+ Meer informatie

M. Dankers: „Wat ik in Hardinxveld bij ds. Van der Poel hoorde, las ik bij Spurgeon"

Een oud-gereformeerde blik op Charles H. Spurgeon

12 minuten leestijd

Op 31 januari 1892 overleed de Engelse baptist Charles Haddon Spurgeon. Door zijn prediking en geschriften wist hij miljoenen over de hele wereldbol te bereiken. Al tijdens zijn leven stond hij bekend als de prins der predikers. Hoon bleef hem evenmin bespaard. Hij werd beschuldigd van populisme, arminianisme en hypercalvinisme. Zijn uittreding uit de verwaterde Baptist Union leverde hem in eigen kerkverband scherpe verwijten op. In Nederland werden en worden zijn geschriften in bevindelijke kring vaak met enige scepsis bejegend. Toch zijn er ook daar die hem eren. Zoals M. Dankers, ouderling in Den Helder en voorlichtingssecretaris van de SGP. Een oud-gereformeerde blik op Spurgeon, honderd jaar na zijn dood.

Het was niet alledaags dat een jongen uit een oud-gereformeerd nest bij de marine ging. Toch maakten de ouders van Marinus Dankers uit Hardinxveld geen bezwaar. „M'n moeder zei: Och m'n jongen, als je de Heere maar zoekt kun je ook wel zeeman zijn. En vlak na de bevrijding was er natuurlijk nog zoiets als koningin en vaderland he. Het was zeker niet zo dat ik bij de marine ging omdat het ouderlijk milieu me te bekrompen was. Ik ben er biddend naartoe gegaan."

In de functie van administratief schrijver trok Dankers geregeld het zeegat uit, onder meer naar Engeland en Schotland. „Daar ging ik het liefst naartoe. Voor m'n marinetijd was ik al geïnteresseerd in de kerkgeschiedenis van Engeland. Toen ik er als marineman kwam, kon ik zelf nagaan hoe de kerkelijke situatie was. Op zaterdagmiddag kocht ik een krant en keek de predikbeurten na. Er stond allicht een kerk tussen waarvan je dacht: dat kon wel eens wat zijn.

In Belfast had je bij voorbeeld de evangelical presbyterians. Ik heb daar Paisley nog horen preken, maar dat viel niet zo mee. Na een paar reizen wist je wel zo ongeveer waar je het best terecht kon. Uit de kerk werd je meestal uitgenodigd bij mensen die weer wisten te vertellen waar je in een volgende haven het best kon wezen."

Verdogmatiseerd
Hoewel hij de gereformeerde theologen van eigen bodem niet te kort wil doen, heeft de voorlichtingssecretaris van de SGP zich altijd meer verbonden gevoeld met de calvinistische predikers van over het Kanaal.

„Ga ik ze vergelijken, dan val ik toch naar die Engelsen. In de preken van onze oudvaders merk je bij al het goede dat het mensen zijn van de gevestigde kerk. Van de staatskerk. Mannen als Smijtegelt, Brakel, Van der Groe en Hellenbroek behoorden uiteindelijk tot het establishment. Dat wil niet zeggen dat het geen godvruchtige mensen waren, maar je proeft bij hen minder dat de kerk op deze wereld als een verstrooide kudde is, in vreemdelingschap. De Engelsen hebben altijd dichter bij het volk gestaan. Dat was in het verleden zo, en als ik me niet vergis nu nog.

Een tweede is dat wij door ons rationalisme veel bijbelse waarheden hebben verdogmatiseerd, meer dan in de angelsaksische wereld. Mensen als MacCheyne, Ryle en Spurgeon hebben bij voorbeeld nooi: moeite gedaan om de verkiezing en het aanbod van ger ade met elkaar in overeenstemming te krijgen. Ze zeiden gewoon: het is een mysterie waarin wij God aanbidden. Wij Hollanders willen het wel erg graag verstandelijk begrijpen. We kennen te weinig het terugtreden en de aanbidding."

Martyn Lloyd Jones
Een prediker die onuitwisbare indruk maakte op Dankers was de bekende calvinist dr. Martyn Lloyd Jones. „Drie keer heb ik hem meegemaakt op de Westminster Conference. M'n broers en ik hebben nog met 'm staan praten. Het charisma dat die man had is onbeschrijflijk. De conferentie duurde twee dagen.

Elke dag werden drie lezingen gehouden. Aan het eind van de tweede dag was Lloyd Jones aan de beurt. Voor je gevoel begon het dan pas echt. Al die lui lazen hun referaat voor, maar Lloyd Jones deed het uit z'n hoofd. Weergaloos, zowel inhoudelijk als qua stijl." In veel opzichten deed deze internationaal bekende predikant van de Westminster Chapel hem denken aan Spurgeon. Met hem had hij als kind al kennis gemaakt.

Als een kleinood bewaart de oud-gereformeerde ouderling de levensbeschrijving van Spurgeon in twee delen, die hij van vader Dankers erfde. „In 1922 heeft hij die gekocht of gekregen. Vader zei altijd: In z'n preken is-ie wel wat ruim, maar z'n bekering kun je goed lezen. Het was bij ons thuis armoe troef. Geld voor speelgoed was er niet.

Als moeder naar de kerk was en vader op moest passen, ging hij met ons de plaatjes uit die boeken bekijken. „Moet je kijken", zei hij dan, „daar woonde die ouwe dominee, in dat huis met die kippies. En dit is dominee Spurgeon, zie je wel jonchie. Daar heeft-ie gepreekt. En dit is de achterkant van 't kerkie." Zo werden wij zoet gehouden als moeder naar de kerk was."

Kanttekening
In zijn periode bij de onderzeedienst nam Marinus beide boeken mee en las ze met stijgende verbazing uit. „Wat ik in Hardinxveld bij ds. Van der Poel hoorde, las ik bij Spurgeon. Dat was een ontdekking. Ik las ook over andere vurige predikers. Whitefield en Wesley bij voorbeeld. Daar wilde ik ook eens wat meer van weten en zo raak je langzamerhand steeds meer thuis in de Engelse kerkgeschiedenis."

Uw vader las aan het begin van de eeuw Spurgeon. Was dat gebruikelijk in Ledeboeriaanse kring?
„Of het gebruikelijk was weet ik niet. Wel valt me op dat voor in beide boeken de naam Candel staat. Dat was een bekende godvrezende diaken in de Gereformeerde gemeente van Giessendam. Heeft vader die boeken van hem gehad? Het geeft in ieder geval aan dat de boeken van Spurgeon aan het begin van de eeuw in bevindelijke kring circuleerden. Men las ze toen vrij onbevangen.

Dat is veranderderd nadat ds. Kersten een kanttekening maakte bij Spurgeon, zoals hij dat ook bij Kohlbrugge deed. Het gezag van Kersten was zo groot, dat hij maar één keer hoefde te zeggen dat je toch voorzichtig moest zijn met een bepaalde persoon, en het was gebeurd. Zo ging Kohlbrugge aan de kant en zo ging ook Spurgeon aan de kant. De enige die niet aan de kant ging was Philpot. Daar kon zelfs Kersten niet onderuit."

Philpot
De verschillen tussen Philpot en Spurgeon zijn voor Dankers betrekkelijk. „Je ziet grote overeenkomsten in hun stijl, hun preekopbouw, de wijze van exegese, het taalgebruik. Die Engelsen zijn zo gewoon en laconiek. Dat had Lloyd Jones ook.

Bij ons heb je vaak -sorry dat ik het zeggen moet- die geheimtaal, het jargon. Je moet wel zo verschrikkelijk ingevoerd zijn om de preek te kunnen begrijpen. Iemand die niet helemaal is opgegroeid in je eigen kring maakt er niets van. Dan moet je de preken van Spurgeon en Philpot eens lezen, in de oorspronkelijke Engelse versie. Die waren voor een kind te begrijpen. Het grote verschil tussen beide is, dat Philpot geen evangelist was.

Philpot was des pelgrims metgezel, die als een herder met het volk des Heeren door de woestijn trok. Hij was er niet opuit om zielen te winnen voor Gods koninkrijk. Ik zeg niet dat hem dat niet interesseerde, maar hij neigde duidelijk naar het hypercalvinisme. Dat neemt niet weg dat zijn preken bijzonder troostvol zijn voor mensen die het leven der genade kennen of begeren te kennen.

Bij Spurgeon domineerde de werving van onderdanen voor koning Jezus. Al ontbreekt ook bij hem het onderwijs voor Gods kinderen niet. Net als bij Philpot zie je bij hem dat praktisch en bevindelijk toepassen van de tekst. Niet als een soort aanhangsel, maar direct gekoppeld aan de uitleg. Met de gehoorde waarheid nog een ogenblik tot onszelve inkeren, dat kenden ze niet."

Versleten kerkbank
De wereldwijde invloed die Spurgeon heeft gehad, kan volgens de oud-gereformeerde ouderling niet alleen uit menselijke factoren worden verklaard. „Het staat buiten discussie dat hij een man van geweldige gaven was. Maar uiteindelijk moet je zeggen dat het de Heere heeft behaagd om door Charles Haddon Spurgeon een grote opwekking te realiseren. Velen zijn door zijn prediking getrokken uit de duisternis tot Gods wonderbaar licht.

Des te schokkender is het, dat het na z'n overlijden zo snel gebeurd was. Als een plumpudding zakte het in elkaar. Zijn twee zoons konden al niet in zijn schaduw staan. Ik betwijfel of je dat als een gevolg van de prediking en het optreden van Spurgeon kunt zien. Voor William Huntington gold hetzelfde. Toen die wegviel stortte z'n gemeente ook in elkaar. En van de gemeenten van Philpot is evenmin veel over.

Als je dat ziet moet je zeggen dat Nederland nog altijd een bijzonder gezegend land is. We kunnen wel sceptisch lopen doen over de Gereformeerde Gemeenten en de Oud Gereformeerde Gemeenten, maar ondertussen zijn er wel gemeenten bij die al zestig jaar vacant zijn en toch blijven bestaan. En altijd is er een kern die de Heere vreest. De dominees zeggen wel 's: „Mensen, mensen, een kerkbank versleten..."

Dan zeg ik: Ja, het is vreselijk als je een kerkbank verslijt zonder tot waarachtig leven te komen. Maar er is ook een andere kant. Waarom zitten al die mensen generaties lang in die kleine kerkjes, onder de leesdiensten? Dat is toch de instandhoudende kracht des Heeren."

Vrijmoedig
De kracht van Spurgeons prediking verklaart Dankers mede uit zijn frisheid en durf. „Misschien zijn er ook onder ons nog wel predikanten die vanuit een innerlijke drang zouden willen preken als hij, maar ze durven niet. Er wordt niet van hen verwacht dat ze zo spreken. Ze durven zich niet net als Spurgeon helemaal te geven, want als je dat doet ben je kwetsbaar. Die geremdheid kende Spurgeon niet. Op de kansel trok hij zich van niks en niemand iets aan.

Niet dat hij de populaire man uithing. In zijn boek "The forgotten Spurgeon" wijst Iain Murray erop dat hij het verschrikkelijk vond als predikanten de kansel gebruikten om mensen aan het lachen te krijgen. Maar van plechtstatigheid en afstandelijkheid was hij wars. Spurgeons aanspraak was indringend en direct. De Heere maakte hem bijzonder vrijmoedig. Het slot van zijn preken had vaak een enorme zeggingskracht. Zelfs als je ze leest zijn ze nog zeer aangrijpend."

Wat vermoeiend

In de Nederlandse gereformeerde gezindte is hem vaak eenzijdigheid verweten. Terecht?
„Niemand is volmaakt, ook Spurgeon niet. Maar als je hem goed leest, is hij zeker niet eenzijdig. Waar hij misschien wat meer aandacht aan had kunnen besteden, is het leven van heiligmaking, zoals dat sterk centraal staat in de preken van Philpot. De afbraak van het eigen ik.

Als ik te veel van Spurgeon achter elkaar lees, word ik wat moe. Niet alleen door die voortdurende spanning in zijn preken, maar ook omdat je wel eens denkt: nee broeder, zo mooi is het nu ook weer niet. Het is en blijft hier op aarde een gebroken kerk, met ruzies en conflicten. Die lijkt hij niet te kennen. Daarin is hij soms wat aan de eufore kant.

Het kan in het leven van Gods kinderen mat en donker zijn. Dat moet je niet gaan verheerlijken, maar het is wel de realiteit. Vooral als er narigheid in de gemeente is. Dat moet Spurgeon toch ook wel 's gehad hebben, dat hij tegen zijn vrouw zei: „Daar heb je die zemel alweer aan de deur."

Een andere vraag die wel 's bij me opkomt is: Ben jij nou al die bekeerlingen en dopelingen blijven volgen met, wat ze tegenwoordig noemen, nazorg? Wat is ervan overgebleven? Ik ben ervan overtuigd dat ook hij z'n verliezen heeft moeten incasseren. Heeft hij die verzwegen? Ik lees er nergens wat over."

Vechtersbaas

Murray wijst er in "Theforgotten Spurgeon"op dat het beeld dat velen van Spurgeon hebhen niet overeenkomt met de werkelijkheid. Die mening deelt u?
„Volledig. En dat geldt niet alleen voor Nederland, maar ook voor Engeland. Daar is het beeld ontstaan van een milde, vriendelijk opa. Dat is onzin. Spurgeon was behoorlijk weerbaar. In de strijd binnen zijn eigen kerkverband, die bekend is geworden als de "DownGrade Controversy", heeft hij vooraan op de barricaden gestaan.

Welke betekenis heeft hij voor onze tijd?
„Zijn preken blijven door hun directe stijl en bijbelse inhoud actuele waarde houden. Ik zou iedereen willen aanraden om ze te lezen. Daarnaast ook zijn levensbeschrijving. Het is altijd blikverbredend wanneer je leest hoe in een vorige eeuw mensen al met problemen hebben geworsteld die in onze tijd in een andere vorm weer terugkomen. Dan word je wat minder in uitersten gedreven en raak je minder snel in paniek.

Daar komt nog iets bij. In de Nederlandse afgescheiden kerken zitten we nog altijd met de al dan niet uitgesproken pretentie dat wij de voortzetting zijn van de aloude vaderlandse kerk. Daaruit komt een soort kramphouding voort. We doen vaak zo zielig bekrompen over ónze gemeenten, ónze dominees, ónze deputaatschappen, ónze commissies.

Die houding tref je in het Engeland van de 19e eeuw niet aan. Je was in de "Church of England" of je was eruit. Niemand die eruit was gegaan pretendeerde de kerk van Engeland voort te zetten. Door Spurgeon leer je de betekenis van je eigen kerkverband te relativeren."

Krabbendijke

Bij mensen als Spurgeon en Lloyd Jones viel de nadruk op de plaatselijke gemeente. Dat spreekt u wel aan?
„Om eerlijk te zijn wel. De Schotse Free Presbyterian Church hecht net als wij grote waarde aan het kerkverband. Dat heeft z'n positieve kant, maar er schuilt het gevaar in van over-organisatie. Een strakke indeling in classes, particuliere synoden, generale synoden... Ik vind dat verder best, maar met het wezen van de kerk heeft het nauwelijks iets te maken.

Mensen als Spurgeon hebben veel meer nadruk gelegd op de plaatselijke gemeente als vergadering van Christgelovigen. Verbondenheid met andere gemeenten en andere christenen was er niet zozeer vanwege het behoren tot een zelfde verband, maar door geestelijke overeenstemming. Dat spreekt mij aan. We zijn hier vaak zo op ons eigen kerkje gericht.

Aan de andere kant moeten we ons als Hollanders niet een soort geestelijk minderwaardigheidscomplex aanpraten. Vertel je in Engeland dat het heel gewoon is als in een Nederlandse dorpskerk nog achthonderd of duizend mensen onder een bevindelijke prediking zitten, dan slaan ze de handen ineen en zeggen: „O wonderfull."

Zeg je dan ook nog dat in de nationale kerk vele godvrezende predikers staan, dan weten ze helemaal niet wat ze horen. In Engeland moet je je een ongeluk zoeken om zó'n piepkerkje te vinden. Moet je hier eens gaan kijken in Putten, Rijssen, Krabbendijke, of Hardinxveld-Giessendam."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.