „Samen op weg" merkte dr. Diepeveen op dat de structuur van beheer en bestuur van de Gereformeerde Kerken aanzienlijk verschilt van die van de Hervormde Kerk, terwijl moet worden erkend dat bestuur en beheer van de Hervormde Kerk niet optimaal zijn geregeld.

De Vereniging van kerkvoogdijen zal zich daarom gaan herbezinnen op de beheersstructuren van de Hervormde gemeenten. „Het is daarbij naar mijn mening onvermijdelijk dat wij ter discussie zullen moeten stellen de kerkeraad een grotere verantwoordelijkheid voor het beheer te geven dan thans het geval is. Ik acht dit niet alleen om formele redenen gewenst, maar ook om meer wezenlijke gronden", aldus dr. Diepeveen.

Na dr. Diepeveen kwam aan het woord ds. H. R. Blankesteijn, verbonden aan het studiesecretariaat van de prof. Dr. van der Leeuwstichting, die onder het motto „oude kerken, wat „kan er" een inleiding hield over het gebruik van kerkgebouwen in en buiten de eredienst.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.