+ Meer informatie

Kerkelijk beeld landelijk

5 minuten leestijd

Toen we daar aan dachten, kwam ons voor de aandacht, wat we lezen in 2 Kron. 12 : 10a: „En de koning Rehabeam maakte in plaats van die koperen schilden”.

Koning Rehabeam had de glansperiode van zijn vader Salomo meegemaakt. Dat was de tijd van de gouden schilden. Ze werden gebruikt op de grote feesten, wanneer de galastoet van de koning naar de tempel trok. Omringd door een lijfwacht van 500 man, die elk een gouden schild droegen, ging Salomo dan tempelwaarts. Dat was een hoogtepunt in het leven van Israel. Eentreffendsymbool van de overvloedige zegen, die de Heere schonk aan Salomo.

In Salomo’s tijd gouden schilden — in Rehabeams tijd koperen.

De gouden schilden waren inhanden gevallen van Sisak, de koning van Egypte. Veel had deze vorst geroofd. De schatten van het huis des Heeren, maar ook de schatten van het huis des konings, de gouden schilden inkluis. Toen was het uit met de glans van koning Rehabeam. Hij wilde echter de schijn van de vergane glorie bewaren. Daarom werden er koperen schilden gemaakt. Het volk ziet ze blinken in de zon. Het is net Salomo’spracht, maar het is koper. Het is surrogaat, namaak! Rehabeam deed alsof.

Dat leven uit de schijn vinden we op allerlei terrein van het leven. Ziet u het?

Het kerkelijk leven vertoont maar al te veel koperen schilden. Waar is de kracht van het Calvinisme, dat leiding geeft aan Gods kerk en aan de staat? We zien een kerk, die verdeeld is. Zeker, de drie formulieren van enigheid hebben we nog, maar het fijne goud der Reformatie is zo verdonkerd. De waarachtige beleving onzer belijdenis wordt almeer als ouderwets bestempeld. En men doet alsof! Is er ooit een tijd geweest waarin veel over het geloof gesproken en geschreven werd, dan is het wel in onze tijd. Dit geloof wordt opgedrongen, of het wordt aangenomen dat het aanwezig is. Het separerende element in de prediking gaat zodoende al meer wijken. Wat God werkt en altijd in het verleden als Gods werk gezien werd, wordt als ziekelijk beoordeeld. En men hoopt, dat het ras, dat het pad der vaderen bewaren wil, maar spoedig zal uitsterven. Zaken als: God als Rechter leren kennen, de beleving van zondag 5, het plaatsmakende werk van de Heilige Geest voor Christus en Zijn heil, worden als overbodig gesteld. Men roemt in Jezus, maar men kent Jezus niet.

De wet is ook geen tuchtmeester tot Christus meer. Aan de vorm wil men alles doen. Er is een streven naar liturgischevolmakingvande dienst des Heeren enzopoogtmendedevaluatie van het kerkelijk leven te kamoefleren. Koper voor goud, ook daar waar men slechts zweert bij het oude en daaraan genoeg heeft. Men heeft dan genoeg aan de woordenvande zaken. Men gaat prat op z’n: voor de waarheid zijn. In zelfvoldaanheid gaat men zijn weg en men vergeet dat men zelf dood is, of men zegt ongeroerd: ik ben dood.

De woorden van de zaken te hebben is goed, maar de zaken van de woorden te kennen is noodzakelijk om welgetroost te leven en eenmaal zalig te sterven.

Wat gaat er uit van een geloofsleven zonder diepte? Wat gaat er uit van „zwaarheid” zonder waarheidsbeleving?

Niets!

Er is koper, en koper is geen goud.

We gaan nog een stap verder. Er is devaluate in het persoonlijk geloofsleven. Het goud der genade glanst niet zo in onze tijd. Het staan naar het beleven van wat de kerk belijdt, wordt al minder gevonden. Men heeft zo genoeg aan wat men ondervonden heeft. De grond der zaligheid wordt zo gelegdin dewedergeboorte, in de eerste gangen van het nieuwe leven: de keuze, afhankelijkheid en Godsvreze. De noodzakelijkheid van het kennen van en de persoonsvereniging met Christus wordt zoweinig gevoeld. Men ziet er ook zo weinigrijkdomin, omdat men geen zondaar voor God isgeworden, wat noodzakelijk is!

Moge de Heere Zich over ons ontfermen. (Overgenomen)

Ds. M. C. Tanis

Jaarverslag 1969 van de Nederlandse Vereniging tot bevordering van de zondagsrust en de zondagsheiliging, gevestigd te Ede. Deze vereniging wil waken tegen verdere ontheiliging van de dag des Heeren en terugroepen tot zondagsrust en -heiliging in overeenstemming met Gods W oord. Telkens laat zij op allerlei wijze en plaats haar waarschuwende stem horen. We moeten wel diep respekt hebben voor de manier, waarop het bestuur zich van zijn taak kwijt. Ook in 1969 zijn weer vele werkzaamheden verricht. Het jaarverslag, dat niet loopt tot het einde van 1969, laat daar een en ander van zien.

We willen opwekken er kennis van te nemen en de arbeid van de vereniging te steunen, die op haar terrein bedoelt te bewaren het pand, dat de Heere ons heeft toebetrouwd.

„Het zal voor ons” — zo schrijft het bestuur in een Ten geleide van het jaarverslag — „een eerste vereiste zijn om vanuit een levend, wakend en biddend leven onze naaste te mogen waarschuwen en te gedenken aan de troon der genade”.

De vereniging hoopt D.V. 18 januari 1969 haar jaarlijkse ledenvergadering te houden in het Groothandelsgebouw (tegenover het Centraal Station) te Rotterdam, in een zaal op de 8e verdieping (foyer), aanvang 14.30 uur. Ds. M. C. Tanis hoopt er een slotwoord te spreken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.