+ Meer informatie

Kerkregering

6 minuten leestijd

Tafelwacht bij het Avondmaal

Reeds geruime tijd ligt een vraag over de zgn. tafelwacht bij het Avondmaal op beantwoording te wachten. Thans is zij aan de beurt. De vrager informeert naar de oorsprong van deze instelling, naar haar bedoeling en inzonderheid naar de bevoegdheden van de ouderlingen aan wie de tafelwacht is opgedragen. Hier worden belangrijke zaken aan de orde gesteld, en daarom willen we in een paar artikelen trachten een en ander duidelijk te maken. Maar we zullen ons daarbij wel zeer moeten beperken, omdat de genoemde en nog andere vragen eigenlijk staan binnen het raam van de kerkelijke tucht, en het ons nu onmogelijk is dit grote en wijde verband te behandelen. Onze vragensteller begeert dat ook niet, zoals uit zijn schrijven duidelijk blijkt. Wij beperken ons tot het volgende.

De tafelwacht, zoals die bij ons en in vele andere kerken gevonden wordt, staat ten nauwste in verband met de roeping der kerk om de heiligheden des Heren heilig te houden, in dit verband dus om de tafel des Heren heilig te houden. Deze roeping vinden we duidelijk in de Heilige Schrift. Wij herinneren bijv. aan wat de apostel Paulus schrijft: Maar nu heb ik u geschreven dat gij u niet zult vermengen, namelijk indien iemand, een broeder genaamd zijnde, een hoereerder is, of een gierigaard, of een afgodendienaar, of een lasteraar, of een dronkaard, of een rover; dat gij met zodanig enen ook niet zult eten, of, zoals sommigen vertalen, aan één tafel zitten, 1 Cor. 5:11; en om niet meer te noemen, aan wat dezelfde apostel schrijft: Zo dan, wie onwaardig dit brood eet, of de drinkbeker des Heren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heren. Maar de mens beproeve zichzelf en ete alzo van het brood en drinke van de drinkbeker, 1 Cor. 11 : 27, 28. Hoe en op welke wijze men in de apostolische kerk en in de eerste tijden na de tijd der apostelen deze voorschriften omtrent het heilig houden van de dis des Heren toepaste, weten wij niet. Wel weten wij dat later het Avondmaal op allerlei wijze ontheiligd werd. De Reformatie van de 16e eeuw bracht weer herstel. Zij leerde weer, op grond van de Schrift, dat leden der gemeente, die een boos en zondig leven leiden, niet tot de tafel des Heren mogen worden toegelaten. Hier moet vooral met ere de naam van Calvijn worden genoemd. Het is geheel in zijn lijn, en wat meer, ja, wat alles zegt, in de lijn der Schrift, dat er controle is bij de bediening van het Avondmaal, opdat zij, die door middel van de censuur van het Avondmaal zijn afgehouden, of zij die anderszins niet gerechtigd zijn het Avondmaal te gebruiken, toch niet de tekenen en zegelen van dit sacrament ontvangen.

Deze controle of liever de vorm van controle, of wil men, de wijze waarop de controle wordt uitgeoefend, kan uiteraard verschillend zijn, en staat ten nauwste in verband met de wijze van Avondmaalsbe-diening. Dit vereist enige toelichting. In de kerk van Calvijn en in de Franse kerken kende men niet het aanzitten aan één tafel, waarbij de schotel met brood en de beker met wijn aan de aanzittende gasten werden doorgegeven, maar men had daar de zgn. wandelende communie. Dat wil zeggen, zij die aan het Avondmaal deelnamen kwamen van hun zitplaats in de kerk en begaven zich naar een kleine avondmaalstafel om daar uit de hand van de dienaar brood en wijn te ontvangen, waarna men weer naar z’n zitplaats in de kerk terugging. Op deze manier kon de dienaar toezicht houden en de tekenen van het Avondmaal bijv. aan een gecensureerde, die geen Avondmaal mocht vieren, maar toch zo brutaal was om zich naar de avondmaalstafel te begeven, onthouden. In de Franse kerken volgde men dit voorbeeld van Genève: de synoden van de Franse kerken hebben meermalen uitgesproken dat men de tekenen van brood en wijn uit de hand van de dienaar moest ontvangen. Ook in ons land schijnt deze wijze van Avondmaalsviering oorspronkelijk de enige te zijn geweest, maar langzamerhand kwam het zitten aan één tafel in gebruik. Wij kunnen dit opmaken uit wat de synode van Dordrecht, 1574, zegt. In artikel 76 van de acta lezen we: Wij achten dat het staan in het houden des Nachtmaals des Heren het gevoegelijkste is, maar overmits ’t exempel van zitten, in deze kerken ingevoerd is, zo kan 't als nog zonder ergernis niet nagelaten worden: men zal nochtans middelerwijl den volke leren, dat het middelmatig is, en na gelegener tijd, al staande gevoegelijker gehouden kan worden. Dit staande Avondmaalvieren is zonder twijfel niet een gezamenlijk staan aan de avondmaalstafel geweest. En in de acta van de nationale synode van Dordrecht van 1578 lezen we in cap. IV, art. 17: Overmits wij middelmatig achten bij de bediening van het Avondmaal te staan of te zitten — het knielen zonderen wij uit om der wille van de superstitie en het gevaar van het brood te aanbidden —, zo zullen de gemeenten die wijze gebruiken, die een iegelijk de allergeschikste zal dunken.

De gewoonte van de zittende communie heeft het gewonnen. Men heeft wel gedacht dat hierbij de invloed van het voorbeeld der Zwitserse kerk een rol speelde. In Zürich was namelijk door Zwingli de zittende avondmaalsviering ingevoerd. Men bleef daarbij op z’n gewone plaats in de kerk zitten. Door de aanwezigen werden dan schotel en beker van de een naar de ander doorgegeven. Maar bij ons werd het gewoonte dat de avondmaalgangers hun gewone zitplaats in de kerk verlieten en aan één tafel plaats namen. Op verschillende plaatsen in het Noorden evenwel is de pas genoemde Zwitserse gewoonte nog in gebruik, zij het meestal met enige variatie. Pogingen op de synoden van 1899 en van 1905 ondernomen om hierin verandering te brengen en alle gemeenten te noodzaken de avondmaalgangers aan één tafel te doen plaatsnemen, leden schipbreuk. De synoden wilden niet verder gaan dan de wenselijkheid hiervan uit te spreken. En terecht; waar de Schrift geen gebiedend voorschrift geeft, zijn de kerken hierin uiteraard vrij.

Of deze zittende communie in ons land, hetzij aan één tafel hetzij naar de Zürichse gewoonte, inderdaad aan de invloed van de Zwitserse kerken is te danken, is m.i. niet met zekerheid te zeggen. Wel spreekt uit de invoering van de zittende avondmaalsviering het verlangen om zich zo nauw mogelijk bij de oorspronkelijke instelling van het Avondmaal door Christus aan te sluiten. Maar hierover willen wij nu niet verder handelen. Wij willen ons thans houden aan de kwestie van het toezicht houden bij de bediening van dit sacrament. Door de invoering van de zittende commune werd de controle moeilijker. Maar daarover dan D.V. een volgende keer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.