+ Meer informatie

Geroepen naar Gods voornemen

6 minuten leestijd

1.

We zijn de laatste tijd door lezers uit verschillende plaatsen benaderd met het verzoek om enkele artikelen te schrijven over de roeping. En dan met name over de krachtdadige roeping tot zaligheid. Vandaar dat u boven deze artikelen leest als opschrift: geroepen naar Gods voornemen.

Bij bedoelde lezers leven vragen naar aanleiding van het onderwijs en de prediking, die zij beluisteren. Graag geef ik daarom hun eerst het woord. Zij begrijpen het niet meer. Vroeger hoorden zij altijd spreken van een tweeërlei roeping. Een ‘litwendige en een inwendige roeping. Daarin werden zij onderwezen op de catechisatie. Telkens kwam dit naar voren in de prediking. Benadrukt werden én de weimenende roeping Gods tot zondaren door het Woord én de noodzakelijkheid van het onwederstandelijke werk van de Heilige Geest, waardoor de roeping inwendig wordt in het hart en kracht doet in het leven.

Nu lijkt het wel - nog steeds het woord aan de vraagstellers! — of dit alles niet meer zo geldt. Het ene komt in de prediking wél naar voren: de weimenende roeping door het Evangelie; maar het andere wordt verzwegen, n.l. de noodzaak, dat deze roeping inwendig wordt. Zelfs wordt dit niet alleen verzwegen, maar openlijk gezegd: er is geen tweeërlei roeping. Het zou geheel verkeerd zijn om daarvan te spreken. Zo zou de welmenendheid van Gods roepstemmen in en door het Evangelie ondergraven worden. Ook de verantwoordelijkheid van de geroepenen zou weggenomen worden. De mens zou zich door een beroep op de noodzaak van het werk van de Heilige Geest handhaven in „vrome” eigengerechtigheid tegenover het Evangelie der genade. Natuurlijk wordt niet ontkend: alléén door de genade en het werk van Gods Geest komt de zondaar tot het geloof. Maar het mag niet tevoren gesteld worden in de prediking: de noodzaak, dat de uitwendige roeping inwendig wordt.

In bovenstaande woorden dacht ik zo goed mogelijk de vragen naar inhoud en bedoeling samengevat te hebben. Met opzet heb ik weggelaten bepaalde uitdrukkingen van deze of gene predikant, die wel eens gehoord of verteld wordt. Het behoort niet tot mijn taak om daar op in te gaan. De luisteraar zelf zal dit, indien nodig, moeten doen. Dan moeten we met een enkele uitdrukking in een preek voorzichtig zijn. Ieder woord moet bezien worden naar het verband, waarin het gezegd wordt. Achteraf kan het zijn, dat het heel anders bedoeld was enz. Het gaat altijd om de zaak. Dit te benadrukken is nodig vooral in onze tijd. Er wordt al genoeg van allerlei zijde op onwaardige wijze gestreden.

Ook om een andere reden is het goed om op de zaak te letten. Dan blijven we niet staan bij enkele incidentele vragen, maar krijgen kontakt met een bredere kring, die mét de vraagstellers bezorgd is over een gemis in de prediking. Wie roeping zegt, zegt prediking. De roeping Gods wordt in de prediking uitgedragen. Er zijn binnen allerlei kerken mensen, die verontrust zijn over wat zij in de prediking horen en…. niet horen. Het gaat hun uiteindelijk niet alleen om een dogmatische onderscheiding tussen uitwendig en inwendig roepen, maar om wat er achter ligt. Misschien kunnen ze van de theologische vragen rond de roeping Gods weinig vertellen. Maar zij weten wel, dat in de prediking het werk van een drieënig God, vooral van de Heilige Geest, tekort wordt gedaan, als de roeping Gods door het Evangelie voorgesteld wordt zonder dat de genade en kracht van boven wordt verkondigd, waardoor alleen het Woord krachtig is ten leven.

Het woord „verontrusting” wordt door velen met het grootste gemak gebruikt. Het is ons niet onbekend. Er is een verontrusting om de verontrusting. Overal wordt die gevonden. Een strijd voor de waarheid, die niet vanwege de waarheid gestreden wordt. We kunnen er alleen maar bang voor zijn. Evenwel zo zijn er die het te doen is om de eer van God ook in het wondere geheim, dat Zijn Woord doorklinkt tot in het hart van een zondaar.

De aanleiding tot deze artikelen zult u dus begrijpen. Ten aanzien van de roeping Gods tot zaligheid worden onder ons klanken gehoord, die vreemd zijn. Denk niet dat het hier over een onbelangrijke zaak gaat. Door de eeuwen heen is dit wél belangrijk gevonden op het erf van Gods kerk. Meer dan een eeuw geleden, in 1857, heeft een synode van de kerken der Afscheiding ook over de roeping Gods gesproken in verband met de twisten en geschillen, die er binnen de afgescheiden kerken waren. Ook aan de Theologische School was deze verdeeldheid doorgedrongen. De synode sprak uit, dat de professoren hun studenten moesten onderwijzen — we nemen hier alleen de uitspraak over de roeping—; „Dat tot recht verstand van geloof en bekering niet alleen moet verkondigd worden, dat de mens, die onder de prediking van het Evangelie leeft, uitwendig geroepen wordt, maar tevens, dat zij, die van de Vader uitverkoren, en met het bloed des Zoons gekocht zijn, door de Heilige Geest inwendig en krachtdadig geroepen worden, terwijl aan deze inwendige roeping onfeilbaar de zaligheid verbonden is”.

Ruim honderd jaar later is het wel dringend nodig, dat deze uitspraak overwogen en betracht wordt. Aan beide zijden werd hier naar de belijdenis op grond van Gods Woord recht gedaan. Het was ook goed dat het onderwijs aan de Theologische School leiding ontving door deze uitspraak van de kerken in de meest brede vergadering. Het ging erom hoe de prediking zou zijn die vanaf de kansels zou klinken. Niet zo dat er geen Evangelie gebracht zou worden en in plaats daarvan een kil en koud verkiezingssysteem. Ook niet zo dat het krachtdadige werk van de Heilige Geest verzwegen zou worden. Neen, beide zijden zouden verkondigd worden tot eer van God.

Wij kunnen alleen maar wensen, dat deze dingen - bij alle -vragen van vandaag — door blijven klinken in het onderwijs ook aan onze Theologische Hogeschool. Er is reeds jaren een vervreemdingsproces, dat zijn achtergrond vindt ook in wat ons nu bezighoudt. Waakzaamheid is nodig om daarin de leer, die naar Gods Woord is, te behouden. Genade om zelf de kracht van de roeping Gods te kennen. Dan wordt niet de mens maar God geëerd en zullen we er ook naar uitgaan dat in de prediking niet de mens maar God in het middelpunt staat. Volgende keer hopen we nader op de tweeërlei roeping Gods in te gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.