+ Meer informatie

DE REVISIE VAN DE STATENVERTALING

8 minuten leestijd

WAAROM?

Het zal weinig lezers van dit blad ontgaan dat er op het gebied van de bijbelvertaling in ons taalgebied nogal wat in beweging is. Naast de diverse vertalingen die we inmiddels kennen presenteert zich dit jaar met nadruk de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV). Velen hebben daar naar uitgezien; anderen hebben hun kritische reserves. Maar daarover schrijf ik hier niet.

Het gaat in dit artikel om dat andere project waarover kerkenraden zijn geïnformeerd en waarover u in kerkbladen en dagbladen hebt kunnen lezen: de Herziening van de Statenvertaling (HSV).

Intussen is de vraag van meer dan een kant gesteld: moet dat nu? Aan de ene kant zijn er mensen die het verspilde moeite vinden om nog tijd en energie te steken in de herziening van een vertaling uit 1637. In veel gemeenten (in toenemende mate ook in ons kerkverband) is de Statenvertaling wat de zondagse diensten betreft vervangen door de NBG-vertaling 1951. En ook die wordt door meerderen als verouderd ervaren. De generale synode, die in deze maanden bijeenkomt, zal zich buigen over de vraag van enkele particuliere synoden naar de bruikbaarheid van de NBV als mogelijke opvolger van de vertaling-1951.

Aan de andere kant is men in kringen van de Gereformeerde Bijbelstichting (opgericht om de zuivere Statenvertaling te handhaven) sceptisch over de HSV. Men vreest een vergaande aanpassing en daarmee gepaard gaande vervlakking van de oorspronkelijke SV. Men is van mening dat bijvoorbeeld jongeren best in staat zijn om het oude Nederlands van de SV te leren begrijpen, o.a. met behulp van een verklarende woordenlijst achterin de bijbel. Zo gezien beweegt de HSV zich op een enigszins smal spoor en kan zelfs de vraag gesteld worden: waar doen we het voor? (ik schrijf in de wij-vorm vanwege mijn persoonlijke betrokkenheid bij dit project). De stichting HSV heeft zelf een ant-woord op deze vraag gegeven in een kleine folder, die u wellicht onder ogen is gekomen. Beantwoord wordt eerst de vraag waarom we kiezen voor een herziening van de Statenvertaling. Ik citeer nu letterlijk:

— omdat de Statenvertaling ons lief is vanwege haar eerbiedig luisteren naar de oorspronkelijke tekst;

— omdat wij de verstrengeling van wetenschap en vroomheid bij de statenvertalers wezenlijk achten;

— omdat de statenvertalers werkten vanuit een gereformeerde Schriftvisie en volstrekt eensgeestes met de tekst van de Heilige Schrift waren;

— omdat de statenvertalers het Woord van God verstaanbaar en betrouwbaar wilden doorgeven aan het hele volk.

Vervolgens wordt de vraag onder ogen gezien: waarom kiezen we voor een herziening van de Statenvertaling? Het antwoord luidt:

— omdat we een antwoord willen hebben als de komende generatie ons later vraagt: Wat hebben jullie concreet voor ons gedaan inzake de verstaanbaarheid van het Woord van God?

— omdat jeugdwerkers en catecheten ervaren dat het taaleigene van een vertaling uit de zeventiende eeuw steeds verder van onze taal komt te staan;

— omdat de lange zinsconstructies het gezamenlijk bijbellezen in het gezin sterk bemoeilijken;

— omdat de betekenis van woorden door de eeuwen heen is gewijzigd;

— omdat we ernaar verlangen dat ouderen en jongeren in hun eigen spreeken leestaal de grote werken van God zullen horen.

Het mag duidelijk zijn dat de stichting streeft naar het behoud van het goede van de SV, maar tevens oog heeft voor de moeiten rond de verstaanbaarheid daarvan. Vooral bij jongeren merk je dat. En dan kunnen we niet doen alsof onze neus bloedt en zeggen: de Geest moet het doen. Er rust op ons een verantwoordelijkheid om geen onnodige barrières op te werpen voor het werk van de Geest. De verwachting is dat de NBV voor velen in de wat meer behou-dende kerkelijke kringen een stap te ver zal zijn. Juist voor hen kan de HSV een oplossing zijn, al hoopt de stichting ook op respons buiten deze kring.

DOOR WIE?

Nadat op een predikantenconferentie van de Gereformeerde Bond in 1998 de wens verwoord was om onderzoek te doen naar een mogelijke herziening van de SV besloot het hoofdbestuur van de Geref. Bond een stichting met dat doel in het leven te roepen. Vanaf 2002 toog de stichting aan het werk in een interkerkelijke samenstelling. Uit hervormd-gereformeerde kring werden vier bestuursleden benoemd, namens onze kerken twee (di. J. Van Amstel en R. Kok, daartoe na de generale synode-2001 door deputaten eenheid aangezocht), terwijl twee leden van de Gereformeerde Gemeenten op persoonlijke titel toetraden. Deze stichting wordt omringd door een aantal mensen uit het onderwijs (neerlandici), predikanten (theologen) en mensen die kennis hebben van de oude talen (classici).

OP WELKE MANIER?

Een eerste aanzet tot de herziening wordt steeds gegeven door hertalingskoppels. Zij gaan uit van de Statenvertaling (de recente Jongbloed-uitgave en de GBS-schooluitgave worden gebruikt), alsmede van de door de statenvertalers gebruikte grondtekst (voor het OT de Codex Leningradensis en voor het NT de Textus Receptus). Daarnaast worden ook steeds allerlei andere vertalingen geraadpleegd. Veranderingen en verbeteringen worden voorgesteld.

Dat concept wordt doorgestuurd naar een van de resonansgroepen (er zijn er meerdere, voor zowel het OT als het NT). Deze controleert de voorgestelde wijzigingen op basis van de afgesproken criteria. Daarbij wordt o.a. gelet op de consistentie in de herziening.

De coördinator van zo’n groep, zelf lid van het stichtingsbestuur, inventariseert overgebleven knelpunten en brengt deze in binnen het bestuur. Dat neemt er vervolgens een definitieve beslissing over.

WELKE UITGANGSPUNTEN?

De statenvertalers hadden een duidelijk geestelijk uitgangspunt bij hun vertaling. Er steekt een gereformeerde Schriftvisie en geloofsovertuiging achter. Daarom maakten ze de keuze om sterk brontaalgericht te vertalen. Tevens vertaalden zij concordant zoveel mogelijk met eenzelfde Nederlands woord vertalen als het tekstverband dat toelaat. Om begrijpelijke redenen (computerprogramma’s om te vergelijken waren er in die tijd niet!) is dat overigens niet altijd even consequent gebeurd. In de kanttekeningen geven de statenvertalers steeds aan waar en hoe er ook een andere vertaling mogelijk is. Zo streefden ze, eerbiedig luisterend, ernaar om Gods Woord betrouwbaar en verstaanbaar door te geven aan het hele volk. De stichting HSV stemt met deze uitgangspunten in. Tegelijk weten we dat de taal een ontwikkeling doormaakt en dat we, om dezelfde doelstelling als de statenvertalers te bereiken, soms een ander woord of een andere zinsconstructie moeten kiezen. Nu is in 1977 de zgn. ‘Tukker-editie’ (zo genoemd naar de voorzitter van de door het NBG benoemde commissie) van de SV op de markt gekomen, waaraan ook predikanten uit onze kerken meewerkten. Deze werd gepresenteerd als een ‘sobere revisie’. Dat was ze ook, zij het dat de opzet niet consequent was — in het ene bijbelboek ging de revisie duidelijk verder dan in het andere. In de HSV wordt o.a. gestreefd naar een consequente hedendaagse spelling en interpunctie.

Oude naamvalsvormen als ‘des’ en ‘der’ worden gewijzigd in ‘van de’ of ‘van het’. In een derde naamval kan een voorzetsel worden toegevoegd, bijvoorbeeld: ‘den hondekens’ wordt ‘aan de hondjes’ (Matt. 15 : 26). Staande uitdrukkingen als ‘vreze des HEEREN’ of ‘Zoon des mensen’ worden wel gehandhaafd. In de regel wordt ‘gij’ vervangen door ‘u’. Verouderde woorden worden door hedendaagse equivalenten vervangen. Deelwoorden die de statenvertalers vaak letterlijk vertaalden worden nu omschreven. Bijvoorbeeld: ‘gekomen zijnde’ wordt: ‘toen hij kwam’. Hier en daar wordt een verandering aangebracht wanneer er sprake is van een minder juiste vertaling. Over de omvang van deze laatste verbeteringen moet nog overlegd worden.

Bovenstaand is niet uitputtend, maar geeft wel aan in welke richting de HSV gaat.

EEN PAAR VOORBEELDEN

Een klassiek voorbeeld is Psalm 19 : 8, waar in de SV gezegd wordt dat de Wet des HEEREN de ‘slechten’ wijsheid geeft. Onder ‘slechten’ verstaan wij vandaag iets anders dan de statenvertalers. In de HSV wordt dit dan ook: ‘onverstandigen’. Wat denkt u bij een tekst als Psalm 94 : 20 (SV): ‘Zal zich de stoel der schade-lijkheden bij u vergezelschappen, die moeite verdicht bij inzetting?’ De HSV heeft: ‘Houdt de zetel van het onrecht ooit verband met U? Die brengt immers ellende door inzettingen te misbruiken’.

In 1 Tim. 1: 4 spreekt de SV over ‘stichting Gods die in het geloof is’. In de HSV wordt dat: ‘de door God gewerkte opbouw in het geloof’.

WANNEER GEREED?

Inmiddels is op 5 juni 2004 een deeluitgave gepresenteerd, waarin een twaalftal bijbelboeken in de HSV zijn gebundeld. Het is een proeve en dus nog voor verbetering vatbaar. Recensies in de pers komen los en daarmee willen we onze winst doen. De stichting zal zeker nog meerdere jaren nodig hebben om het gehele project te realiseren. Ooit werd het jaar 2007 genoemd, maar het is de vraag of dat haalbaar is — aan een herziening blijkt toch heel wat vast te zitten!

Verdere inlichtingen zijn te verkrijgen bij het secretariaat: Pr. Bernhardlaan 36, 2825 BE Berkenwoude, tel. 0182 — 36 25 88. Het is de hartelijke wens en bede van allen die bij de stichting HSV betrokken zijn, dat de Heere het werk zal doen gelukken en dat op deze wijze de Statenvertaling ook voor komende generaties bewaard en door hen gelezen zal worden.

Ds. P.D.J. Buijs (1961) is als predikant verbonden aan de gemeente van Harderwijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.