+ Meer informatie

De openbaring van de vreze des Heeren in het Kerkelijk leven

6 minuten leestijd

2

Gelijk het is in het natuurlijke, dat een kind verlangt naar de volwassenheid, zo is het ook in het geestelijke. Dit openbaart zich ook in het kerkelijk leven. Wordt het catechetisch onderwijs aanvankeüjk begeerd en gevolgd om het onderwijs als zodanig, men gaat het zien, zoals het dan ook in werkelijkheid is, als een voorbereiding tot openbare belijdenis van het geloof. Dit is voor hen een begerenswaardige zaak.

Maar nu is het een eigenschap van de vreze des Heeren, dat men dikwijls vreest voor hetgeen men verlangt. Dit zal in het vervolg nog meer blijken. Dit geldt ook om te komen tot openbare belijdenis van het geloof. Al is dit lang bij allen niet gelijk. Dit houdt verband met de stand van het geestelijke leven, waarin men verkeert. Diegenen, aan wie Christus is geopenbaard, en die Hem door het geloof hebben mogen aannemen, kunnen soms deze dag met een voornemen des harten met blijdschap tegemoet zien, al zal dit ook gepaard gaan met een heilige vrees en schuchterheid, ziende op het gewicht van de zaak. Zij weten het, God vraagt naar waarheid in het binnenste en zij wensen door genade niets anders.

Anderen daarentegen, die leven tussen hoop en vrees, al leeft de keus oprecht in hun hart, hebben dikwijls veel opzien en stellen het daarom nog wel eens uit. Overdenken zij de vragen, die beantwoord moeten worden, vrezen ze met een leugen in hun rechterhand voor God en Zijn gemeente als een meinedige te staan. Toch mogen zij, er eenmaal toe gekomen, somtijds in oprechtheid met blijdschap de vragen met ja beantwoorden en zeggen met Petrus: Heere, Gij weet alle dingen, Gij weet, dat ik U liefheb.

Die in de vreze des Heeren wandelen, hebben een bovennatuurlijk leven ontvangen, maar zijn daardoor geen onnatuurlijke mensen geworden. Zo zal ook in de regel bij hen de begeerte ontstaan naar het christelijk huwelijk. Ook hierin gaan zij niet te rade met vlees en bloed, maar in het zoeken naar een partner stellen zij zich geheel afhankelijk van de leiding des Heeren. Hoewel het de begeerte van hun hart is, geen enkele stap buiten Hem om te doen, achten zij deze zaak zo belangrijk en van zulk een groot gewicht, dat ze dit alleen maar aandurven als zij verzekerd zijn, dat dit Gods wil en in Zijn gunst is. Meestal is er de begeerte, dat het iemand mag zijn, die hetzelfde geestelijke leven deelachtig is. Uit de rechte behoefte Wordt begeerd het huwelijk kerkelijk bevestigd te zien. In alle eenvoud en soberheid. Ook daarin onderscheidt men zich van de wereld. Het gaat niet om uiterlijk vertoon, maar om de zegen des Heeren van uit het huis des Heeren. Zijn gunst wordt daarin ervaren. Meermalen krijgt men de trouwtekst als reispenning mee op de verdere levensweg.

Er zijn er geweest en ze zijn er misschien nog wel, die de kinderzegen, hoewel begeerd, hebben gevreesd. Uit oorzaak, dat elk mens, dat ter wereld komt, een kind des tooms en deswege allerhande ellende, ja aan de verdoemenis onderworpen is. Bij de overdenking hiervan en ziende op eigen verantwoordelijkheid en onbekwaamheid zien zij dit met vrees tegemoet. Naarmate men de mogelijkheid ziet om buiten zichzelf in Christus behouden te worden en ze houvast krijgen aan de belofte geschonken aan het zaad der gemeente, zal men de vrijmoedigheid verkrijgen toevlucht te nemen tot de troon der genade voor het te verwachten zaad. Vandaar dat dit een voortdurende gebedszaak is, reeds voor de geboorte.

Hoewel als natuurlijk gevolg met blijdschap als een geschenk ontvangen, blijft de zorg voor het behoud van de ziel bovendrijven. De Heilige Doop, die zij voor hun kind begeren, wordt niet nodeloos uitgesteld. Ze weten wel, dat de doop niet zalig maakt. Niet uit dogmatische beschouwing, maar uit de innerlijke begeerte van hun hart wensen zij hun kind op te dragen aan een Drieënige Verbondsgod in de weg van Zijn instellingen, pleitende op de belofte: „Ik ben Uw God en uws zaad God”. Het is voorgevallen, dat men staande bij het doopvont het te dopen zaad aan Hem mocht overgeven in het geloof, dat Hij het ook daadwerkelijk van hen overnam. Dit is geen regel.

Het gebeurt soms voor of na die tijd, soms wel voor de geboorte. Ook lang niet altijd. Ook in dezen ervaren zij, hoe-diep afhankelijk zij zijn, ook wat de werkzaamheden betreft. God werkt vanuit Zijn verkiezende liefde, maar zij gevoelen zich verantwoordelijk voor al hun kinderen. Ze hebben ze niet voor de rampzaligheid over. De souvereiniteit Gods, die zij aanvaarden en liefgekregen hebben, is geen verhindering noch werkt deze als vertraging, die hen kan afhouden hun kinderen de Heere op te dragen, pleitende op Zijn verbond en woorden. Dit is een grote genade. Dit brengt de zorg voor de opvoeding, een niet te volbrengen eis, die zij op zich genomen hebben. Wat een gebed, vermaan en volharding, dikwijls met tranen, vereist dit. Zelfveroordeling, moedeloosheid, verwachting en hoop verwisselen in deze weg om ze te houden onder de band des verbonds, opdat ze zouden wandelen in de inzettingen des Heeren.

Hoe nauwkeurig wordt gelet op hun gedrag binnens- en buitenshuis, op de zondagsschool en op de catechisatie, op de lektuur die ze lezen, en met wie ze omgaan, zelfs op hun belangstelling in de kerk.

Als kinderen, die nog liefde voor hun ouders hebben, dit op zich lieten inwerken, zouden ze zich wachten hun ouders op het hart te trappen, gezien de liefdeszorg, die vanaf hun prilste jeugd aan hen besteed is.

Voor godvrezende ouders is haast geen zwaarder kruis te bedenken dan hun kinderen de wereld in te zien gaan. Ze brengen er liever één naar het graf, die de Heere van hen overneemt, dan dat ze er één de wereld in zien gaan, die ze behouden mogen. Wat vraagt dit een omzichtigheid om hun kinderen een lichtend voorbeeld te zijn in een godzalige wandel, hun eigen driften te tomen, om steeds in liefde te vermanen, een goed gerucht te laten horen van de dienst des Heeren, eigen zielsverkwikking en ervaring de kinderen mee te delen, nooit te spreken over de gebreken en de zwakheden van de ambtsdragers en van Gods volk in het bijzijn van de kinderen. Om een hoge achting te kweken voor de ambten en ambtsdragers en liefde voor Gods volk en verbondenheid aan de gemeente des Heeren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.