+ Meer informatie

EEN KERKENRAAD ALS TEAM Ontnuchterd naar huis…

8 minuten leestijd

Je bent gekozen in de kerkenraad. De talstelling zorgt voor wat spanning, maar die kun je nog wel aan: eerst maar afwachten of ik gekozen word. Dat gebeurt. Je beantwoordt de vraag, of je de benoeming aanvaardt, met ja. Toen kwam de bevestiging, en dat was erg bemoedigend vanuit de beloften Gods. Nu ben je kerkenraadslid. De eerste vergadering heb je besloten maar eens goed te luisteren. In het welkomstwoord aan de nieuwe broeders maakt de voorzitter opmerkingen over: optreden als eenheid, luisteren naar elkaar, samen de gemeente van Christus dienen.

Dat gaat goed zolang de notulen en een paar bezoekverslagen behandeld worden. In het laatste verslag gaat het over een gezin dat nogal wat vragen heeft bij de gang van zaken in de gemeente. Na dat verslag vraagt een broeder het woord. Of de bezoekende broeders in het gezin hebben gewezen op de gewoonte in de gemeente, die al heel oude papieren heeft? Een enkeling knikt instemmend. Je voelt de spanning opkomen. Een andere broeder reageert fel: het bezochte gezin moet ook gehoord worden. Er zijn veel meer gezinnen waar zulke vragen leven. Hij voelt zich de vertegenwoordiger van een deel van de gemeente, en wil voor zijn achterban opkomen. Gaandeweg het gesprek wordt de stemming grimmig rond de vergadertafel. Aan het eind van de vergadering vraagje jezelf: waar ben ik eigenlijk terecht gekomen? In een gemeenteraad, waar trouw aan de kiezer een belangrijk gegeven is…? Of zat je toch in de kerkenraad en ging het er alleen nogal menselijk aan toe? Je loopt naar huis, en een oudere broeder die bij je in de buurt woont, loopt zover met je op. Hij vraagt je hoe je de eerste vergadering vond. Je vertelt je gedachten, en de oudere broeder reageert: Ja, vroeger waren we als raad een eenheid, tegenwoordig lijkt het wel of ieder voor zijn eigen groep daar zit. Misschien komt het ook wel, omdat de mannenvereniging niet meer bestaat. In die tijd ontmoette je elkaar daar, en daar leerde je elkaar kennen, door samen te spreken over allerlei onderwerpen.

SOLIST OF SAMENSPELER

De ervaring hierboven zou kunnen in alle gemeentes waar ik als predikant aan verbonden was. In de eerste gemeente moest ik zelf nog leren dat samenwerken belangrijk is. Dat deed die kerkenraad daar natuurlijk allang. Ze hadden zich 25 jaar gered zonder predikant.

Dat leidde tot het volgende - voor mij ontdekkende -voorval. Geheel ten onrechte meende ik, dat er op een bepaald moment wel erg veel ‘op mij neer kwam’. Daarom hield ik bij het begin van een nieuwjaar een opening op de kerkenraadsvergadering over ‘samen de lasten dragen’, en ik sprak daarbij de wens uit, dat we als kerkenraad zo ook zouden optreden. Waarop één van de broeders droogjes opmerkte: nou, daar moet je ons dan ook wel de kans voor geven…

Een eerste valkuil voor de eenheid van de kerkenraad zou ik willen noemen: solerende broeders. Maakt niet uit of het de predikant is, zoals in het voorbeeld boven, of een andere ambtsdrager. Je bent lid van een groep, die we kerkenraad noemen. Dat weten onze kerken al heel lang. In het klassieke bevestigingsformulier staat dat ‘tirannie en heerschappij lichter kan inbreken wanneer bij één alleen, of bij zeer weinigen, de regering staat. En alzo maken de dienaren des Woords en de ouderlingen tezamen een college of gezelschap, zijnde als een raad der kerk.’ Verderop wordt nog gezegd: ‘Zijt allen gezamenlijk in uw dienst getrouw…’ Natuurlijk gaat dat eerste zinnetje over een situatie waarin er één persoon de leiding heeft. Maar wie zich solistisch opstelt, loopt gevaar om ‘heerschappij te gaan voeren’. Dan kan er wel een raad zijn, maar daar merkje niks van, of daar trek je je niets van aan… Uit het tweede zinnetje is opvallend dat de vaderen schreven: zijt allen gezamenlijk, in uw dienst getrouw. Allen: dat is een aansporing voor elk afzonderlijk lid van de raad. Gezamenlijk: dat geeft aan, dat je het samen moet doen. Je bent niet alleen, moet dus ook niet optreden alsof je het alleen moet/wilt doen.

VERDERE VALKUILEN

Er zijn meer valkuilen voor de eenheid van de raad. Ik noem er een paar:

• gebrek aan vertrouwen in elkaar. Geen mens is hetzelfde. Dat betekent, dat je ook in je geloofsleven verschillend met dingen kunt omgaan. Een kerkenraad heeft daar dus ook mee te maken. De leden van de raad mogen geacht worden allen op hetzelfde fundament te staan, dat betekent niet dat ze in hun geloof de dingen allemaal hetzelfde beleven of ervaren. Uitgangspunt voor vertrouwen is, datje elkaar aanvaardt zoals Christus ons aanvaard heeft tot heerlijkheid Gods (Rom. 15: 7);

• angst. Een stapje verder dan gebrek aan vertrouwen is de angst. Angst voor het onbekende, angst voor verandering, angst voor behoudzucht, angst om niet gehoord te worden. Bij angst ga je er eigenlijk al van uit, dat er krachten in het spel zijn, die proberen je te overheersen, te beïnvloeden;

• vaste overtuigingen en standpunten. Uiteraard kan er over de basis van ons geloof geen verschil zijn: we leven en dienen vanuit het volbrachte werk van de Here Jezus Christus. Maar het komt vaker voor dat een gesprek vastloopt op heel andere punten. Punten die meer met de vorm of de sfeer te maken hebben dan met deze kern. Het voorbeeld aan het begin over het gezin dat vragen heeft over de gang van zaken is er zo eentje. Wie meent dat bepaalde zaken echt anders moeten, omdat ze anders moeten, of andersom: wie meent dan bepaalde zaken echt niet anders kunnen, omdat ze altijd zo zijn geweest, zal ontdekken, dat er een gebrek aan openheid en eenheid ervaren wordt.

Verder is er te denken aan rivaliteit, verborgen agenda’s, niet luisteren. Maar ook langdurige, niet uitgesproken conflicten of een vertrouwenscrisis zijn een serieuze bedreiging voor de eenheid van de raad.

BENOEMEN, GOEDE SFEER EN DE HEI

Soms is het voldoende om de valkuil onder woorden te brengen.

Niet een keertje, maar bijvoorbeeld telkens als er nieuwe broeders in de raad zijn gekomen. Je spreekt dan af, dat een vergadering een plek is om dingen samen te bespreken, datje het in de vergadering desnoods hartelijk met elkaar oneens mag zijn, datje naar elkaar luistert, datje elkaar in zijn waarde laat, en datje, als er een besluit is genomen, als een eenheid daarover naar buiten treedt.

Het kan ook goed zijn, om regelmatig speciale aandacht te geven aan het vormen van een team. Daarvoor hoef je niet per se de hei op. Je kunt al denken aan een avond of een dagdeel samen (bij voorkeur met echtgenotes) iets doen in de ontspannende sfeer. In alle kerkenraden waar ik in Nederland deel van uitmaakte was het gewoonte dat broeders die uit de raad gingen, iets dergelijks organiseerden.

Maar het kan ook uitgebreider. Uit mijn tijd in Afrika bewaar ik goede herinneringen aan de conferenties die we daar hielden met de evangelisten. 2½ dag een eind van huis samen optrekken, samen eten, samen een dag beginnen met Bijbelstudie, je tanden zetten in een stevig vraagstuk in een aantal sessies, ontspanningsmomenten waarop je dan met de één sprak en dan met de ander. Je wist dat je die dag niet nog allerlei dingen moest doen, dus je had ook alle tijd om bezig te zijn met de vragen waar je voor stond.

In de raad waar ik nu deel van ben is het gewoonte om naast een moment van afscheid in een gezellige sfeer, jaarlijks een bezinningsweekend te houden. Dat was een traditie die in het slop geraakt was, maar die op een bepaald moment weer nieuw leven werd ingeblazen, en in een uitgebreidere vorm. Men kende studiedagen. Tegenwoordig trekken we er echt op uit, slapen niet thuis, nemen wel zo veel als mogelijk is onze vrouwen mee, en zetten onze tanden behalve in een zelf klaargemaakte maaltijd ook in een stevig onderwerp, waar we ook wel inleiders van buiten bij halen, en we maken werk van sfeer en een gevoel van samen ergens voor staan.

Wij zijn niet de enigen zijn die dat doen. Wie er werkelijk in investeert, merkt, dat er iets gebeurt. En tegenwoordig zijn er zoveel kerkenraden waar bekwame mensen in zitten die deze dingen kennen uit hun werk, dat het makkelijk is ideeën elders te vinden.

EEN MIDDEL, GEEN TOVERMIDDEL

Behalve samen een onderwerp bespreken zonder datje op de klok hoeft te kijken, is het wellicht ook goed om eens iemand te vragen werkelijk met de raad na te denken over hoe dingen gaan, en om oefeningen te doen in luisteren, openheid, in samenwerken. Daar is niet alles mee opgelost. Coaching van een team lijkt misschien een tovermiddel, maar dat is het natuurlijk niet. Het heeft ook zijn beperkingen. En toch: bewustmaking van valkuilen kan wel iets doen om te voorkomen dat een broeder die net bevestigd is na de eerste vergaderavond ontnuchterd en onthutst naar huis terugloopt.

Ds. W. van ’t Spijker (1958) is predikant van de gemeente van Hilversum-Pniël

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.