+ Meer informatie

KERK EN VREEMDELING

7 minuten leestijd

Ontmoeting?

De titel zou doen vermoeden, dat de kerk en de vreemdeling elkaar zouden ontmoeten. Indien dat al niet overal het geval is, dan toch wel in die grote steden, waar een keur aan migranten inmiddels een plaats heeft gevonden.

Nu, tussen de kerk en de vreemdeling vindt nauwelijks een ontmoeting plaats. Voorzover er onder de (voormalige) rijksgenoten of buitenlanders christenen zijn, hebben zij hun eigen kerkelijke gemeente. In Rotterdam is dat de Evangelische Broedergemeente voor de christenen uit Suriname en een kleine christelijke gemeenschap van Turken. De eerste is bekend, de tweede nauwelijks te vinden. Dat laatste hangt ook samen met het schuilkerkachtige gebeuren dat de christenheid in Turkije nu eenmaal is.

De ontmoeting met vreemdelingen van andere godsdiensten is nog moeilijker. Tussen de christelijke pastores en de islamitische imams vindt op dit moment een eerste ontmoeting plaats. Dat pas nu, hoewel er meer islamieten dan hervormden in Rotterdam zijn. De oorzaak is, dat de hier verblijvende imam slechts voor één jaar in Nederland is en nauwelijks de taal kent.

Contact via de gezinnen is nagenoeg onmogelijk. In vele, met name Turkse gezinnen kent de moeder geen Nederlands. Entree maken bijvoorbeeld via een vrouwenkring of iets dergelijks is behalve door deze praktische zaak ook nog belemmerd door de cultuurgebonden traditie, dat zoiets niet màg.

Er wordt hier door de vrijgemaakte predikant J.W. Rosenbrand weliswaar gewerkt onder buitenlanders, zoals er in Delfshaven gewerkt wordt door drs. J. Beukema. Maar gezien de getalsverhoudingen kan er nauwelijks van ontmoeting sprake zijn. De Nederlander, ook de christelijke Nederlander, kent een buitenlander hooguit van school, van het werk, van een rit in de tram of van de door hem/haar vaak als verloedering ervaren verandering van de buurt waarin gewoond wordt.

Het moge wat eenzijdig gezegd zijn, maar zo ligt het wel ongeveer.

Bedreiging?

Natuurlijk is er bij de leden van de kerkelijke gemeente wel een houding en een gevoel ten opzichte van vreemdelingen. Ik zou het woord racisme in dit verband niet willen gebruiken, hoewel het er soms dicht tegenaan ligt.

Die buitenlanders werken niet, houden geen rekening met anderen en er zijn veel criminelen onder hen. Ik geef hiermee een generaliserende weergave van al even generaliserende opmerkingen. Maar ze geven wel degelijk een aanduiding van wat er ook onder ons leeft.

Het woord xenofobie duikt weer op. Het wordt wel onjuist vertaald met vreemdelingenhaat. Maar letterlijk gaat het om de angst voor vreemdelingen.

De laatste is ook de zaak, die wezenlijk aan de orde is. Immers, zo meent men: Ze bedreigen onze werkgelegenheid, onze woongelegenheid, onze cultuur, onze veiligheid en typisch kerkelijk: ze bedreigen onze godsdienst.

Taak

Wat moet de kerk zich temidden van dit alles tot taak stellen? Men zou kunnen zeggen: het evangelie verkondigen. Nu zal niemand onder ons ontkennen dat dit moet gebeuren. Het evangelie is een kracht, die verhoudingen vernieuwt en mogelijkheden schept waar ze tot op heden niet zijn.

Maar die vernieuwde verhouding ontstaat daar waar het evangelie is aanvaard. Dat wil zeggen: die vernieuwing van verhoudingen moet beginnen bij de bestaande christelijke gemeente. Als dáár het evangelie niet heeft dóórgewerkt, heeft het weinig zin het Woord aan anderen door te geven. Met de woorden van een eenvoudige evangelist uit ons midden: Ik moet de ander eerst tot mijn vriend gemaakt hebben voor ik met hem over Jezus kan spreken. En aan die vriendschap ontbreekt het ten enenmale. Er is dus voorwerk te verrichten. De eerste taak van de kerk is er dus één naar onszelf toe.

Waarheid

Om te beginnen zullen we de onder ons bestaande generaliseringen en stereotypen moeten bestrijden. Een paar zijn direct te noemen: onder de vreemdelingen zijn bijzonder veel kansarmen. Daardoor is het ook begrijpelijk, dat er verhoudingsgewijs nogal wat ten slachtoffer vallen aan werkeloosheid. Inmddels hebben we te maken met een tweede en zelfs derde generatie, die door het leven in verschillende culturen het bijzonder moeilijk hebben, waardoor het risico in een subcultuur terecht te komen bijzonder groot is. Vervolgens ter ontnuchtering een onthullend ander cijfer: van de straatprostituees in Rotterdam is 80% afkomstig uit de rechterflank van de gereformeerde gezindte. Met andere woorden: wat is er waar van wat ook onder ons beweerd wordt? Die vraag moeten we ook zeker stellen tegenover de typisch christelijke opmerking. dat onze godsdienst door zoveel Hindoes en Moslims bedreigd zou worden. De snelste uitbreiding van het evangelie vond immers plaats toen een paar honderd gelovigen in een wereld van heidendom stonden. Onze godsdienst wordt niet bedreigd door moslims, maar door christenen, die geen gelovigen zijn in de volle betekenis van Zondag 7 HC. Dat wisten we natuurlijk allang, maar het wordt nu urgent dat hardop te zeggen, opdat we niet onszelf een rad voor ogen draaien en niet anderen een vertekend beeld geven van wat geloof in Christus is.

Oorzaken

Een volgende vraag is deze: Als er al door de migratie een probleem is, van waar komt dat probleem? Tegen het eind van de vijftiger jaren, toen er Italiaanse straatvegers naar Amsterdam kwamen omdat Hollanders de straat niet meer wilden vegen, verscheen er een artikel in de krant, waarin alle problemen die we nu tegenkomen, toen al gesignaleerd werden. Moraal van het verhaal was toen: wie zich niet nú met deze problemen bezig houdt en toch immigratie op deze wijze toestaat, is onverantwoord bezig en zadelt een toekomstige generatyie op met nu onoverzienbare problemen. Een helaas profetisch woord, dat we echter niet wilden horen. Maar het feit dat vreemdelingen zich in vele gevallen vreemd blijven voelen hier, en dat wij het ook maar vreemd vinden, heeft wel dáármee te maken.

Tenuis

Wij zullen de mensen, die we hier binnengehaald hebben, of omdat we hen uit economisch oogpunt hadden, of vanwege een falende koloniale politiek (Suriname), of omdat we er naar eer en geweten toe verplicht zijn (asielzoekers), ook een reëel besef van veiligheid moeten geven. Dat moeten wij als burgers van dit land. Maar we zijn dat vooral als christenen verplicht. Dat wat de Here God aan Israël laat weten t.a.v. de vreemdeling en het vreemdelingschap geeft ons duidelijkheid. Ook wat het Nieuwe Testament ons verhaalt over de alomvattendheid van de genade zou verhelderend moeten zijn. Anders gezegd: wie de hier voorradige koek niet wil delen met anderen kan niet oprecht dankdag houden.

Duidelijkheid

Het voorgaande is een boodschap naar eigen gemeente toe. Daar ligt een taak voor de prediking en het pastoraat. Maar het is evenzeer van belang, dat de vreemdeling in onze poort ervan op de hoogte is. Het moet óók voor hen volslagen duidelijk zijn, dat voor christenen zaken als neo-nazisme, Vlaams Blok en Centrum Democratie volslagen contrabande zijn; zowel vanwege de rassenwaan die erachter ligt als vanwege de bedreiging voor de vreemdeling die er het gevolg van is. De vreemdeling moet zich door ons beschermd weten. Daarommoeten we ook in de publiciteit. In welke vorm dan ook maar.

Rechtsstaat

Hierbij hoort tegelijk. dat er serieus moet worden omgegaan met het wederzijds van rechten en plichten. De wat schampere opmerking, dat je bij bepaalde loketten slechts serieus wordt behandeld als je èn werkeloos èn vreemdeling bent, moet zelfs geen schijn van grand hebben.

Het moet ook spoedig duidelijk zijn wie hier legaal of illegaal is. Terecht wordt op versnelling van de rechtsprocedures bij het asielbeleid aangedrongen. Maar ook: het moet niet mogelijk zijn, dat door werkgevers hier en daar soms gebruik wordt gemaakt van illegalen, aan wie alle sociale rechten onthouden worden, maar die wel mogen helpen geld in de kassa te brengen.

Tenslotte

Alleen op deze wijze wordt een klimaat geschapen, waarin de boodschap van het evangelie een kans maakt. In dit verband herinner ik mij het getuigenis van een moslim, die christen werd. Het was voor hem niet in de eerste plaats de boodschap van het evangelie, dat de doorslag gaf. Die had hij eerder gehoord. Maar het was de beleving ervan in de gemeente, waarmee hij in aanraking kwam. Daar had de liefde van Christus ook naar hem toe gestalte gekregen in de mensen, die hij ontmoette. Hun wijze van leven was voor hem het bewijs van het geloof dat ze beleden. Maar zei de Here het zelf niet in Zijn Woord over zout der aarde en licht der wereld? Laat zo uw licht schijnen door de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is verheerlijken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.