+ Meer informatie

MILD EN OVERVLOEDIG

8 minuten leestijd

Nieuwtestamentische aspecten van het heilig avondmaal die in de belijdenis (met name in de Heidelbergse Catechismus) onderbelicht bleuen

VEEL AANDACHT

Een oppervlakkig onderzoek van de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Heidelbergse Catechismus maakt duidelijk, dat het sacrament van het heilig avondmaal bepaald niet weinig aandacht heeft gekregen in de kerk van de Reformatie in ons land. Vergeleken met de aandacht voor het heilsfeit van de opstanding van Christus — om maar iets te noemen — kunnen we de aandacht voor het avondmaal zelfs bijzonder groot noemen. Artikel 35 NGB, dat handelt over het avondmaal, is het langste van de 37 artikelen. En de Catechismus besteedt maar liefst 3 zondagen (28 — 30) en 8 lange antwoorden aan dit sacrament.

Historisch gezien is deze overvloedige aandacht goed te verklaren. Tegenover de “paapse mis” (vraag 80 HC) belijdt de kerk van de Reformatie de schriftuurlijke betekenis van het heilig avondmaal zoals Christus dat bedoeld heeft. En in de strijd met Luther over de tegenwoordigheid van Christus in het Avondmaal was het nodig ook op dit punt nauwkeurig samen te vatten wat de Schrift ons leert.

GERICHTE AANDACHT

Diezelfde historische achtergrond is er oorzaak van, dat onze belijdenis vooral aandacht heeft voor bepaalde aspecten van het avondmaal.

Het avondmaal richt het geloof op de enige offerande van Christus als de enige en vaste grond van de verzoening van de zondaar met God. Het avondmaal is geestelijk voedsel, bedoeld tot versterking van het door de Geest gewerkte geloof, zodat de gelovige verder kan op de geloofsweg door de woestijn van het leven.

Daarbij is er tegenover Rome en Luther ruim aandacht voor de wijze waarop het avondmaal doet delen in de gemeenschap met Christus. Wat betekent het dat de gasten het lichaam van de Here eten en Zijn bloed drinken? Ook wordt er antwoord gegeven op de vraag, wie er aan de tafel genodigd worden. De Catechismus wijst, getrouw aan zijn inzet, op de noodzaak van geestelijke kennis van de drie stukken: ellende, verlossing en dankbaarheid. De NGB spreekt over de noodzaak van de wedergeboorte.

Op een bijbelse, gelovige manier wordt belijdenis gedaan van het tweede sacrament als genademiddel in de hand van de Heilige Geest tot versterking van het geloof.

ANDERE ASPECTEN

De vraag waarop we in dit artikel een antwoord zoeken, is of met het bovenstaande alles gezegd is wat er vanuit de Heilige Schrift en vooral het Nieuwe Testament te zeggen valt over het avondmaal des Heren. Bestudering van de Schriften moet ons tot de conclusie brengen, dat HC en NGB voluit bijbels spreken over dit sacrament. Misschien kunnen we ook wel zeggen dat de aspecten die in de belijdenis aan de orde komen, de belangrijkste aspecten zijn, zeker in de tijd van het ontstaan van de NGB en de HC. Maar er is vanuit de Schriften meer te zeggen. De Here, die mild en overvloedig geeft, onthaalt zijn gasten aan de tafel op een keur van Goddelijke en geestelijke spijzen. Graag wijs ik u op een aantal aspecten, die in de belijdenis niet of nauwelijks aan de orde komen

TAFEL VAN HET VERBOND

Bij de instelling van het avondmaal ( Mat.26: 28 en parallelle gedeelten; 1 Cor.ll: 25) spreekt Jezus bij het geven van de beker over het Nieuwe Testament in zijn bloed, het nieuwe verbond dat door de dood en bloedstorting van Christus bekrachtigd wordt. Het avondmaal is dus evenals de doop een teken en zegel van het verbond. Het verzegelt de gelovige gebruiker, dat hij mag delen in de genade en de verzoening die de Here in zijn verbond heeft toegezegd. Het bloed van de Here Jezus heeft er immers voor gevloeid. De tekenen dienen net als bij de doop tot verzekering en verzegeling: “Zo zeker als…”! Dit aspect bedoelt bijzonder versterkend te zijn voor het wankelende en zwakke geloof.

CHRISTUS ALS GASTHEER

Jaren geleden maakte wijlen ds. P. Op den Velde mij als jong predikant attent op het aspect van de plaats van de gastheer aan een oosterse maaltijd. Ik weet nog dat het mij deed denken aan de jongensboeken van Karl May, die ik bijna allemaal verslonden had. In een aantal van die boeken werd beschreven hoe Karl May door de Arabische wereld reisde en hoe belangrijk het daar was, dat een sjeik je als gast ontving. Dat betekende dat hij je niet alleen als vriend behandelde maar je ook zou beschermen tegen elke vijand. Zijn gastheerschap vroeg van hem dat hij zijn leven stelde voor zijn gast. Temidden van allerlei beelden uit het oosterse leven in de Bijbel is ook het avondmaal zo’n beeld. Jezus is daar de hemelse Gastheer, bij wie zijn gasten veilig zijn. Te denken valt aan het woord uit 1 Cor. 5: “Ons pascha is geslacht, namelijk Christus” Zoals Israël in Egypte veilig was achter het bloed van het lam, toen de verderfengel rondging en de eerstgeborenen doodde, zo is de avondmaalganger veilig achter het bloed van Christus, die verlost van het verderf. Hier kan ook gewezen worden op een woord uit het OT. Psalm 23: 5: “Gij richt de tafel toe voor mijn aangezicht tegenover mijn tegenpartijders”. Christus beschermt tegenover de doodsvijanden: duivel, wereld en eigen vlees. Hij verzekert mij daarvan door mij aan Zijn tafel te ontvangen.

Verder mogen we hier denken aan het beeld van de Herder, Joh.. 10, die niet alleen zorgt dat de schapen weide vinden en overvloed, maar die ook Zijn leven stelt voor de schapen.

Dit aspect is bijzonder bemoedigend voor de avondmaalganger die in het strijdperk van dit leven er weet van heeft dat de doodsvijanden niet ophouden ons aan te vechten en dat wij van onszelf niet een ogenblik kunnen bestaan (HC, antw. 127).

GEMEENSCHAP MET ELKAAR

Bij dit aspect zal menige lezer denken: maar dit komt toch wel aan de orde! En inderdaad, in het avondmaalsformulier vindt u deze zijde van het avondmaal belicht met die prachtige beelden, die al heel oud zijn: de vele graankorrels die tot een meel en een brood worden en de vele druiven die samengeperst worden tot een wijn en drank. En dan zegt het formulier: Alzo zullen wij allen, die door het waarachtig geloof Christus ingelijfd zijn, door broederlijke liefde.…allen tezamen één lichaam zijn en zulks niet alleen met woorden, maar ook met daden jegens elkander bewijzen’. Ook dat is een aspect van het avondmaal, zoals blijkt uit 1 Cor. 11. Daarom is het zo erg, dat de gemeenteleden niet op elkaar wachtten bij het gebruiken van het voedsel aan de liefdemaaltijd die aan het avondmaal vooraf ging. Ze zaten aan de tafel zonder oog voor elkaar. Daarmee riepen ze om Gods oordelen. Wat wij in 1 Cor. 11 lezen, is slechts te verstaan vanuit het aspect van de tafelgemeenschap met elkaar. Het is hier ook duidelijk hoe nauw het op dit punt luistert.

Dit aspect, dat door de HC niet wordt genoemd, komt in de NGB wel aan de orde, maar slechts terloops. In de NGB wordt gesproken over het gebruik van het avondmaal dat ons beweegt tot vurige liefde tot God en elkaar.

VOORSMAAK VAN HET BRUILOFTSMAAL VAN HET LAM

Het avondmaal is niet alleen door de Here gegeven als een maaltijd ter gedachtenis van zijn verlossende daden in het verleden, zoals daar op een ontroerende manier over gesproken wordt — ik zou bijna zeggen: van gezongen wordt — in het middelste gedeelte van het klassieke avondmaalsformulier. Het is ook bedoeld als een maaltijd waaraan de verwachting mag tintelen van zijn verlossende daden in de toekomst. Die verwachting is er bij de Here zelf, wanneer Hij in de nacht waarin Hij verraden wordt, spreekt van de wijn die Hij straks nieuw zal drinken in het Koninkrijk van God. We horen die verwachting doorklinken in het woordje “totdat”. Dwars door de nacht van lijden en dood ziet Hij de nieuwe dag aanlichten. Eigenlijk is het merkwaardig dat HC en NGB aan dat aspect van het avondmaal niet of nauwelijks aandacht geven, terwijl de instellingswoorden dat wél doen en terwijl de opstellers van de HC de troost van de wederkomst zo indrukwekkend belijden (HC z.19 en 22), en De Brés de NGB afsluit met die heerlijke geloofsbelijdenis van de verdrukte en vervolgde kerk: ‘Daarom verwachten wij die grote dag met een groot verlangen om ten volle te genieten de beloften Gods in Christus Jezus, onze Here’. Een tekst als Op. 19: 9 geeft voldoende stof om dit aspect van het avondmaal te belichten.

Voor de kerk van onze dagen, die geroepen wordt om te leven in het licht van de eeuwigheid en die tegelijk vaak zo op het ‘diesseitige’ gericht is, is het niet overbodig ook bij dit aspect bepaald te worden. Het avondmaal is een voorsmaak, een voorproefje. Opdat wij het geheim van de verwachting zullen leren. ‘Maranatha’, baden de gelovigen van de vroege kerk: ‘Onze Here, kom!’ En een dichteres uit de vorige eeuw ( Jacq. Van der Waals) voegde er aan toe: Als gouden de portalen zijn, hoe zullen dan de zalen zijn waar ik straks zal binnen gaan.

Wie naar Gods bedoeling avondmaal viert, is nergens dichter bij het kruis, maar ook nergens dichter bij de hemel dan aan de tafel waar het brood voor onze ogen gebroken wordt en wij de wijn met onze mond mogen drinken.

Ds. J. Westerink (1939) is predikant van de gemeente van Urk-Maranatha

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.